Wim Ludeke: Passend Onderwijs

Wim LudekeDe kogel is dan eindelijk door de kerk: ook de Eerste Kamer is akkoord gegaan met de wet Passend Onderwijs. Weliswaar met de nodige, in een drietal moties ondergebrachte kritische kanttekeningen, maar toch. De moties betroffen verschillende onderwerpen. Allereerst de zorg voor leerlingen met een gedragsproblematiek: verwacht wordt dat deze groep, eenmaal opgenomen in het reguliere onderwijs, het meeste risico loopt om er via een schorsing (weer?) uit te vallen. In een tweede motie werd gepleit om een Landelijke Geschillencommissie in te richten. Specifiek bedoeld om conflicten tussen deelnemende besturen aan een samenwerkingsverband in oprichting door een externe partij te laten beslechten (bijvoorbeeld over de stemverhouding, maar er kan ook gedacht worden aan SO-besturen, die door hun collega's uit het reguliere onderwijs even 'in de wacht' gezet worden en mogen aansluiten wanneer het samenwerkingsverband min of meer gevormd is). In de derde motie werd aandacht gevraagd voor de financiële positie waarin met name de PO-besturen zich bevinden. Achterliggende ratio: zijn schoolbesturen überhaupt wel in staat om ook de financiële consequenties van Passend Onderwijs te dragen, zeker wanneer hun samenwerkingsverband te maken krijgt met de vermaledijde verevening.

Is er met het aanvaarden van deze wet nu een einde gekomen aan een dossier waaraan menigeen een chronische migraine heeft over gehouden? Dat valt nog maar te bezien. Natuurlijk: het is goed dat er nu eindelijk duidelijkheid is over de ingangsdatum van deze wet. Nóg een jaar uitstel zou de laatste energie en motivatie weggezogen hebben uit die schoolbesturen die, soms met frisse tegenzin, wel degelijk een eind op streek waren in dit proces. Zij kunnen nu door, daarnaast kan de groep die nog in de veronderstelling en hoop leefde dat dit alles wellicht zou overwaaien, nu uit de startblokken. Maar er liggen toch nog wel wat aandachtspuntjes. Zo is bijvoorbeeld de medezeggenschap niet naar ieders tevredenheid ingericht. Met name de discussie of de verregaande samenwerking die besturen met elkaar aan moeten gaan nu wel of niet de instemming van betrokken MR-organen nodig hebben, hield en houdt de gemoederen hevig bezig. OCW ziet die noodzakelijkheid niet, want er is sprake van een bij wet verplichte samenwerking, ouder- en vakorganisaties bestrijden die visie. De oplossing die er nu gekozen is, is even simpel als Hollands: met betrekking tot dit onderwerp zijn de partijen het met elkaar eens dat ze het oneens zijn.

Ook de samenstelling van de zogenaamde Ondersteuningsplanraad (4x woordwaarde), blijft de aandacht vragen. Werd in een eerder stadium door OCW al de constructie verzonnen dat 'niet iedere MR daarin hoeft te participeren' (daarbij slim open latend wat voor circus er ingericht wordt wanneer de MR'en van de 80 besturen binnen een samenwerkingsverband wél willen deelnemen), nu is daaraan toegevoegd dat bijvoorbeeld ouders binnen de Ondersteuningsplanraad weliswaar voorgedragen worden door een schoolbestuur, maar niet per sé ook lid hoeven zijn van de MR van die school.

Grootste zorg is er natuurlijk nog altijd of deze wet, ooit vanuit een idealistisch standpunt gestart, maar al zeer snel verworden tot een financieel beheersingsinstrument, de leerlingen met een speciale onderwijsbehoefte voldoende te bieden heeft. De tijd zal het leren, maar laten we er met elkaar in ieder geval voor waken dat diezelfde leerlingen niet de proefkonijnen van deze wet worden. U zou dat uw eigen kind ook niet aan willen doen.

Wim Ludeke