Simone Walvisch: Resultaat geboekt

Terwijl het hele scholenveld in vakantiestemming is, de leerlingen hun laatjes opruimen, leraren de rapporten schrijven en velen de koffer al hebben gepakt, is het  goed om even  terug te blikken op het afgelopen schooljaar. Een bewogen jaar voor het primair onderwijs, maar ook een jaar waarin de PO-Raad en haar leden een duidelijk stempel hebben kunnen drukken op het onderwijsbeleid.

Ik heb nog goed voor ogen dat de Onderwijsraad in maart in haar advies over de leerlingenkrimp voorstelde de opheffingsnorm van scholen te verhogen naar honderd leerlingen. Dat moest helpen voorkomen dat te veel kleine scholen zouden omvallen of aan kwaliteit zouden verliezen. De Onderwijsraad signaleerde dat de diversiteit van ons onderwijsaanbod in het gedrang kon komen. De discussie over de gevolgen van de krimp en wat wel en niet moest gebeuren, laaide in alle hevigheid op.

Als PO-Raad vreesden we dat er een heftige discussieoverde scholen gevoerd zou worden en niet door het onderwijsveld zelf. Dat de politiek weg zou lopen met dit onderwerp, met de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 in het vooruitzicht. En eerlijk gezegd, als een onderwerp een grote politieke lading krijgt, is dat niet altijd in het belang van de scholen, de leerlingen en hun ouders.

Maar gelukkig hebben we er voor kunnen zorgen dat zowel OCW als de Tweede Kamer goed hebben geluisterd naar de inbreng vanuit ons veld. De PO-Raad heeft het advies van de Onderwijsraad kunnen omzetten in een eigen, succesvolle actie voor een goed krimpbeleid. We organiseerden zes regionale bijeenkomsten samen met de profielorganisaties, en waren op grond daarvan inleider bij een hoorzitting over de krimp die door de Tweede Kamer werd georganiseerd. We hebben steeds benadrukt dat de schoolbesturen zelf, in een gezamenlijke regionale aanpak, aan zet zijn om tot oplossingen te komen voor een duurzaam en divers onderwijsaanbod. Dat de sector primair onderwijs optrad met één stem, leidde ertoe dat onze stem gehoord werd.

Het resultaat was ernaar. Er komt geen opheffingsnorm van honderd leerlingen, wel veel meer ruimte voor samenwerking tussen scholen en tussen schoolbesturen, een flink afgeslankte fusietoets (al hadden we het liefst gezien dat de fusietoets helemaal van tafel ging...). Ruimte om de middelen van de kleine scholentoeslag anders in te zetten, waarbij van belang is dat de kleine scholentoeslag behouden blijft. Geen straf op samenwerking of samengaan. Dat moet wel een stimulans zijn op al die plekken waar nu al de gesprekken tussen schoolbesturen gaande zijn over nadere samenwerking.

Wat mij betreft was dit voor onze sector en voor de PO-Raad het grootste resultaat van het jaar. Het  komende schooljaar zal de krimp voor veel schoolbesturen probleem nummer één zijn, die om een toekomstgerichte visie vraagt. Samen met een aantal andere ‘problemen nummer één’.  Hoe gaan we passend onderwijs goed vorm geven en invoeren? Hoe kunnen we tegelijkertijd  aan alle kwaliteitseisen voldoen? En wat gaat het onderwijs straks merken van de zes miljard euro bezuinigingen die het kabinet gaat doorvoeren? Wat heeft Prinsjesdag voor de schoolbesturen in petto?

In het nieuwe schooljaar gaan we hier nog heel veel over horen. Maar eerst vakantie om op adem te komen. En daarna met volle kracht vooruit! Zodat we ook van dat jaar een succes kunnen maken.