Simone Walvisch: Goede start van ICT-project

Daar stond ik dan als een Oscarwinnaar op het podium van de Amsterdamse Stadsschouwburg. ‘Namens de basisscholen van Nederland’ mocht ik in november 2014 een Big Brother Award in ontvangst nemen. Deze prijs, georganiseerd door digitale burgerrechtenwaakhond Bits Of Freedom, werd uitgereikt vanwege zorgen over de privacy van leerlingen. RTL Nieuws had namelijk onthuld dat een grote hoeveelheid leerlingengegevens, zonder medeweten of toestemming van scholen, door educatieve uitgeverijen gebruikt zou kunnen worden voor commerciële doeleinden. Ik heb de prijs in dank aanvaard en de zaal verteld dat de PO-Raad het ziet als een aanmoediging om de privacy van leerlingen bij het gebruik van digitale leermiddelen beter te borgen.

In het kader van het Doorbraakproject, waarin de PO-Raad en de VO-raad samenwerken met de ministeries van OCW en EZ, is vervolgens grote vaart gemaakt met een convenant privacy dat we met educatieve uitgeverijen en leveranciers van digitale (leer)middelen gaan sluiten. Hierin en in het bijbehorende Model Bewerkersovereenkomst zijn afspraken gemaakt over hoe zij – volgens de Wet bescherming persoonsgegevens – veilig met gegevens van leerlingen om zullen gaan. Dit convenant zal op onze Algemene Ledenvergadering van aankomende donderdag 11 juni worden voorgelegd aan onze leden.

Dit is typisch zo’n voorbeeld waarbij de PO-Raad haar leden kan ‘ontzorgen’ door de juiste randvoorwaarden te creëren. Wij hebben onderhandeld met partijen in de educatieve keten en hebben er specialistische juridische kennis op het gebied van privacy bij betrokken. Het is zonde als alle schoolbesturen dat afzonderlijk moeten doen. Zo zijn er meer voorbeelden. Zo onderzoeken we de mogelijkheden van wat in vaktaal pseudonimiseren heet: een nummervoorziening, waardoor leerlingen niet meer met hun naam hoeven in te loggen, maar een uniek nummer krijgen. En heel basaal: Staatssecretaris Dekker heeft aan de Tweede Kamer beloofd om samen met de PO-Raad te bekijken hoe alle scholen van snel internet voorzien kunnen worden, onafhankelijk van de locatie van de school.

Het Doorbraakproject begint op stoom te komen. Op 22 april hebben we samen met Kennisnet een levendige startconferentie georganiseerd waarop veel voorbeelden te zien waren van scholen die al een eind op weg zijn. Deze goede voorbeelden delen we ook op onze website in de vorm van filmpjes.

Als we de temperatuur van het water goed aanvoelen, zien we dat de tijd rijp is voor een doorbraak. Daarom heeft de PO-Raad op dit gebied een ‘breedtestrategie’ gekozen: alle scholen faciliteren voor hun volgende stap. Geen pilotprojecten, waarin een aantal scholen iets uitproberen om dat vervolgens over te dragen aan anderen. In dit project ontwikkelen we producten en instrumenten die individuele schoolbesturen verder brengen. We bieden concrete ondersteuning, bijvoorbeeld een ‘virtuele kritische vriend’ aan wie implementatieplannen voorgelegd kunnen worden om hier feedback op te krijgen (voor meer informatie, mail: slimmerlerenmetict@poraad.nl of bel: 0800 321 22 33). Op de korte termijn komt ook een onderwijs ICT-scan beschikbaar en wordt de online zelfhulp verder ingericht. Ook onderzoeken we of een gezamenlijke inkoop en aanbesteding van ICT-middelen schoolbesturen kan ontzorgen en kan bijdragen aan kostenbesparing.

Scholen die al verder zijn met ICT in de klas bieden we de mogelijkheid om versnellingsvragen in te dienen. Een voorbeeld hiervan: ‘hoe kunnen we de ontwikkeling van de leerling volgen, als we met verschillende apps werken, al naar gelang het tempo en het niveau van de leerling?’ We hebben die vraag opgepakt en het product dat wordt opgeleverd, wordt beschikbaar voor alle scholen die dat willen.

Alle scholen realiseren zich dat ze onderwijs van de toekomst moeten geven, al gaat het maar om het leren omgaan met de nieuwe media. Jonge leerlingen zijn al heel behendig met computers, maar dit maakt hen van nature nog geen ‘digital natives’. Zij moeten de vaardigheden ontwikkelen om met media en digitale leermiddelen om te gaan. Om te kunnen beoordelen wat betrouwbaar is en om te kunnen afwegen waarvoor zij internet wel en niet moeten gebruiken. Pas als de leerling mediawijs is, is zij goed voorbereid voor de wereld van morgen.

Simone Walvisch