Nieuws

Dekking loonparagraaf CAO PO 2016-2017

De PO-Raad heeft met de vakbonden in de nieuwe cao een loonsverhoging afgesproken van 3,8%. Hoe wordt deze loonsverhoging precies gedekt?

De PO-Raad en de vakbonden zijn op dit moment bezig met het schrijven van de officiële tekst van de nieuwe CAO PO 2016-2017. Die tekst verschijnt zo snel mogelijk op de websites van de PO-Raad en de vakbonden. Al duidelijk is dat de cao een mooie loonsverhoging voor de medewerkers bevat, die goed gedekt is. Hierbij inzicht in de kosten en dekking van de loonparagraaf van de cao.

Kosten

Onderstaande tabel geeft inzicht in de kosten van de loonparagraaf

  2016 2017 Structureel
Loonverhoging 2016 3,80% 3,80% 3,80%
Eenmalige uitkering 2017 (€ 500)   1,00%  
Kosten herstelopslag ABP 0,35% 0,45% 0,45%
Gat loonruimteakkoord 2015     0,18%
Kosten verhoging
scholingsbudget schoolleiders
0,03% 0,10% 0,10%
TOTAAL 4,18% 5,35% 4,53%

In de tabel zijn de kosten voor de verschillende jaren van de cao weergegeven, met na 2017 ook een beeld van de structurele effecten. De kosten zijn hierin weergegeven als percentage van de loonkosten.

Voor 2016 en de jaren erna zijn de kosten van de loonsverhoging van 3,8% opgenomen. Dit is de combinatie van de verhoging per 1 juli 2016 en de kosten van de eenmalige uitkering in juli 2016 (die praktisch kan worden gezien als terugwerkende kracht van 3,8% vanaf 1 januari). Ook is te zien dat de € 500 eenmalig in april 2017 alleen voor 2017 kosten met zich meebrengt.

In de tabel zijn ook de kosten van de herstelopslag op de pensioenpremie opgenomen. Dit is gedaan omdat wij ook die kosten willen dekken in dit akkoord. Voor 0,35% zijn deze gedekt in 2016 (zie de dekkingstabel hieronder) maar voor 2017 en verder moeten wij deze in de sector oplossen. Vandaar dat zij hier als kostenpost zijn opgenomen.

In de dekking voor de salarisverhoging in 2015 van het Loonruimteakkoord zit een gat van 0,18%. Dit kwam conform afspraken voor rekening van werkgevers. In deze onderhandeling hebben we het structurele gat willen dekken. Daarom is deze 0,18% opgenomen als kostenpost in het structurele beeld.

In totaal zijn de structurele kosten van dit akkoord 4,53%.

Dekking

Onderstaande tabel geeft inzicht in de dekking van de kosten van het akkoord, plus het structurele beeld. De tabel geeft aan op welke manier de kosten van het cao-akkoord in het totaal zijn gedekt. Er is geen ‘apart potje’ per maatregel gereserveerd. Dit stelt ons ook in staat om te laten zien dat ook de gaten in de bekostiging van het loonruimteakkoord worden gedekt.

  2016 2017 Structureel
Premievrijval in 2015 (0,72%)
en 2016 (1,06%)
1,78% 1,78% 1,78%
Kabinetsbijdrage loonsverhoging
2016 (lumpsum)
1,96% 1,96% 1,96%
Eenmalige compensatie
herstelpremie ABP
0,35%    
Geen premie meer
sluitende aanpak
0,04% 0,04% 0,04%
Eenmalige premie-vrijval
sluitende aanpak
  0,28%  
Inzet ruimte 2017   0,75% 0,75%
TOTAAL 4,13% 4,81% 4,53%

Zoals al bepaald in het Loonruimteakkoord is een deel van de loonsverhoging gedekt door een daling van de pensioenpremies. Het gaat om een daling van 0,72% (in termen van de loonkosten) van de pensioenpremie in 2015. In 2015 was deze vrijval er dus ook al; deze hebben we gebruikt om een eenmalige uitkering te betalen op de dag van de leraar van € 328. De middelen waren echter structureel beschikbaar (zie ook: 'Extra geld beschikbaar voor werknemers primair onderwijs' - 10-07-2015 en 'Geen nieuwe cao wel afspraken voor primair onderwijs' - 01-05-2015).

In 2016 gaat het om een daling van de FPU-premie (in termen van de loonsom van 0,54%) en de OP/NP-premie (in termen van de loonsom 0,52%).

Deze percentages wijken af van de percentages waarmee is gerekend in het Loonruimteakkoord. Voor het primair onderwijs zijn de effecten van de dalingen namelijk wat minder gunstig en ook is de daling van de OP/NP-premie iets minder dan voorzien ten tijde van het loonruimteakkoord. Door deze lagere opbrengsten te nemen als onze dekking was de opgave om tot sluitende dekking te komen uiteraard groter.

Naast dekking vanuit het pensioendossier, is er ook een bijdrage van het kabinet aan het loonruimteakkoord. Deze bedraagt in totaal 1,96%. Voor 2016 hebben we daarnaast gerekend met een eenmalige dekking van de herstelpremie (0,35%). Sociale partners hebben voorts afgesproken dat een premie die het Participatiefonds (PF) conform eerdere afspraken de afgelopen jaren bij u heeft geïnd, niet langer zal innen (0,04%). De inmiddels over een paar jaar opgebouwde middelen zullen in 2017 eenmalige naar schoolbesturen terugvloeien (mogelijk in de vorm van een premie-vakantie voor het PF).

Ten slotte hebben we een inschatting moeten maken van de ruimte die we konden gebruiken van 2017. Hierbij zijn we uitgegaan van een conservatieve inschatting van de bijdrage van het kabinet voor het hele jaar 2017 (1%). Omdat het akkoord loopt tot 1 oktober 2017 hebben we 9/12e van 1% (=0,75%) gebruikt in deze cao.

In totaal is de dekking van deze cao 4,53%.

Balans

Als we dekking en kosten naast elkaar zetten, zijn structureel alle kosten van dit akkoord gedekt. Voor 2016 is er een heel klein gat van -0,05%. Dit is te verwaarlozen. In 2017 hebben we een incidenteel gat van -0,54%. We zijn voor 2017 uitgegaan van een conservatieve schatting van 0,75%-ruimte. Als de kabinetsbijdrage een normaler beeld laat zien, dan is dat gat ook gedekt. In de onderhandelingen voor een cao vanaf 2017 zal dit dan weer een rol spelen.

Conclusie

Doordat het akkoord doorloopt in 2017 kunnen we een deel van de ruimte gebruiken van 2017. Zelfs als we dat conservatief doen, hebben we de structurele kosten van de loonparagraaf gedekt, inclusief de structurele kosten van de herstelpremie en inclusief de gaatjes die in het loonruimteakkoord zitten. Daarmee is met dit akkoord voldaan aan de voorwaarde die leden aan het akkoord stelden.

Hoe zien we de dekking van de 3,8% loonsverhoging terug?

Vanuit het loonruimteakkoord (zie: 'Praktische informatie over loonruimteakkoord' - 21-09-2015) is overeengekomen dat per 2016 de lonen met 5,05% zouden worden opgehoogd. Per 1 september  2015 zijn de salarissen al toegenomen met 1,25% (zie: 'PO-Raad maakt afspraken met onderwijsvakbonden CNVO, FvOv en AVS' - 04-11-2015). Deze 1,25% is nu ook verwerkt in het onderhandelaarsakkoord, tezamen met de overige 3,8%.

Uitleg verschillen dekking loonruimteakkoord en feitelijke dekking

De ophoging van de lumpsum vanuit het loonruimteakkoord bedraagt 2,96%, te weten de optelsom van de aanvullende kabinetsbijdrage van 1% per 2015 +1,96% vanuit de kabinetsbijdrage per 2016

In de regeling bekostiging 2015-2016 (zie: 'Personele bekostiging PO 2015-2016 aangepast' - 04-11-2015) was de 1% aanvullende kabinetsbijdrage al verwerkt. In verband met een terugwerkende kracht berekening, de kabinetsbijdrage kwam immers vrij per 1 januari 2015 en een heel jaar moest uitgekeerd worden in de laatste 5 maanden van 2015, kwam dit percentage uiteindelijk neer op 2,89%. Per 1 januari 2016 zou dit bedrag eigenlijk teruggebracht moeten worden naar 1%, maar gegeven de uitkering van de kabinetsbijdrage per 1 januari 2016 van 2,04% is dat niet nodig (zie schema). In bijgaand artikel wordt één en ander nader toegelicht: 'Toelichting op wijzigingen in de personele bekostiging 2015-2016 en de begroting' - 13-11-2015.

Jaarlijks wordt de personele bekostiging geïndexeerd op basis van de referentiesystematiek (op basis van kalenderjaar). Voor 2016 is deze vastgesteld op 2,04%. Hiervan is 1,96% meegenomen in het loonruimteakkoord. In de regeling bekostiging 2016-2017 is dit percentage nu ook verwerkt (zie: 'Regeling personele bekostiging 2016-2017 bekend'- 04-04-2016)

Ergo: op dit moment is dus 2,89% van de in totaal 2,96% verwerkt in de lumpsum. Eén ander is al verwerkt in de regeling bekostiging 2015-2016. Dit zou per 1-1-2016 opgehoogd moeten worden naar 3,04%, waarbij 2,96% betrekking heeft op de salarisverhoging. In de regeling bekostiging 2016-2017 is dit al wel volledig verwerkt. De regeling bekostiging 2015-2016 zal voor de periode januari – juli hier nog wat verhoogd worden (ca. 0,1%). Dit zal plaatsvinden bij de definitieve vaststelling van de personele bekostiging 2015-2016 (september 2016).

In het loonruimteakkoord werd uitgegaan van een pensioenpremiedaling,  naast een premiedaling van 1,14% per 1-1-2016 ook de 0,8% pensioenpremiedaling per 1-1-2015. Deze structurele kostendaling is nu dus, conform het loonruimteakkoord, ingezet als dekking voor de loonparagraaf van de cao. Zoals hiervoor al is aangegeven zijn de effecten van de pensioenpremiedalingen wat minder gunstig dan voorzien ten tijde van het loonruimteakkoord. De 0,8% premiedaling per 1-1-2015 komt effectief neer op 0,72% en de  1,14% premiedaling per 1-1-16  komt neer op een loonruimte van 1,06%. Een verschil dus van 0,16% minder pensioenpremiedaling. Met deze lagere dekking (1.94%-0,16% = 1.78%) is rekening gehouden in de dekking van de loonparagraaf van het onderhandelaarsakkoord. In de dekking van de cao-afspraken wordt rekening gehouden met een premiedaling van  1,78%.

In het loonruimteakkoord is vastgesteld dat schoolbesturen 0,18% van de loonsverhoging voor hun rekening moesten nemen. Schoolbesturen hebben hiermee ook voor verdere jaren rekening mee gehouden. In de dekking van dit akkoord is dit structureel gedekt.

Het kabinet heeft op dit moment 2,89% van haar verplichting van 2,96% al verwerkt in de lumpsum. Er vindt voor 2016 dus nog slechts een beperkte verhoging van de lumpsum plaats (circa oktober 2016) in het kader van salarisstijging van 3,8% per 1 januari 2016. De dekking voor de 3,8% hadden de schoolbesturen dus al per 1 januari 2016 grotendeels binnen.