Simone Walvisch: iLeren

Tijdens een schoolbezoek kreeg ik een iPad aangereikt met een app voor kleuters: “Hier, doe maar”, werd me gezegd. Maar ik had geen idee wat ik moest doen. Ik zag stippen, die zouden een kind helpen bij het leren letters schrijven. Maar hoe het werkte? Ik wilde instructie voor ik ermee aan de slag ging. De kleuter van nu, zo werd me vervolgens verteld, heeft geen uitleg nodig. Die heeft in een mum van tijd door wat er van haar wordt verwacht.

Kinderen van nu leren anders, blijkt maar weer eens. Digitale apparatuur verleidt kinderen tot onderzoekend leren. Daarnaast bieden digitale leermiddelen nieuwe mogelijkheden. Dankzij deze middelen kan oefenstof worden aangepast aan het niveau van de leerling, wordt het geven van feedback simpeler, en ontstaan individuele leerlijnen. Digitale leermiddelen bieden veel extra’s die de leraar goed kan gebruiken in een tijd waarin veel van het onderwijs wordt verlangd.   

ICT in het onderwijs

Het afgelopen jaar heeft ons netwerk ICT en Innovatie verschillende keren gesproken over de noodzaak om in gezamenlijkheid te werken aan een brede invoering van digitale leermiddelen in de scholen. Er zijn al verschillende scholen die werken met digitaal materiaal dat schoolboeken vervangt. In het speciaal onderwijs bijvoorbeeld worden digitale leermiddelen steeds vaker ingezet om leerlingen op hun eigen niveau te prikkelen. Maar ook in het regulier onderwijs gebeurt dat in toenemende mate.

In alle gevallen geldt dat scholen hun eigen weg kiezen bij de invoering hiervan: sommige scholen kiezen voor de onderbouw, andere voor het vervangen van de rekenmethode in een doorlopende leerlijn. Sommige scholen zijn voorzichtig in hun aanpak om ICT in het onderwijs te integreren, andere zijn wat radicaler. Voor ons speelt de dringende vraag: hoe kunnen we komen tot een sectorbrede doorbraak? Hoe kunnen we de schoolbesturen helpen om planmatig te werken aan de digitalisering van het onderwijs?

Doorbraakprojecten

Het kabinet wil meewerken aan een doorbraak. Het Regeerakkoord spreekt van publiek-private doorbraakprojecten om in diverse sectoren een omslag of versnelling te veroorzaken. Eén doorbraakproject is gericht op onderwijs en is een gezamenlijk project van de ministeries van OCW, EZ en de PO-Raad en VO-raad. Hier liggen kansen om iets aan de randvoorwaarden te doen om een structurele inbedding te realiseren.

Waar denken we aan? Bijvoorbeeld aan aansluiting voor alle scholen op breedband internet, aan meer flexibele licentiemodellen, aan een investeringsfonds voor schoolbesturen zodat frictiekosten betaalbaar worden (schoolboeken kennen een lange afschrijvingstermijn), of zelfs aan de reductie van btw voor ICT-middelen op school. Het is niet zeker dat dit allemaal gaat lukken, maar we proberen in elk geval zo veel mogelijk de belemmeringen weg te nemen.

Digitale leermiddelen

En dan zijn er ook nog de digitale leermiddelen. Een regiegroep van de PO-Raad, bestaande uit twee bestuurders en twee directeuren, heeft zich tot de GEU (Groep Educatieve Uitgeverijen) gewend met het Programma van Eisen dat is opgesteld door ons netwerk ICT en Innovatie. De educatieve uitgeverijen staan voor een dilemma: ze willen wel een ander, meer gedigitaliseerd aanbod ontwikkelen, maar op dit moment is er nog onvoldoende vraag naar. Terwijl de scholen wachten met een grootscheepse invoering van ICT, omdat er nog onvoldoende digitale leermiddelen zijn. Hoe doorbreken we deze patstelling?  Hoe kunnen we daarbij voorkomen dat ICT wordt gebruikt in strijd om de leerling, als middel om met andere scholen te concurreren.

Een wilde gedachte: we moeten ergens beginnen: Natuurlijk is het uiteindelijk aan de schoolbesturen en hun scholen zelf, maar zou het mogelijk zijn om er samen voor te zorgen dat op 1 januari 2015 alle kleuters op alle scholen gebruik kunnen maken van een tablet? Zo sluiten we aan bij de natuurlijke nieuwsgierigheid en verwondering van kinderen. Ook zijn de kleuters de nieuwe generatie die als eerste vertrouwd is met technologisch laagdrempelige ICT.  Als alle scholen tegelijk een aantal tablets aanschaffen voor hun kleuters, kan ICT niet worden gebruikt in de strijd om de leerling, als middel om met andere scholen te concurreren.

Onderzoek wijst uit dat de kwaliteit van interactie met een kind van grote invloed is op de ontwikkelkansen van breincapaciteit en talent. Goede apps en games kunnen daaraan bijdragen. Waar een leraar zijn aandacht moet verdelen over leerlingen, heeft een tablet immers altijd onverdeelde aandacht voor het kind. Let wel, een tablet kan een leerkracht nooit vervangen! Een leerling kan veel ‘iLeren’, maar de leraar blijft hard nodig, voor instructie, voor hulp, om de leerling te sturen. Het beroep leraar wordt er anders door, dat wel. En uiteindelijk wordt het kind er beter van.

Natuurlijk zijn tablets maar een onderdeel van wat er nog meer kan met ICT in het onderwijs. Ik pleit daarom voor een groter plan van aanpak om ICT te benutten bij het verder verbeteren van het onderwijs.

Simone Walvisch