Simone Walvisch: Het schoolbestuur, de motor van het primair onderwijs

Als er één ontwikkeling is waar vrijwel alle schoolbesturen nu mee te maken hebben, is het wel de leerlingenkrimp. Snelle krimp heeft een enorme impact op scholen: Het heeft gevolgen voor de inrichting van het onderwijs, de financiën, het personeel, de huisvesting. Scholen waarvan het leerlingenaantal snel daalt, zijn kwetsbaar in hun kwaliteit. Het is voor de scholen zelf moeilijk om te anticiperen – dat moeten hun besturen doen. 

Er zijn sterke besturen nodig om op een goede manier met krimp om te gaan. Schoolbesturen kunnen vooruitkijken, ze zien de leerlingprognoses, zien de ontwikkelingen in hun personeelsbestand en kennen de kracht en zwaktes van hun scholen. Ze kunnen de scholen ondersteunen als ze snel kleiner worden en hun onderwijsorganisatie moeten aanpassen. Schoolbesturen kunnen hun scholen stimuleren om van elkaar te leren, of door positieve mobiliteit leraren aanmoedigen om te gaan lesgeven op kleine scholen, waar erg veel van hen wordt verwacht.

De besturen moeten ook naar buiten kijken, vanuit maatschappelijke belangen die boven de individuele school uitstijgen. Als PO-Raad zijn we blij dat de heersende opvatting onder onze leden is dat schoolbesturen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het onderwijsaanbod. Het nemen van die gezamenlijke verantwoordelijkheid is de enige oplossing voor de krimp. Iedere regio kent zo zijn eigen problemen met de krimp. In veel regio’s is men allang met elkaar in gesprek. Daarom moet er een regionale aanpak komen.

Succes

Ik ben blij dat staatssecretaris Sander Dekker daaraan gehoor geeft. En op ons pleidooi om de belemmeringen weg te nemen voor samenwerking tussen scholen en schoolbesturen, heeft Dekker gereageerd met een versoepeling van de fusietoets. Een belangrijke, eerste stap! Daarnaast wordt ook de opheffingsnorm niet verhoogd naar honderd leerlingen, blijft het geld van de kleine scholentoeslag behouden voor het primair onderwijs en wordt de samenwerkingsschool gemakkelijker te organiseren. Al onze punten zijn ingewilligd.

Voor de PO-Raad was de krimp de afgelopen maanden één van de hoofdactiviteiten. We zijn uitgenodigd door de Tweede Kamer om een inleiding te houden op een hoorzitting, we hebben met afzonderlijke partijen gesproken. We zijn veel in regionale media geweest. En we hebben ook verschillende keren met Sander Dekker over de krimp gesproken. Het heeft ons het gevoel gegeven dat er goed gekeken is naar wat de sector nodig heeft om de krimp het hoofd te bieden.

Fusietoets

Er staat nog wel wat op ons wensenlijstje… Ik kan niet vaak genoeg herhalen dat de fusietoets voor het PO helemaal moet worden afgeschaft. Dat zeggen we al vanaf het moment dat die fusietoets in 2011 in het leven werd geroepen: Het is geen instrument dat past bij de bestuurlijke verhoudingen in het PO. Het gaat ons niet om grootschaligheid als doel op zichzelf. Wel om professionele besturen, die scholen kunnen faciliteren en ten minste deskundigheid in huis hebben op het gebied van onderwijskwaliteit, financiën en HRM. Schoolbesturen hebben een zekere omvang nodig om zich zo’n ondersteuning te kunnen veroorloven. Anders gaat het ten koste van het primair proces.

De PO-Raad is daarom al erg blij dat de fusietoets wordt versoepeld, in het kader van de krimp. Toch zou ‘professioneel bestuur’ ook een fusiegrond moeten kunnen zijn. In de 2eKamer zijn voor ’t eerst vragen gesteld over de fusietoets voor het PO, door het CDA.

Het is in het belang van de leerlingen dat besturen de ruimte krijgen om krimp te lijf te gaan. De besturen moeten het doen. Nu we die ruimte krijgen, geef ik Dekker dan ook gelijk wanneer hij zegt dat hij wil zien dat de besturen die verantwoordelijkheid ook echt oppakken. Wij moeten nu laten zien we dat vertrouwen ook waard zijn. Zodra het helder is dat de Tweede Kamer de staatssecretaris steunt in zijn regionale aanpak, gaan we in overleg met onze leden om ‘een aanvalsplan krimp’ te maken.

 

Links for this blog post