Vol gas

In maart schreven wij het nog maar weer eens op (in Trouw): “Laat de kansen van peuters niet afhangen van hun achtergrond”. Samen met de kinderopvangsector en de gemeenten voeren we al jaren argumenten aan om naar één basisvoorziening voor alle peuters toe te groeien. De politieke wil om dit te doen, ontbreekt helaas nog steeds. En dat is ontzettend jammer, want met echte integrale kindcentra, een basisvoorziening, of hoe je het ook noemt, kunnen we werken aan een doorgaande leerlijn en kunnen we talenten van kinderen beter en doelgerichter ontwikkelen.

Het is een ontwikkeling waarover de Taskforce samenwerking kinderopvang en onderwijs al in maart 2017 positief adviseerde aan ons kabinet. Het kabinet op zijn beurt noemde de adviezen van de taskforce ‘gedegen en zeer goed leesbaar’ en kwam met een reactie, waarin onder meer gepleit wordt voor het aanpakken van segregatie.

Wij willen ook dat alle kinderen dezelfde kansen krijgen om met de goede bagage aan de basisschool te beginnen. Hiervoor is meer samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs noodzakelijk en wenselijk. Alleen blijven wet- en regelgeving nog steeds achter. Evenals de wens om budgetten te ontschotten en/ of bundelen, zoals de Taskforce ook al adviseerde.

Wij willen ook dat alle kinderen dezelfde kansen krijgen om met de goede bagage aan de basisschool te beginnen.

Juist daarom is de recent verschenen btw-handreiking een goede stap in de juiste richting. Hiermee kunnen samenwerkende onderwijsinstellingen en kinderopvangorganisaties makkelijker en zonder onnodige kosten onderling personeel uitwisselen, waardoor bijvoorbeeld personeelstekorten tijdelijk kunnen worden opgevangen. Daarnaast zorgt deze ‘uitruil van personeel’ tussen organisaties ervoor dat het werk voldoende uitdagend blijft voor het zittende personeel.

Maar als we écht structurele samenwerking tussen onderwijs en kinderopvangorganisaties willen, dan zijn er nog meer verbeterstappen nodig. Neem bijvoorbeeld de voorscholen. Wij horen van onze leden, maar lezen ook in de media dat de drempel om peuters naar een voorschoolse voorziening te laten gaan hoger is geworden, doordat de financiering ingewikkelder wordt en alle ouders, ook minima, een (geringe) eigen bijdrage moeten betalen. De PO-Raad heeft vanaf het allereerste begin gewaarschuwd voor het risico dat er peuters om deze redenen zouden ‘verdwijnen’ en met deze signalen, uit het hele land, zou als de wiedeweerga een onderzoek ingesteld moeten worden.

Maar als we écht structurele samenwerking tussen onderwijs en kinderopvangorganisaties willen, dan zijn er nog meer verbeterstappen nodig.

De PO-Raad vindt het, samen met de kinderopvangsector en gemeenten, belangrijk dat alle peuters minstens vier dagdelen per week kunnen deelnemen aan een voorschools programma dat hen stimuleert om te leren en zich te ontwikkelen. Alleen lijkt het erop dat met de hogere eigen bijdrage, de bezuiniging op het onderwijsachterstandenbeleid en het wegvallen van gemeentelijke subsidies, deze ambitie niet haalbaar is. En dat terwijl wij vinden dat alle kinderen dezelfde kansen moeten krijgen en wij iedere peuter een goede start op de basisschool wensen.

En dan is er nog een probleem, namelijk dat op veel plekken kinderopvangorganisaties net als het onderwijs kampen met structurele personeelstekorten. Het tekort aan pedagogisch medewerkers in de kinderopvang raakt het tekort aan onderwijsassistenten in het primair onderwijs, want de beroepsgroepen beconcurreren elkaar deels op dezelfde arbeidsmarkt. Wij vinden dat de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs hierin een oplossing kan bieden. Door (nieuwe) uitdagende functies te creëren met meer uren, die ook nog eens passen binnen beide sectoren kun je wellicht meer personeel aantrekken. Hier zetten wij ons ook vol voor in!

De PO-Raad wil een sterke en brede basisvoorziening, want dat is voor de ontwikkelkansen van jonge kinderen beter en voor personeel interessanter en dus aantrekkelijker. Daarnaast levert zo’n voorziening een flinke reductie van administratieve lasten op. Politiek, maak nu eens echt werk van een goede inrichting van het voorschoolse stelsel, kijk vanuit het belang van het kind en zorg dat wetten en regels die samenwerking in de weg staan, worden weggenomen!