Rinda den Besten: Twee werelden

Onderwijs en jeugdhulp vormen nog altijd te veel gescheiden werelden, ze zijn geen natuurlijke combinatie. Die twee werelden herkende ik al toen ik nog wethouder in Utrecht was en herken ik nog steeds als voorzitter van de PO-Raad.

Terwijl 1 januari 2015 rap naderde, de datum waarop de jeugdzorg verantwoordelijkheid werd van de gemeenten, bleek vorig jaar dat veel gemeenten eerst zelf de zaken rond jeugdhulp op orde wilden hebben en daarna pas met het onderwijs om tafel wilden. Om te kijken hoe de partijen samen onderwijs, zorg en ondersteuning voor het kind op elkaar kunnen afstemmen. Ondertussen probeerden scholen, die passend onderwijs willen bieden, zelf actie te ondernemen in afwachting van wat er vanuit de gemeente komen ging. Maar omdat ze niet wisten met welke zorgpartners ze afspraken konden maken, gebeurde er te weinig.

Aanvullen

Ik merk dat dat nog steeds op veel plekken in het land het geval is. Zonde, want zo’n parallelle aanpak, onderwijs en jeugdhulp naast elkaar, is niet in het belang van het kind.

Het is belangrijk dat die werelden meer naar elkaar toe groeien, want alleen samen kunnen we passend onderwijs en passende zorg geven aan kinderen. Gelukkig zie ik wel ook goede voorbeelden. Zoals uit Drenthe waar een zorgorganisatie een aanpak heeft ontwikkeld die ouders, leraren en onderwijsondersteuners in staat stelt eerder te signaleren wat een kind aan extra ondersteuning en zorg in school nodig heeft. Met de aanpak kunnen scholen beter inschatten wat er moet gebeuren en er met gemeenten voor zorgen dat zorg en onderwijs elkaar niet in de weg staan maar juist aanvullen. Dat kan ook helpen voorkomen dat problemen verergeren en er op termijn zwaardere zorg nodig is. Op www.passendonderwijs.nl kunt u meer van dit soort goede voorbeelden lezen. Die zijn ook te vinden in het speciaal onderwijs waar al jarenlang op vele plekken, volgens het ‘één –kind-één-plan-principe’ wordt samengewerkt met jeugdhulp.

Klokjes

Zoals aan het einde van de winter sneeuwklokjes langzaamaan oppoppen en hun kop boven het veld uitsteken, zo zie ik dat langzaamaan ook met de twee-eenheid onderwijs-zorg gebeuren. Ik ben ervan overtuigd dat we er samen voor kunnen zorgen dat dat veld vol bloemen staat.

Ik wil er daarbij voor pleiten dat het onderwijs steeds leidend is bij de samenwerking tussen beide. Daarmee bedoel ik niet dat het onderwijs de regie moet hebben of de baas moet zijn, maar dat het concept onderwijs – na veiligheid - in het leven van het kind het uitgangspunt is bij hoe we zorg en onderwijs voor hem of haar regelen. Het gebeurt nu nog te vaak dat een kind dat zorg nodig heeft, uit zijn vertrouwde omgeving, klas en school wordt gehaald om die hulp te krijgen. Het kind moet van school wisselen of gaat er in een uiterst geval zelfs helemaal niet meer heen. Een ononderbroken schoolloopbaan is van groot belang.

Juist een kind met wie het even minder goed gaat, heeft zoveel baat bij vastigheid. Voor een kind is niets normaliserender dan iedere dag weer naar school gaan, met dezelfde klasgenootjes, vriendjes en vriendinnetjes, dezelfde juf of meester. Laten we er samen voor zorgen dat kinderen dagelijks naar hún school kunnen blijven gaan en daarop eventuele extra hulp afstemmen.

Onderwijs, jeugdzorg, gemeenten en ouders, zij moeten hierin allemaal hun verantwoordelijkheid nemen, proactief en met de handen uit de mouwen. Daar zal de PO-Raad ook dit jaar aandacht voor blijven vragen. Dan worden twee werelden er spoedig één.

Rinda den Besten