Nieuws

Pabo’s blijven in trek, lerarentekort is onverminderd fors

Een loopbaan voor de klas blijkt meer in trek onder studenten. Maar hoewel pabo’s de laatste jaren een forse instroom van het aantal studenten registreren, is deze bij lange na niet groot genoeg om het tekort aan leraren weg te werken. Intussen loopt ook het aantal vacatures voor onderwijsondersteunend personeel op. De PO-Raad bepleit meer ruimte voor creatieve oplossingen.

Uit de vandaag vrijgegeven Arbeidsmarktanalyse primair onderwijs van het Arbeidsmarktplatform primair onderwijs blijkt dat de pabo’s in 2020 en 2021 forse aantallen eerstejaars verwelkomden: op de recordinstroom van 6845 studenten in 2020 volgde in 2021 een lagere instroom van 5311 eerstejaars. Dat is nog steeds veel meer dan in de jaren daarvoor. “We hebben de laatste tijd van alles gedaan om het primair onderwijs aantrekkelijker te maken als werkplek. Als je op die aantallen afgaat, zie je dat het helpt”, zegt PO-Raadvoorzitter Freddy Weima. “De arbeidsvoorwaarden zijn verder verbeterd, de loonkloof met het voortgezet onderwijs is dicht. Tegelijkertijd zijn we er nog lang niet, want de tekorten blijven enorm.”

In de analyse wordt namelijk ook het tekort van 9100 fte aan leraren en 1100 fte aan schoolleiders tegen het licht gehouden. En dat vertekent wat. Als het over fte’s gaat, gaat het over voltijdbanen. “En iedereen weet dat die schaars zijn het primair onderwijs”, zegt Weima. “Veruit de meeste mensen in onze sector werken in deeltijd. Kijk je naar de leraren, dan zie je dat ze in 2021 een deeltijdfactor hadden van 0,73 fte. Reken je dat door, dan heb je er dus meer dan 12.000 nodig om het lerarentekort op de lossen. Ik ben daarom blij dat het kabinet aan de slag is met plannen waarmee het aantrekkelijker wordt meer uren te werken.”

Want zo’n tekort vraagt om veel meer dan een goede instroom op de pabo’s. Weima: “Ieder kind verdient goed onderwijs en om die belofte waar te maken moeten we alle instrumenten in de gereedschapskist gebruiken. Je moet kijken naar samenwerking met andere sectoren. Leraren moeten kunnen lesgeven in het primair en het voortgezet onderwijs, zoals je ook medewerkers van de kinderopvang kunt inzetten als onderwijsassistent. Daar is nog veel te winnen: de kinderopvang heeft andere btw-tarieven, andere VOG-regels, et cetera. We kunnen met die sector de handen ineenslaan, maar dat gaat eenvoudiger als de bureaucratie die er mee loskomt, wordt beteugeld. Daar hebben we hulp van de overheid bij nodig.”

De PO-Raad vindt ook dat er verder moet worden gekeken dan de voor de hand liggende opties. “Scholen moeten zuinig zijn op hun leraren. Dat zijn de mensen die het kernberoep van onze sector uitoefenen en als je een te klein team alles laat doen dan jaag ze de sector weer uit. Zorg dus dat ze zich in hun werk optimaal kunnen concentreren op hun kerntaken en regel optimale ondersteuning. Elke school kan getroffen worden door een fors tekort. Anticipeer daar op,” aldus Weima. 

Uit het rapport blijkt overigens dat veel scholen al naar meer ondersteunend personeel zoeken: tussen 2017 en 2021 nam de vraag naar ondersteunend personeel met 50 procent toe tot circa 3610 vacatures in het schooljaar 2020/21. 

hand geven leraren