Nieuws

Gaat kabinet zich minder met werkgevers bemoeien?

Recent heeft het kabinet twee rapporten naar de Tweede Kamer gestuurd, die werkgevers bij overheid en onderwijs direct raken. Als het kabinet opvolging geeft aan deze rapporten leidt dit voor de Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW), waar de PO-Raad deel van uitmaakt, tot minder bemoeienis van het kabinet bij arbeidsvoorwaardenvorming en bij het pensioenoverleg. ZPW juicht dit van harte toe en wil nauw betrokken zijn bij de verdere uitwerking.

Het gaat om de volgende rapporten: 

  • Buitengewoon normale sturing: een rapport van een ambtelijke werkgroep onder leiding van Hans Borstlap die de opdracht heeft gekregen om te adviseren over de governance van de collectieve arbeidsvoorwaardenvorming. Rekening houdend met zowel de doelen en ambities van het kabinet als met werkgeversbelangen. Dit laatste uit hoofde van doelmatigheid van bedrijfsvoering en aantrekkelijkheid als werkgever op de arbeidsmarkt.
  • Eenvoud loont: een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) naar de doelmatigheid van de pensioengelden in de collectieve sector.

Buitengewoon normale sturing

In het rapport Buitengewoon normale sturing worden twee belangrijke aanbevelingen gedaan waar ZPW zich helemaal in kan vinden. Borstlap beveelt het kabinet ten eerste aan om sociale partners in de publieke sector nadrukkelijker te betrekken bij voorgenomen algemene wetgeving en beleid. In de huidige werkwijze consulteert het kabinet met name de sociale partners in de marktsector. Hierdoor is ZPW al diverse malen geconfronteerd met wijziging van wet- en regelgeving die niet aansluit bij de arbeidsvoorwaardenregelingen in de publieke sector.

Een tweede relevante aanbeveling is de expliciete scheiding van de rollen van wetgever en werkgever door het kabinet. Dit juicht ZPW bijzonder toe. De afgelopen jaren heeft het kabinet op meerdere dossiers, zoals de banenafspraak als het pensioendossier, overheidswerkgevers opgedragen een voorbeeldrol te nemen. Hierdoor kregen de overheidssectoren niet de ruimte hun eigen ingezette arbeidsvoorwaardenbeleid vorm te geven. Ze werd vanuit het kabinet gedwongen andere, en soms tegenovergestelde, prioriteiten te stellen.

Eenvoud loont

Voor de ZPW kwam het IBO-onderzoek naar de governance van ABP op een zeer gewenst moment. Sinds een aantal jaren is het kabinet als wetgever zeer actief op het pensioendossier. De wet- en regelgeving is de afgelopen periode ingrijpend aangepast. Die aanpassingen moeten worden doorvertaald naar de pensioenregelingen en daar is het kabinet als werkgever bij betrokken.

Volgens de huidige afspraken tussen kabinet en overige overheidswerkgevers kunnen de kabinetssectoren (en dus het kabinet) bij pensioenonderhandelingen niet in een minderheidspositie worden gebracht. Dit betekent dat de uitkomsten van de pensioenonderhandelingen voor ZPW niet altijd de meest optimale waren. Al sinds 2013 heeft een aantal ZPW-sectoren, waaronder de VNG, de NFU, de VO-raad en PO-Raad, expliciet aangegeven de huidige afspraken te willen herzien. Het kabinet heeft tot op heden geen gehoor gegeven aan deze oproep.

Het rapport ‘Eenvoud loont’ analyseert een belangrijk probleem: het ontbreken van verbinding tussen de arbeidsvoorwaarde pensioen en andere arbeidsvoorwaarden. Het overleg over pensioen en cao’s vindt plaats aan verschillende overlegtafels. Bij de stijgende en instabiele pensioenpremie van de afgelopen jaren en de beperkte arbeidsvoorwaardenruimte bij overheid en onderwijs gaat dit steeds meer knellen. Hoewel er in het rapport geen concrete aanbevelingen worden gedaan, geeft het kabinet in zijn reactie aan dit probleem te willen ondervangen. Het kabinet heeft vervolgonderzoek aangekondigd, dat in het voorjaar van 2016 moet zijn afgerond.

ZPW ziet dit onderzoek met veel belangstelling tegemoet en vertrouwt erop nauw te worden betrokken bij de verdere discussies over de toekomst van het pensioenoverleg bij overheid en onderwijs. ZPW zal dit voorjaar ook zelf opnieuw zijn visie op de toekomst van het ABP bepalen in het licht van actuele ontwikkelingen en discussies.