Weblogs

  • De diversiteit in onze sector is enorm: diversiteit in omvang van schoolbesturen, in omvang van scholen, in denominaties, in onderwijskundige inrichting. Er zijn grote en kleine scholen, grote stads- en plattelandsscholen. Van de 1113 schoolbesturen in het PO zijn er 490 zogenoemde eenpitters, besturen met één school. Dat is 40 % van het totaal aantal besturen. Daarnaast zijn er 212 schoolbesturen met twee tot vijf scholen. Samen vormen deze kleinere besturen 63 % van het totaal.

  • Opgroeien is een ingewikkeld proces. Ik zie het aan mijn eigen kinderen. Het is een proces van groeien, vertrouwen krijgen, af en toe hard je neus stoten en leren van je fouten. Toen ik in de zomer terugkeek op het afgelopen schooljaar, zag ik dit ontwikkelproces ook duidelijk aan het primair onderwijs. Ze was toen al niet langer het kleine zusje in de onderwijsfamilie, maar een stuk volwassener geworden. Zelfbewuster en beschikkend over een grotere dosis zelfvertrouwen.

  • De laatste maanden is de PO-Raad ongelooflijk veel in gesprek met schoolbestuurders, P&O-ers en schoolleiders over de implementatie van de nieuwe CAO PO. De eerste periode na het tekenen van het onderhandelaarsakkoord ging het vooral om het geven van informatie: Wat betekent deze afspraak nu precies? Hoe moet ik dat lezen? Hebben jullie ook geregeld wat we moeten doen met …? 

  • Er is een onderwerp dat even belangrijk als gevoelig is. Waar de meningen bij voorbaat over verdeeld zijn. Het herijken van de kerndoelen in het primair onderwijs. Door sommigen ook ‘het nieuwe curriculum in het primair onderwijs’ genoemd. Nog voordat is uitgelegd wat met dit begrip eigenlijk wordt bedoeld, schermen ‘tegenstanders’ met een andere term – onderwijsvrijheid – om de discussie de mond te snoeren. Het liefst geen curriculum is hun mantra. Sommige voorstanders op hun beurt timmeren het curriculum juist het liefst zo vol met verplichtingen voor scholen dat de stap naar staatsonderwijs nog maar een kleine is. Ik ben van beide opvattingen geen fan.

  • Toen ik les gaf in het voortgezet onderwijs mocht ik ieder jaar ook een aantal leerlingen toespreken bij de diploma-uitreiking. Dat waren de momenten waarop ik voelde waarom ik dat beroep had gekozen: Ik was zo trots op al die leerlingen die ik de jaren daarvoor had zien uitgroeien tot jong volwassenen. Op zo’n moment is het een goed gevoel dat je daar een bijdrage aan hebt geleverd. En vooral als je daar kinderen ziet staan bij wie het leren minder gemakkelijk ging, aan wie je een extra zetje hebt gegeven, of het vertrouwen dat ze er zouden komen. Dat is zo motiverend.

  • Prinsjesdag was bij mij thuis vroeger altijd een speciale dag. De hele familie zat dan ’s avonds voor de televisie. Mijn moeder vooral omdat ze benieuwd was naar de jurk van de koningin. Ik omdat ik hoopte dat ik mijn vader op het beeldscherm voorbij zag komen die met zijn collega’s van de Nationale Reserve bij de rijtoer een onderdeel van de erewacht vormde. Op Prinsjesdag was hij altijd aan het werk in Den Haag. Op school had Prinsjesdag een iets andere betekenis. In de vijfde en zesde klas keken we met de klas naar de tv, zoals vandaag ook op veel scholen in groep 7 en 8 het geval zal zijn geweest. Dan hadden we eerst de kranten geanalyseerd en waren we simpelweg nieuwsgierig naar wat de koningin ging zeggen.

  • Toen we eind juli met vakantie gingen, hadden we het gevoel dat het ook echt ‘mocht’. Het oude jaar hadden we op de valreep afgerond met zowel een onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe CAO PO als een Bestuursakkoord. Het zijn deze documenten die nu het begin van ons werk in het nieuwe schooljaar markeren. Sinds de eerste scholen weer zijn begonnen, hebben we alweer twee regionale bijeenkomsten achter de rug om onze leden te informeren over de afspraken die daarin zijn gemaakt. Een bijeenkomst in Assen en een in Heemskerk. Evenals bij de bijeenkomsten voor de zomer in Utrecht en Eindhoven was de belangstelling er zo groot dat we een extra zaal moesten bijtrekken. De aanwezige leden stelden verhelderende vragen, maar ook kritische. Er was veel steun voor de ruimte die de nieuwe cao biedt, maar er waren ook zorgen. Sommigen meenden dat die vrijheid juist meer werk oplevert voor schoolbestuurders en schoolleiders. Bijvoorbeeld omdat zij meer moeten overleggen met hun personeel en de PMR.

  • Het is gelukt. We hebben samen met de bonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Het was een langdurig proces, maar nu ligt er een document dat ‘een eerste stap’ kan worden genoemd. Op twee manieren: Het is de eerste stap op weg naar een modernere cao, waarin meer ruimte is voor de werkvloer om samen het werk te verdelen en samen te werken aan de kwaliteit van personeel en onderwijs. Ook in een ander opzicht is het de eerste stap: Het is nu aan de schoolbesturen om verder inhoud te geven aan goed HR-beleid waarvoor de cao de instrumenten aanreikt. Want we weten dat een goede invulling van de nieuwe cao-afspraken door de schoolbesturen een voorwaarde is voor verdere vernieuwing.   

  • Plotseling zag ik mijzelf op het scherm, als personage in een videogame. Nooit gedacht dat ik dat nog eens zou meemaken. Wanneer ik met mijn handen bewoog, kon ik vliegende letters en cijfers vangen. Op bezoek bij Kennisnet kon ik onlangs even proeven aan allerlei ict-vernuftigheden. Zo kwam ik voor een camera terecht die me in het videospel projecteerde, een ict-toepassing die leerlingen helpt cijfers en letters te leren. Uit onderzoek blijkt dat leerlingen meer gemotiveerd raken, beter presteren en sneller leren door dergelijke games en andere gerichte inzet van ict.

  • De kunst en de uitdaging van het onderwijs is leerlingen bagage mee te geven waarmee ze later als volwaardige burgers kunnen meedoen in de samenleving. Dat is een belangrijke taak, maar ook een ingewikkelde omdat de toekomst van die samenleving noch die van de arbeidsmarkt zich goed laat voorspellen. Er is geen glazen bol waarin we kunnen kijken.

Pagina's