Vooruitblik

De halfjaarlijkse Algemene Ledenvergadering van de PO-Raad staat weer voor de deur. Op 1 december treffen wij de leden en treffen de leden elkaar weer in Antropia. Het wordt een drukke bijeenkomst; er hebben zich al 200 leden aangemeld. Die belangstelling is bemoedigend, want een drukbezochte ALV is van belang voor het verenigingsleven. En een rijk verenigingsleven is weer een voorwaarde voor een sterke PO-Raad.

Deze keer staat onder andere de evaluatie van 4 jaar PO-Raad op de agenda. Heeft de PO-Raad gebracht wat men er van verwachtte? Wat is de afgelopen periode bereikt? Zijn de leden tevreden over de wijze waarop het bestuur de kerntaken van de PO-Raad uitvoert? Deze vragen zijn ook gesteld in een ledentevredenheidsonderzoek. De uitkomsten van deze enquête waren helder. De leden waren in overgrote meerderheid (86 %) positief over de PO-Raad, maar 14 % zag de meerwaarde van de PO-Raad nog niet. Die 14 % vinden we een te hoog percentage en we gaan dan ook nader onderzoeken hoe deze groep van leden er uit ziet. Ook helder is de absolute nadruk die de leden leggen op de belangenbehartiging. De voornaamste bestaansgrond van de PO-Raad is volgens hen dat de sector PO met één stem naar buiten treedt. Op dit punt zijn de leden kritisch: heeft de politieke lobby wel voldoende opgebracht? Als bestuur zitten we op dit punt met het dilemma dat de lobby de afgelopen periode door ons veel beter is georganiseerd. Maar een politieke lobby vindt bij uitstek niet in de openbaarheid plaats, juist om effectief te kunnen zijn. Tegelijk moeten we beter zichtbaar maken welke inspanningen we op dit gebied plegen en welke resultaten we behalen. Een recent voorbeeld is de aandacht van de Tweede Kamer voor de onderwijshuisvesting.

De ledenenquête was één bron voor onze evaluatie, een hele serie gesprekken die het bestuur heeft gevoerd met leden in het land was voor ons een tweede bron. We hebben die gesprekken als heel plezierig en constructief ervaren. Met de oprichting van een PO-Raad in 2008 stond er niet onmiddellijk een vereniging waarmee de leden een binding hadden. Maar in de afgelopen 4 jaar is er een vereniging ontstaan: de sfeer is nu veel meer 'de PO-Raad, dat zijn wij', dan in het begin. Bij alle bijeenkomsten die we hebben bezocht, was een positieve houding ten opzichte van de gedachte dat een hechter contact wenselijk was tussen leden en bestuur van de PO-Raad. Welke vorm dat contact krijgt, is per regio verschillend, afhankelijk van de bestaande netwerken.

Volgende week de ALV. Dan bespreken we de evaluatie van 4 jaar PO-Raad, en kijken we vooruit. Ik ben er van overtuigd dat ook deze ALV weer zal bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de PO-Raad tot een sterke sectororganisatie.