Simone Walvisch: Hét moment

Plotseling zag ik mijzelf op het scherm, als personage in een videogame. Nooit gedacht dat ik dat nog eens zou meemaken. Wanneer ik met mijn handen bewoog, kon ik vliegende letters en cijfers vangen.Op bezoek bij Kennisnet kon ik onlangs even proeven aan allerlei ict-vernuftigheden. Zo kwam ik voor een camera terecht die me in het videospel projecteerde, een ict-toepassing die leerlingen helpt cijfers en letters te leren. Uit onderzoek blijkt dat leerlingen meer gemotiveerd raken, beter presteren en sneller leren door dergelijke games en andere gerichte inzet van ict.

Vaardigheden

Er bestaat al enorm veel didactisch materiaal dat leerlingen mogelijkheden biedt om in eigen tempo en op eigen niveau te leren. Dat adaptieve materiaal kunnen we benutten. Maar het invoeren van ict in de klas is méér dan het digitaliseren van de bestaande lesinhoud.

Leerlingen hebben in de toekomst ook andere vaardigheden nodig: het goed kunnen omgaan met sociale media bijvoorbeeld, of creatieve vaardigheden en probleemoplossend denken. Iets waar onder meer games nuttig bij kunnen zijn. We weten nog niet precies hóe ict het leven van de toekomst gaat beïnvloeden, maar dat dat zal gebeuren, is zeker. Wat dat betreft is het interessant om te zien hoe sommige kinderen al op jonge leeftijd kunnen programmeren, zoals bij zogenoemde CoderDojo-evenementen. Om jaloers van te worden. Deze kinderen leren doorgronden wat voor mijn leeftijdscategorie alleen maar raadselachtig is.

Doorbraak

Schoolbesturen zijn zeer gemotiveerd om na te denken over de invoering van ict in hun scholen. Makkelijk is dat niet. Want hoe kunnen zij ict zo inzetten dat deze aansluit bij de onderwijsvisie en de ontwikkelingsfase van de scholen? En invoering van digitale leermiddelen is niet alleen een onderwijskundige kwestie. Het vraagt om structurele investeringen in de infrastructuur. Er moet bijvoorbeeld een draadloze internetverbinding zijn die genoeg capaciteit heeft. Er moet nagedacht worden over het beheer en het onderhoud van ict-voorzieningen. Het vraagt ict-vaardigheden van de leraren. Wij merken dat er zo veel belangstelling is van schoolbesturen voor een gezamenlijke aanpak, dat het wat mij betreft nu hét moment is voor een doorbraak.

Om een brede invoering van ict in de klas te realiseren, is massa nodig plus een infrastructuur op landelijk niveau. Dan kunnen aanbieders beter inspelen op de vraag. Om dit proces een impuls te geven, is een gezamenlijk Doorbraakproject ICT en Onderwijs ingericht door de ministeries van EZ en OCW en door de PO-Raad en de VO-raad. In dat project denken vragers (schoolbesturen) en aanbieders (educatieve uitgevers, softwareleveranciers, leerlingvolgsystemen, distributeurs) na over de vraag hoe al deze partijen de scholen kunnen ‘ontzorgen’  met een gemeenschappelijke benadering over noodzakelijke randvoorwaarden. Het gaat dan over thema’s die schoolbestuur-overstijgend zijn, zoals de toegang tot digitaal leermateriaal, infrastructuur en connectiviteit, privacybescherming en prijsmodellen.

Ontwikkelingen

Daar blijft het niet bij. De ontwikkelingen rondom ict zijn in een stroomversnelling gekomen. De PO-Raad heeft onder meer gesprekken gevoerd met de Stichting Basispoort die digitaal lesmateriaal achter één inlog organiseert. Basispoort komt binnenkort met een aangepaste gebruikersovereenkomst die met de PO-Raad is afgestemd en waarin onder meer de privacybepalingen zijn aangescherpt.

Ook voeren we gesprekken met de brancheorganisatie van de educatieve uitgeverijen en de Vereniging Digitale Onderwijs Dienstverleners, de brancheorganisatie van onder meer leveranciers van leerlingenadministratiesystemen en leerlingvolgsystemen. In het kader van het Doorbraakproject zal het uitwisselen van (methodegebonden) toetsresultaten tussen de systemen van de uitgevers en leerlingenadministratiesystemen/-volgsystemen worden opgepakt. Dat scheelt leraren veel tijd omdat ze de gegevens daardoor niet meer handmatig hoeven in te voeren. Zo worden de voordelen van ict zichtbaarder.

Het debat over ict gaat verder over Vensters PO waarin scholen digitaal inzicht geven en krijgen in hun eigen resultaten en die van andere scholen. Het gaat over de Overstapservice Onderwijs (OSO) waarvan scholen in deze tijd, nu leerlingen overstappen naar de middelbare school, veel profijt kunnen hebben omdat hun leerlinggegevens digitaal worden overgedragen, met een druk op de knop.

Uiteindelijk is het altijd aan het veld om eigen keuzes te maken die passen bij de eigen school. Aan ons de taak om de schoolbesturen daarbij te helpen en de randvoorwaarden goed te organiseren. We zullen ons inzetten om een omgeving te creëren waarin scholen zelf hun beslissingen voor de toekomst kunnen nemen en hen stimuleren door te pakken. Omdat we het ons simpelweg niet kunnen permitteren af te wachten. Want dan doen we onze leerlingen, die opgroeien in een digitale wereld, tekort. Dit is hét moment.

Simone Walvisch