Simone Walvisch: Gezonde tegenkracht

Vijfendertig jaar geleden beschreef etholoog Frans de Waal de verhoudingen in een groep apen in het toenmalige Burgers Dierenpark. Hij liet het publiek kennismaken met drie mannetjes chimpansees. Luit was de sterkste, Jeroen de slimste en Nikkie was een jonge, sociaal onhandige chimpansee die er desondanks in geslaagd was de formele leider van de groep te worden. In feite werden de lakens echter uitgedeeld door de oude en slimme Jeroen. Hij maakte gebruik van de coalitie die hij vormde met Nikkie tegen de sterkste van de drie, Luit. Als de coalitie haperde, en dat was regelmatig, viel de macht direct toe aan Luit, die de twee andere mannetjes dan de baas was. Jeroen was listig genoeg om die situatie te verduren tot Nikkie er genoeg van kreeg en Jeroen kwam smeken weer samen op te trekken.

Dit toont aan hoe belangrijk het is in elke organisatie een goed machtsevenwicht te vinden, en ook dat gezonde tegenkracht nodig is om de boel scherp te houden. Ik denk dat dit ook geldt voor goed bestuur in onderwijsorganisaties. Dat gaat voor ons niet alleen over een goed strategisch beleidsplan en het naleven van de Code Goed Bestuur door bestuurders. Zonder goed intern toezicht en een krachtige medezeggenschap is het bestuur niet in balans. In elke organisatie heeft iedere partij een eigen kracht die van waarde is voor het totaal.

Kunnen zij nog een kritische tegenkracht zijn, op het moment dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor de financiële keuzes?

Maar geef je alle drie de partijen dezelfde bevoegdheden, dan ontstaan er rolconflicten. Dat is ons bezwaar als de MR instemmingsrecht krijgt op hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid, wat de Tweede Kamer wil en wat nu ook in een wetsvoorstel is neergelegd. Kunnen zij nog een kritische tegenkracht zijn, op het moment dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor de financiële keuzes? Zij worden op dat moment in feite medebestuurder.

De PO-Raad is voorstander van een krachtige medezeggenschap; dat draagt bij aan de kwaliteit van het bestuur. Dat bedoel ik niet in formele zin: de gedachte leeft bij sommige politieke partijen dat de MR sterker wordt door hen steeds meer bevoegdheden te geven. Maar dat hoeft niet te leiden tot het goede gesprek. Dat gaat over macht en over het innemen van (machts)posities. Goede medezeggenschap is belangrijk bij het creëren van draagvlak voor beslissingen. Daarbij gaat het om de gedachtenwisseling en pas in de laatste plaats om het stemmen over die beleidsvoornemens. Ik durf te stellen dat in die situaties waar de medezeggenschap serieus wordt genomen, nauwelijks gestemd wordt. Dit is ook mijn boodschap aan de bestuurders: goed bestuur veronderstelt een permanent zoeken naar maximaal draagvlak en niet een besturen vanuit het ‘eigen gelijk’.

Ik durf te stellen dat in die situaties waar de medezeggenschap serieus wordt genomen, nauwelijks gestemd wordt.

De versterking van het bestuurlijk handelen is voor de PO-Raad een prioriteit, onder andere door de ontwikkeling van een bestuurlijk visitatietraject. Schoolbesturen houden zichzelf en elkaar scherp door zich te laten visiteren door een visitatiecommissie, bestaande uit peers en een onafhankelijke voorzitter. Vorig jaar was er een pilot van vier besturen. Het resultaat was positief. Dit jaar zijn twaalf besturen hiermee begonnen. Nog eens tien besturen zijn zich in een lerend netwerk door middel van een grondige zelfevaluatie aan het voorbereiden op zo’n bestuurlijke visitatie.

Ook heeft de ALV van de PO-Raad een onafhankelijke monitorcommissie ingesteld die monitort hoe het bestuurlijke handelen zich in de sector ontwikkelt en er op toeziet of besturen de gezamenlijk afgesproken Code Goed Bestuur daadwerkelijk naleven. Denk bijvoorbeeld aan de wettelijke scheiding tussen bestuur en intern toezicht.  

Die Wet Goed Bestuur is van 2011. Die wet was voor onze sector best ingrijpend. We zijn dan ook in een ontwikkeling naar goed bestuur. En ook hier is het jammer dat de politiek niet denkt in termen van  ontwikkeling, maar steeds maar met nieuwe interventies komt: van continuïteitsparagraaf tot medezeggenschap, van sturing tot gedetailleerde verantwoording. Wat wij zelf kunnen doen is ons blijven realiseren dat onderwijs teamsport is. Dat we alle geledingen continu blijven betrekken bij onze keuzes, omdat betrokkenheid hoort bij gemotiveerdheid voor het werk. Macht is vergankelijk, zo zagen we bij de apen, maar wat we kinderen meegeven is voor altijd.