Simone Walvisch: Groepsgrootte

Een gemiddelde groep in het basisonderwijs telde in 2014 23,26 leerlingen. Om precies te zijn 0,04 kind minder dan een jaar eerder in 2013. Dat berekende de Dienst Uitvoering Onderwijs op basis van een steekproefonderzoek. DUO concludeerde uit die steekproef dat 0,04 kind verwaarloosbaar klein is en dat de groepsgrootte dus de afgelopen tijd stabiel is gebleven. Staatssecretaris Dekker stuurde de bevindingen van DUO op 2 februari jongstleden naar de Tweede Kamer.

Het klinkt een beetje raar om over 0,04 kind te praten, maar op zichzelf zijn deze getallen goed nieuws. Van 2011 tot en met 2013 was er juist een stijgende trend in de groepsgrootte. Op aandringen van onze leden sloeg de PO-Raad in de zomer van 2013 nog alarm over dreigende snel stijgende groepsgrootte, als gevolg van de zogenaamde stille bezuinigingen waarbij de kosten harder stegen dan de inkomsten, en als gevolg van de krimp. En het was duidelijk dat het de schoolbesturen niet langer lukte om alleen te bezuinigen op zaken die de klas niet direct raakten. De rek was eruit.

Vragen

Met het oog op deze ontwikkelingen kwamen het Herfstakkoord en het Nationaal Onderwijsakkoord op een goed moment. Het geld dat daarmee in december 2013 naar scholen kwam, gaf schoolbesturen weer wat lucht.  

Na een half jaar hoorden we in media en politiek de eerste twijfels: Komt het geld wel in de klas terecht? Blijft het niet hangen in de bestuurskantoren? Na driekwart jaar kwamen de volgende vragen. Er was bij het NOA geld beschikbaar gesteld voor behoud en werving van jonge leraren. Kan men aangeven hoeveel jonge leraren behouden zijn of aangesteld zijn?

Snel

Beste mensen, dit gaat te snel. De effecten van de extra middelen laten zich op dit moment nog moeilijk in cijfers vatten. Maar de brief over de gemiddelde groepsgrootte geeft wél een indicatie. Het feit dat ondanks doorgaande krimp en de daarmee gepaard gaande terugloop aan middelen, de gemiddelde groepsgrootte gelijk is gebleven, is positief.

Dat de groepsgrootte nu stabiliseert, bevestigt nog eens dat het geld in ieder geval op de goede plek terechtkomt. In de klas, bij de leerlingen. Daar waar het hoort. Scholen en hun besturen werken er hard aan om te voorkomen dat de groepen groter worden omdat dat niet in het belang is voor het kind waarvoor zij het allemaal doen.

Oftewel, in de woorden van Sander Dekker: ,,De indeling en vorming van groepen is bij uitstek een aangelegenheid die om maatwerk op het niveau van de school vraagt. De resultaten van 2014 bevestigen opnieuw mijn beeld dat scholen de kwaliteit leidend laten zijn in hun afwegingen tussen het beschikbare budget en de personele inzet.”

In het primair onderwijs staat de leerling centraal. Dat was zo, dat is zo en dat blijft zo. Ik blijf dat met liefde herhalen totdat iedereen het weet.

Simone Walvisch