Rinda den Besten: ‘Toetscultuur’

Vanaf volgende week starten tienduizenden kinderen met het maken van de (digitale) eindtoets. Sinds 2015 is gelukkig niet deze toets, maar het schooladvies dat zij voor 1 maart hebben gekregen, leidend voor toelating tot de middelbare school. Wel dient de eindtoets als een objectieve second opinion. Het blijft dus een spannend moment voor hen, waarbij ik ze natuurlijk ontzettend veel succes wens!

Toetsen zijn voor scholen een belangrijk middel. Het helpt hen bij het volgen van de vorderingen van leerlingen en het stelt ze in staat om het onderwijs aan te laten sluiten op hun onderwijsbehoeften. Scholen kunnen zo vroegtijdig signaleren of een leerling onderwijsachterstanden heeft, of juist excelleert, en dus extra aandacht nodig heeft. Een essentiële taak. Daarnaast kunnen toetsen worden ingezet als evaluatiemiddel, waarmee het onderwijs verder ontwikkeld kan worden.

Ook als moeder vond ik de tussentijdse toetsen een prima middel om te kijken hoe kinderen het op het cognitieve vlak doen op school. Natuurlijk weet je als ouder of je kind graag naar school gaat en zich veilig en prettig voelt (en dat is het belangrijkst!). Maar je hebt weinig zicht op wat er in de klas eigenlijk gebeurt. Ontwikkelt je kind zich - in de breedte - goed? Dat wil je als ouder ook graag weten. Ik doe wat dat betreft dus zeker niet mee aan het anti-toets sentiment dat ik soms proef.

Toetsen zijn goed en nodig voor het monitoren van de ontwikkeling van kinderen. De PO-Raad staat ook voor toetsen. Maar waar ik wel bezorgd om ben, is de ongewenste cultuur die er rondom het afnemen van toetsen lijkt te ontstaan en de manier waarop resultaten de laatste jaren worden gebruikt.

Laten we leerlingen blijven volgen met toetsen, maar laten we ervoor zorgen dat toetsscores hen niet achtervolgen!

Een voorbeeld. Officiële opgaven van toetsen worden op Marktplaats aangeboden. Ouders kopen deze toetsen op, zodat hun kinderen thuis met de opgaven kunnen oefenen. En andere ouders sturen hun kinderen al vanaf groep 6 naar ‘Citotraining’ om ze zo goed mogelijk voor te bereiden op de toets. In sommige regio’s zijn de resultaten op tussentijdse toetsen (vanaf groep 6) namelijk al allesbepalend voor plaatsing in het vervolgonderwijs. Complete waanzin, waarmee we direct moeten stoppen.

Een ander voorbeeld. Op een basisschool in Rotterdam zouden de resultaten van toetsen in groep 4 tot en met 7 kunstmatig zijn opgehoogd. Leerlingen mochten toetsvragen die ze fout hadden beantwoord tot wel drie keer opnieuw invullen. Dit soort ontwikkelingen worden o.a. in de hand gewerkt door media, die scholen ‘ranken’ op basis van toetsresultaten. Dan is er dus geen sprake meer van het toetsen van de leerling, maar van het toetsen van de school. Dit moeten we voorkomen. Het is daarom goed dat de Onderwijsinspectie sinds het begin van dit jaar in haar eindoordeel over scholen niet langer naar de tussenresultaten kijkt.

Bij deze voorbeelden moeten we onszelf echt afvragen: slaan we niet door? Leggen we kinderen zo geen onnodige druk op? We moeten toetsen gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn: als middel voor het in kaart brengen van de ontwikkeling van kinderen. Waarbij alle leerlingen de kans krijgen om te laten zien wat ze kunnen en waarin zij – ongeacht het niveau – groeien. Laten we leerlingen dus vooral blijven volgen met toetsen, maar laten we ervoor zorgen dat de toetsscores hen niet achtervolgen!