Van eindtoets naar doorstroomtoets

Er mag dan een discussie gaande zijn, over één ding verschillen de meningen vrijwel niet: We moeten leerlingen niet meer zo vroeg selecteren. Je kansen op de arbeidsmarkt, de vervolgopleiding die je doet, ze worden nu immers voor een belangrijk deel bepaald door je ontwikkeling op de basisschool. Door het schooladvies dat je krijgt en het resultaat dat je haalt op de eindtoets. Want meerdere opleidingen volgen of van niveau wisselen op de middelbare school, dat is zo vanzelfsprekend (nog) niet.


Dat moet anders, vinden verschillende politieke partijen en organisaties in het onderwijs, waaronder de PO-Raad. Een mens zou veel langer de mogelijkheid moeten hebben om zich te ontwikkelen. Toch gaat het gesprek nog maar mondjesmaat over de vraag hoe we dit met elkaar kunnen organiseren. Focus ligt vooral - en dat bewijst hoeveel druk er nog altijd op ligt - op de vraag of de eindtoets voor of na het schooladvies moet worden afgenomen. En op de vraag hoe zwaar beiden zouden moeten wegen bij de overgang naar de middelbare school. En dan hebben we het nu even niet over het incident vorige maand met een aantal eindtoetsen.

Die discussie wordt mede ingegeven door diverse onderzoeken. Deze week wordt de evaluatie verwacht van de wet die sinds vier jaar van kracht is en bepaalt dat de eindtoets een soort second opinion is en na het schooladvies moet worden afgenomen. Het schooladvies is daardoor leidend bij de overgang naar de middelbare school. Als een kind op de eindtoets hoger scoort dan het schooladvies, dan is de school verplicht het advies nog eens tegen het licht te houden. Dat leidt soms tot een verhoging van het schooladvies, soms ook niet.

Wat zegt een toetsuitslag?

Opvallend is dat daarbij vaak wordt geredeneerd dat het systeem beter werkt als vaker naar boven wordt bijgesteld. En dat het pas echt goed werkt, als schooladvies en toetsadvies honderd procent overeenkomen. Terwijl de school, die een kind acht jaar lang heeft meegemaakt en breed kijkt naar de ontwikkeling van een kind, gewoonweg wel eens tot een ander oordeel kan komen dan de toets die alleen kijkt naar prestaties op taal en rekenen. Dat neemt niet weg dat het belangrijk is ook die toets serieus te nemen, die kan namelijk wel eens verrassen. Bij twijfel over een leerling kan de uitslag doorslaggevend zijn, reden om het schooladvies onderbouwd naar boven bij te stellen, of niet. Bij een ander is de toets niet meer dan een bevestiging van het schooladvies. Het heroverwegen van het schooladvies is dus altijd maatwerk. En wie anders dan de school, met al zijn expertise en ervaring, kan de toetsuitslag op waarde schatten?

Daar staat tegenover dat de Inspectie van het Onderwijs in verschillende versies van haar Staat van het Onderwijs concludeerde dat leraren bij sommige leerlingen onbewust voorzichtig zijn in hun schooladvies. Het schooladvies van kinderen met lager opgeleide ouders, wordt ondanks gelijke capaciteiten minder snel naar boven bijgesteld dan het advies van kinderen met hoger opgeleide ouders. Natuurlijk moet dat anders, maar zorgelijk is het nu vooral omdát het schooladvies van een kind nu nog zo bepalend is voor zijn toekomst.

Verbeteringen nodig

Maar dat veranderen, vergt een langere adem. Daarom vindt de PO-Raad dat voor gelijke kansen ook op de korte termijn verbeteringen nodig zijn. Het schooladvies (de film van het kind) moet wat ons betreft leidend blijven, maar kan krachtiger worden als de eindtoets (de momentopname) ín het schooladvies wordt meegenomen en dus eerder in het jaar wordt afgenomen. De toets krijgt dan eenzelfde rol als een röntgenfoto heeft voor een arts. Dat is geen motie van wantrouwen in de arts, of in leraren. In tegendeel. Wat is er professioneler dan je eigen oordeel staven met een objectief gegeven?

Ook het Centraal Planbureau en onderzoekers van de Universiteit Utrecht adviseerden onlangs om de eindtoets onderdeel te maken van het schooladvies. Want als het gaat om het goed op niveau inschatten van een kind, is noch het schooladvies noch de eindtoets per definitie altijd ‘superieur’ aan de ander, stellen ze. Welke van de twee het niveau van het kind beter voorspelt, is paradoxaal genoeg namelijk afhankelijk van het niveau van het kind. Om de voordelen van beide adviezen beter te benutten en de nadelen te ondervangen, is het dan ook beter om informatie uit de eindtoets in het schooladvies te benutten, aldus de Utrechtse onderzoekers.

Toch wordt dit pleidooi veelvuldig uitgelegd als een voorstel om terug te gaan naar de situatie van voor 2014. Toen was het toetsadvies vaak allesbepalend voor de toelating op de middelbare school en de druk op kinderen om goed te presteren, enorm. 

Maar terug naar het oude is geenszins wat de PO-Raad betoogt, noch wat de onderzoekers voorstaan. Onze oproep luidt dan ook om de komende maanden een serieuze discussie te voeren over de toekomst van de eindtoets en het schooladvies en daarbij vooral voor ogen te houden wat we uiteindelijk allemaal willen: een einde aan de vroegselectie en meer ontwikkelkansen voor álle kinderen. Daarmee wordt de eindtoets vanzelf een gewone doorstroomtoets en zowel schooladvies als toets gewoonweg minder zwaar beladen.

Een leven lang ontwikkelen

Dan kunnen we ons richten op de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat kinderen hun talenten echt maximaal kunnen ontplooien. Hoe we het makkelijker kunnen maken om met een MBO diploma op zak nog een HBO-opleiding te volgen. Welke mogelijkheden er zijn voor een leerling op het vwo om naast theorie- ook praktijkvakken te volgen en welke mogelijkheden een vmbo-leerling heeft om naast praktijk ook theoretische kennis op te doen. Kortom, hoe we van leerplicht een ontwikkelrecht maken waarbij ieder kind zijn eigen pad kan doorlopen. Wie afgelopen vrijdag op ons congres was, heeft van onze dagvoorzitter Eus (Özcan Akyol) kunnen horen hoe hem dat had kunnen helpen. Hij heeft zijn carrière niet aan het onderwijs te danken, maar aan zijn eigen leergierigheid en doorzettingsvermogen.

Gelukkig ontpoppen zich intussen steeds meer initiatieven en ideeën die de vroegselectie zo lang mogelijk proberen uit te stellen: brede brugklassen, een doorgaande ontwikkellijn voor kinderen van 0 tot 18 jaar, één wet voor het funderend onderwijs, maatwerkdiploma’s, 10-14-onderwijs en meer mogelijkheden om op de middelbare school van niveau te wisselen en later opleidingen te stapelen.

Ze zijn het bewijs dat het huidige systeem knelt. Met de zoveelste discussie over de toekomst van de eindtoets en het schooladvies in volle gang, is dít dan ook het moment om door te pakken en hier samen echt werk van te maken. Want de ontwikkeling van een kind stopt niet na de basisschool. Ik gun iedereen een leven lang ontwikkelen.

Ons standpunt in het kort

Infographic Van eindtoets naar doorstroomtoets(klik op de afbeelding om deze te vergroten)