Simone Walvisch: PO, een unieke sector

Vraag een willekeurige Nederlander naar zijn beeld bij een schoolbestuur, en hij zal een beeld schetsen van een bestuur van een grote onderwijsinstelling: een groot onderwijsgebouw, misschien zelfs wel een campus, en duizenden leerlingen of studenten en ook honderden medewerkers.  Zo’n schoolbestuur vind je niet in het primair onderwijs.

Wat nog wel eens wordt vergeten, is dat het primair onderwijs weliswaar ook schoolbesturen heeft – dat is eigen aan ons grondwettelijk stelsel van vrijheid van onderwijs – maar dat die een heel ander beeld laten zien dan die in de andere onderwijssectoren. De bestuurlijke schaal is over het algemeen anders, de verhouding tussen de besturen en de schoolteams is anders, de scholen zelf zijn kleinschalig en staan midden in de wijken.

Afgelopen donderdag was de PO-raad te gast bij de Vaste Kamercommissie OCW over de governance in het PO. En het was dit thema dat ik de Kamerleden heb aangereikt, omdat het besef dat het primair onderwijs een unieke sector is, van belang is wanneer er governanceregels voor het onderwijs worden gemaakt. Denk met name aan de kleinere schoolbesturen.  Zo zijn er nog steeds 499 éénpitters. Het is dus niet ‘one size fits all’, als het over goed bestuur gaat.

Ruimte

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker presenteerden vorig jaar april plannen om de bestuurskracht in het hele onderwijs te versterken. Dat dat moet gebeuren, daar zijn we het van harte mee eens. Maar het gesprek in de Tweede Kamer gaat vaak over hét onderwijs, zonder onderscheid te maken in de sectoren. En generieke regels schieten soms hun doel voorbij. Bijvoorbeeld de Regels voor een Jaarverslag: als een jaarverslag aan steeds meer regels moet voldoen, dan betekent dat voor schoolbesturen een flinke extra belasting. En het primair onderwijs kent erg  weinig overhead die zo’n jaarverslag schrijven kan. Dus: verantwoorden ja, maar beperk de lastendruk.

We hebben de Tweede Kamer gevraagd hier rekening mee te houden. Bovendien hebben we de Kamer gevraagd om schoolbesturen, van wie professioneel bestuur wordt gevraagd, ook de ruimte te geven om te kunnen besturen. Goed besturen is het maken van integrale afwegingen. Een voorbeeld daarvan is de verplichte aansluiting voor besturen bij het Vervangingsfonds. Het Vervangingsfonds is een declaratiesysteem dat schoolbesturen niet prikkelt om het ziekteverzuim van hun leraren aan te pakken. De premie voor het VF stijgt, is in 2014 al 8,2 procent. Het zou beter zijn wanneer schoolbesturen zelf de verantwoordelijkheid  zouden krijgen (en nemen) voor een goed ziekte- en vervangingsbeleid. Hierbij moeten we natuurlijk wel een voorziening creëren voor kleinere besturen om te voorkomen dat zij een te groot financieel risico lopen.

Kwaliteit

Los van dit alles is het stellen van regels niet de beste manier om de kwaliteit van het bestuur te versterken. Want daar hebben onze besturen zelf de belangrijkste rol in. Die rol pakken wij als PO-Raad ook. Eind november heeft een externe adviescommissie onder voorzitterschap van Pauline Meurs daarover een advies aan ons uitgebracht. Meurs benadrukte in dat kader de urgentie voor professionalisering van het bestuur. Kern van het advies van Meurs is dat alle schoolbesturen een eigen professionaliseringsagenda moeten opstellen. Het draagvlak voor dat advies bij onze leden is groot.

Sinds 2010 kent de sector haar eigen Code Goed Bestuur PO. Daarin staat beschreven waaraan een goed bestuur moet voldoen. Onze leden zien de code niet als een vrijblijvend document, maar als een code waaraan zij gewoonweg moeten voldoen en waarop ze elkaar willen aanspreken.

Het opzetten van een monitor, waarmee kan worden gecheckt of besturen zich ook daadwerkelijk aan de Code houden, kan een volgende stap zijn voor de sector. Daarnaast stimuleren we besturen ook van elkaar te leren in zogenoemde bestuurlijke visitaties of lerende netwerken. We zullen verder voorstellen de Code aan te passen en het belang van professionalisering van het bestuur erin op te nemen. Tijdens de Algemene Ledenvergadering op 5 juni, zullen we hierover verder praten.

Zijn we daarmee ooit klaar? Nee, zelfs al weet iedereen straks dat het primair onderwijs een eigen benadering verdient, dan nog zal het versterken van de bestuurskracht altijd onze aandacht krijgen. Want daarmee maken we het onderwijs beter. En daarin verschillen we dan weer niet met de andere onderwijssectoren. Want beter onderwijs, dat willen we allemaal.

Simone Walvisch