Rinda den Besten: ‘Wwz maakt vervangen bijna onmogelijk’

De Wet werk en zekerheid (Wwz) is een uitvloeisel van het Sociaal Akkoord, dat in 2013 werd gesloten tussen minister Asscher (SZW), de vakcentrales en VNO-NCW. Het uitgangspunt van dit compromis is het versterken van de positie van flexwerkers op de gehele arbeidsmarkt. Op zichzelf een prima gedachte. Maar in het primair onderwijs heeft 93 procent van de werknemers al een vast contract, dat is zo ongeveer het hoogste percentage van Nederland. De resterende 7 procent bestaat o.a. uit nieuwe leraren die eerst een tijdelijk contract krijgen en bij goed functioneren een vast contact. Maar ook uit leraren die tijdelijk werk doen, zoals vervangers die nodig zijn om te kunnen invallen bij ziekte. Dankzij deze vervangers kunnen schoolbesturen ervoor zorgen dat leerlingen niet naar huis gestuurd hoeven te worden. In de ‘Flexwet’ is echter helemaal niet gedacht aan de specifieke omstandigheden van onze sector: het gaat bij ons niet om flexwerkers die eigenlijk op structurele arbeidsplaatsen zitten, zoals in sommige marktsectoren.

Daarom luidden wij al in 2014 de noodklok: die nieuwe wet zal voor klassen zonder leraar gaan zorgen. We hebben als PO-Raad hemel en aarde bewogen om de politiek hiervan te overtuigen. Maar tevergeefs, na een overgangsjaar is de Wwz per 1 juli 2016 voor het bijzonder onderwijs in werking getreden, waarbij de wet deels is verruimd door de cao-afspraken. Nu, vijf maanden later, hebben we de stand van zaken opgemaakt. Kunnen de schoolbesturen uit de voeten met Wwz en CAO PO? Helaas zijn de gevolgen nu al pijnlijk zichtbaar in de sector.

Alleen al het feit dat 60 procent van de leden binnen een week de enquête heeft ingevuld, laat zien hoe dit thema de sector bezighoudt.

Op regiobijeenkomsten en werkbezoeken, bij onze helpdesk, via mails en vorige week nog op onze ALV; leden grijpen alle gelegenheden aan om hun zorg aan ons te uiten over de impact van de wet. Om al deze signalen te bundelen en de ‘verhalen’ om te zetten in harde data, heeft de PO-Raad een peiling over de gevolgen van de Wwz onder al haar leden gehouden. Alleen al het feit dat 60 procent van de leden binnen een week de enquête heeft ingevuld, laat zien hoe dit thema de sector bezighoudt.

Een greep uit de belangrijkste uitkomsten:

  • 90 procent van de schoolbesturen heeft, of is bezig met, vervangingsbeleid
  • 71 procent heeft of participeert in een vervangingspool
  • 88 procent heeft desondanks moeite met het organiseren van vervanging
  • 69 procent heeft door de Wwz te maken met hogere kosten
  • 97 procent van de schoolbesturen die door de Wwz kinderen naar huis heeft moeten sturen, heeft te maken met een toename van de werkdruk

De infographic hieronder brengt de resultaten van de peiling in beeld.

Afbeelding infographic Wwz

Ons valt op dat een overgrote meederheid van de schoolbesturen volop bezig is met het op een nieuwe manier organiseren van hun vervanging. Desondanks ervaren zijn ontzettend veel problemen met het realiseren van vervanging. Nu al – nog voor een griepgolf – moeten schoolbesturen geregeld noodmaatregelen nemen. Denk hierbij aan het samenvoegen van klassen, een pedagogisch medewerker voor de klas zetten of zelfs het naar huis sturen van een klas. Dat is niet goed voor leerlingen, ouders, leerkrachten, schoolleiders en -bestuurders.

Natuurlijk kijken we ook kritisch naar onszelf: welke mogelijkheden hebben we zelf? Aan de cao-tafel hebben we samen met de bonden de ruimte die we hadden zoveel mogelijk benut: onder voorwaarden zijn er twee nieuwe contractvormen mogelijk en de ketenbepaling hebben we kunnen uitbreiden naar maximaal zes tijdelijke contracten in drie jaar tijd. Daarnaast vragen we van scholen om op een andere manier naar het organiseren van vervanging te kijken. Uit onze peiling blijkt bijvoorbeeld dat kleinere schoolbesturen minder vaak participeren in een vervangingspool. Juist zij zouden hierbij gebaat zijn. Ook merken we dat schoolbesturen die ervoor kiezen om eigen risicodrager (ERD) te zijn, in plaats van aangesloten te zijn bij het Vervangingsfonds, meer ruimte ervaren in hun vervangingsbeleid. Mogelijk is dit voor meer schoolbesturen een uitkomst.

De conclusie zal blijven: deze wet werkt niet in onze sector.

Zo ontstaat er misschien iets meer ruimte, maar dit zal in de verste verte niet voldoende zijn. Naast de verschillende contractvormen zijn er altijd acuut vervangers nodig. Daarbij blijft de ketenbepaling een belemmering. Minister Asscher heeft Jacques Tichelaar nu gevraagd om als verkenner op te treden. Hij zou wat ons betreft dan ook de ruimte moeten krijgen om voor het primair onderwijs naar die ketenbepaling in de wet te kijken. 

De conclusie zal blijven: deze wet is niet toegesneden op onze sector. En daarom blijven we onverzettelijk doorgaan. Doorgaan met het ondersteunen van leden; zij kunnen zich blijven melden bij ons. En doorgaan met onze lobby. Zo besteden verschillende media vandaag aandacht aan onze peiling. Er moet nog veel water door de Rijn, maar hopelijk leidt dit er uiteindelijk toe dat minister Asscher alsnog tot bezinning komt en besluit om de broodnodige uitzondering voor onze sector te maken.