Wim Ludeke: Bestuurlijke moed

Met de duidelijkheid die er inmiddels geschapen lijkt te zijn rond de wetgeving Passend onderwijs, zie je onderwijsland stevig in beweging komen. En dan met name het bestuurlijke deel daarvan. Niet geheel onlogisch: de gigantische omslag om van zo'n 220 samenwerkingsverbanden terug te gaan naar 75 vraagt veel. Veel bestuurlijke drukte dus, wordt dan vaak badinerend gezegd. Onzin.

Deze operatie vraagt in eerste instantie actie op bestuurlijk niveau: visies moeten opnieuw worden geformuleerd en op elkaar worden afgestemd, er dienen uitgangspunten met elkaar te worden gedeeld, bijvoorbeeld over wat er binnen de nieuwe samenwerkingsverbanden onder basisondersteuning verstaan dient te worden, de benodigde ondersteuning dient afgezet te worden tegen het verminderde budget dat daarvoor beschikbaar komt, er moet een nieuwe rechtsvorm worden opgericht etc., etc.

En of men dat nu leuk vindt of niet, daar is bestuurlijk overleg voor nodig en inderdaad, met het risico dat de mensen die het uiteindelijk allemaal in de klas moeten uitvoeren, nauwelijks meegenomen worden. Er ligt echter nog een ander risico op de loer. Het risico dat al deze inspanningen niet leiden tot een wezenlijke verandering. Dat de kern van Passend onderwijs niet bereikt wordt. En een belangrijk element van die kern is dat de verantwoordelijkheid voor leerlingen die extra aandacht nodig hebben niet alleen maar ligt bij het speciaal onderwijs, maar een gedeelde, collectieve bestuurlijke verantwoordelijkheid is. En dat is niet alleen winst, maar past ook bij de maatschappelijke opdracht die wij als onderwijs hebben meegekregen: met overheidsgeld kinderen en jongeren goed onderwijs bieden, niet meer en niet minder.

In een dergelijke opdracht past noch onderlinge concurrentie op een goed aanbod voor leerlingen met een extra onderwijsbehoefte, noch je op je eigen terrein terugtrekken. Wil die opdracht goed uitgevoerd worden, dan vraagt dat samenwerking en al helemaal wanneer die opdracht Passend onderwijs heet. Samenwerking tussen so-scholen onderling, samenwerking tussen sbo's, samenwerking tussen so, sbo en regulier basisonderwijs. Om met elkaars kennis en inzet voor alle leerlingen een zo goed mogelijk onderwijsaanbod te realiseren. Wanneer we dat voor elkaar krijgen dan krijgt Passend onderwijs eindelijk een gezicht. En daar is een beetje bestuurlijke drukte voor nodig, maar nog meer bestuurlijke moed.

Wim Ludeke