Simone Walvisch: 'We moeten de vijver vergroten'

Een tijdje geleden kreeg ik een brief van Eva, een studente die de deeltijdpabo deed. Ze had een universitaire master gehaald in een sociale wetenschap en daarna pas bedacht dat ze wilde lesgeven in het basisonderwijs. Ze schreef zich in voor een driejarige (!) deeltijdopleiding, waarbij niet gekeken werd naar haar vooropleiding. Eva was niet positief over de deeltijdpabo – en dat is een understatement. Ze ergerde zich verschrikkelijk aan het tempo en aan het niveau dat van haar gevraagd werd. Ze wilde een signaal afgeven.  

Hoe kan een lerarenopleiding leraren opleiden die straks adaptief onderwijs moeten geven, terwijl de opleiding zelf geen rekening houdt met verschillen?

Ik vond deze brief om meerdere redenen frappant. Ten eerste: hoe kan een lerarenopleiding leraren opleiden die straks adaptief onderwijs moeten geven, terwijl de opleiding zelf geen rekening houdt met verschillen? ‘Teach what you preach’, is het gezegde. Ten tweede: wij zouden graag zien dat de pabo’s dit soort studenten koesteren. Wij denken dat leraren met een universitaire vooropleiding én een leraarsbevoegdheid een goede rol kunnen spelen in het evalueren van het onderwijs binnen hun team. Ik begreep dat na een half jaar één derde van de studenten al was afgehaakt. Ten derde: gezien de lerarentekorten die er aan komen, heeft het primair onderwijs de komende jaren nieuwe doelgroepen nodig. We moeten de vijver vergroten.

Mijn stellige opvatting is dat we in het primair onderwijs meer hoger opgeleide leraren nodig hebben. We horen vanuit het veld dat één of twee universitair opgeleide leraren in een team het verschil kunnen maken. Het beroep van leraar is aan het veranderen. De pedagogische relatie zal altijd belangrijk blijven, maar daarnaast wordt meer verwacht van de intellectuele competenties van de leerkracht: het analyseren van de leerprocessen en leerresultaten van de leerlingen, individueel en per groep, het nadenken over extra instructie of een andere aanpak, het gebruiken van kennis over onderwijs die elders is vergaard. Als we bedenken dat in de toekomst op veel scholen gewerkt zal worden met een ‘slanke leerlijn’, waarbij de leerkracht (modulair) het digitale lesmateriaal uitkiest dat bij een leerling past – dan moet die leerkracht voldoende curriculumbewustzijn hebben.

Waarom zouden studenten met een master op zak hun lesbevoegdheid moeten halen via een hbo-traject?

De PO-Raad pleit al langer voor meer hoger opgeleiden. In november 2015 hebben we samen met de VSNU een verkenning uitgebracht naar een universitaire lerarenopleiding voor het basisonderwijs. Gelukkig heeft de Nijmeegse Radboud Universiteit onze aanzet opgepakt. We hopen dat hier in september 2017  de eerste universitaire bachelor voor het basisonderwijs van start gaat: een opleiding waarmee je in drie jaar tijd je lesbevoegdheid behaalt. Een aantal schoolbesturen in de regio werkt nu al samen met de Radboud Universiteit om zinvolle opdrachten voor de aankomende studenten te formuleren. Onderzoeksopdrachten die voortkomen uit de vragen van de scholen.

Voor studenten als Eva stelden wij in onze verkenning een anderhalf-tot-tweejarige universitaire master voor, voor academici die in eerste instantie niet zijn opgeleid voor het onderwijs, maar daar na afronding van hun studie alsnog voor willen gaan. Een positie als teacher-leader is dan een mogelijk carrièreperspectief. Waarom zouden deze studenten een bevoegdheid moeten halen via een hbo-traject?

Wij beogen geen concurrentieslag met de pabo’s of met de Academische pabo’s (ALPO’s). Wij willen nieuwe doelgroepen aanboren. Dat is hard nodig, met het oog op het verwachte lerarentekort. Als we niets doen, zal het aantal onvervulde vacatures in het po in 2020 verviervoudigd zijn ten opzichte van nu.

Dat gaan we niet oplossen met alleen een universitaire lerarenopleiding. Willen we het beroep aantrekkelijker maken, dan is daar een passend salaris voor nodig. Dat was ook de boodschap van de brandbrief die onze collega’s van de AOb vorige week naar de Kamer stuurden: ‘Het wordt tijd dat politici inzien dat leraren hoogopgeleiden zijn. Reparatie om in de buurt te kunnen blijven van andere hoogopgeleiden is een miljoenenoperatie.’

Met alle respect voor de uitzonderingen, maar hier toont zich wederom de prelude op een niveaudaling van het beroep leraar

Als het over lerarentekorten gaat, is men vaak geneigd om de instroom in de pabo te vergroten door de mbo-instroom te bevorderen. In het kader van het Kansenplan heeft minister Bussemaker het startsein gegeven voor een traject waarin een aantal hogescholen in de Randstad mbo-ers beter voorbereiden op de pabo. Het is niet de bedoeling dat de kwaliteitseisen van de pabo doorkruist worden. Toch is ons veld hier niet helemaal gerust op: een tweet van  een Brabantse schoolbestuurder luidde “Met alle respect voor de uitzonderingen, maar hier toont zich wederom de prelude op een niveaudaling van het beroep leraar.” Deze ongerustheid is niet gek en leeft breed, gezien de ervaringen tussen 2000 en 2010.  De mbo-instroom was destijds op sommige pabo’s zelfs vijftig procent. Voor de diversiteit in de lerarenpopulatie is dat geen goede zaak.

Wat betreft het Kansenplan: wij allen willen goede kansen voor jongeren om door te stromen in het onderwijs, maar we willen zeker ook leraren die de kwaliteit hebben om de kansen van kinderen al in het primair onderwijs te onderkennen en te stimuleren!