Simone Walvisch: Een evenwichtig onderwijsstelsel

Foto Simone WalvischVorige week donderdag (12 november) organiseerde de PO-Raad samen met de VO-raad en de AVS ‘De Onderwijspoort’ over ‘Leraar en school op weg naar 2032’ in Nieuwspoort. Tijdens deze middag werd - aan de hand van het advies van platform Onderwijs2032 - met experts, leraren schoolbestuurders en politici een debat gevoerd over wat voor onderwijs de leerlingen van nu nodig hebben om klaar te zijn voor de toekomst. Eén van de conclusies was dat er veel zinnige zaken in het advies staan. Het platform heeft een uitgebalanceerd advies uitgebracht. De hamvraag is wat er nou mee gaat gebeuren. Hoe worden de uitkomsten van het platform richtinggevend voor het onderwijs?

In het bestuursakkoord PO staat 'herijking van de kerndoelen'. In Onderwijspoort gebruikten de verschillende sprekers allemaal verschillende termen. De begrippen die ik heb gehoord: curriculum, eindtermen en kerndoelen. Maar het ging ook over ruimte voor leraren om zelf hun onderwijs in te richten.

Dat de overheid richtinggevende uitspraken doet over de vraag waartoe het primair onderwijs moet opleiden, is vanzelfsprekend. Maar het is zorgelijk dat nu nog niet duidelijk is in welke vorm die richtinggevende uitspraken gegoten gaan worden (kerndoelen of eindtermen bijvoorbeeld) en of die ook nog een nadere invulling gaan krijgen. Hoe ver gaat dat? Gaan we ongemerkt naar een landelijk curriculum?

Of we het willen of niet, een discussie over de doelen en de inhoud van het onderwijs gaat altijd ook over het stelsel. Wat wordt wettelijk voorgeschreven (de richting), waarover wordt verantwoording gevraagd (rekenschap), of waarop ziet de Onderwijsinspectie toe? En dan ook: welke ruimte wordt aan de scholen gelaten om het onderwijs in te richten?

Deze vragen liggen ten grondslag aan een evenwichtig onderwijsstelsel dat past in het Nederlandse onderwijssysteem. Deze vragen moeten wel beantwoord zijn vóór de volgende fase van Onderwijs2032 van start gaat.

De vraag waar de overheid of de politiek op stuurt, is een heel fundamentele. Evenals de vraag welke ruimte schoolbesturen nodig hebben om hun verantwoordelijkheid goed te kunnen nemen. De context van scholen verschilt, gelukkig. Schoolbesturen voeren een eigen beleid, afhankelijk van de regio, krimp of groei van leerlingen, de lokale arbeidsmarkt, de denominatieve richting of de sociaal-economische achtergrond van de ouders. 

Om recht te kunnen doen aan verschillen is in 2006 de lumpsum ingevoerd. Gedeeltelijk. Beter gezegd: het declaratiesysteem is afgeschaft. Naar onze mening bevat de huidige bekostiging (daterend uit de jaren ’80 en ’90) nog steeds elementen die schoolbesturen belemmeren in het inrichten van hun organisatie en het maken van integrale keuzes in meerjarig perspectief. Dat was in de eerste tijd na invoering van de lumpsum misschien niet zo erg, maar inmiddels hebben de schoolbesturen zich wel degelijk geprofessionaliseerd op het gebied van financieel management. Daarom heeft de PO-Raad criteria opgesteld waaraan een eventueel nieuw bekostigingssysteem zou moeten voldoen. Het zou stabieler, transparanter, eenvoudiger en minder sturend moeten worden.

Het probleem is dat elke verandering in de bekostiging onvermijdelijk gepaard gaat met herverdeeleffecten. Het is natuurlijk nooit de bedoeling om de continuïteit van schoolbesturen in gevaar te brengen. Maar de vraag is eerst: hoe willen we de schoolbesturen in positie brengen om hun werk goed te doen? Hoe zou een – door ons allen gewenst – bekostigingsmodel er uit moeten zien? Dan is de volgende vraag hoe je daar komt. Als we alleen maar het oude willen behouden, kom je geen stap verder. Het is evident dat schoolbesturen ruim de tijd moeten krijgen voor een gedegen voorbereiding op het nieuwe. Plus: ze moeten in staat worden gesteld om hun organisatie anders in te richten. Daar past geen fusietoets bij! Of een beperkende regelgeving rondom samenwerkingsverbanden en de vorming van Integrale Kind Centra (IKC’s).

Dit najaar is de PO-Raad de regio ingegaan om de criteria voor een modernere bekostigingssystematiek aan schoolbesturen voor te leggen en te inventariseren welke elementen nog meer belangrijk zijn. Op onze Algemene Ledenvergadering volgende week (26 november) zullen we onze leden vragen akkoord te gaan met een aantal criteria waaraan volgens ons een nieuwe bekostigingssystematiek zou moeten voldoen. Daarna komt de uitwerking, waar de leden zich opnieuw over kunnen uitspreken. En dán komt ook nog de politiek: we hopen dat zij met ons meedenken over de weg naar een evenwichtig onderwijsbestel.