Onderwijswethouder Marcelle Hendrickx: 'Laat scholen meer aan zet'

Portret Marcelle Hendrickx

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart interviewt de PO-Raad een aantal onderwijswethouders. Waar zijn de wethouders trots op en wat zijn de komende tijd aandachtspunten in hun gemeente als het gaat om het primair onderwijs? De afgelopen vier jaar was Marcelle Hendrickx (D66) wethouder onderwijs in Tilburg.

Waar bent u het meest trots op als het gaat om dingen die u heeft bereikt in het primair onderwijs de afgelopen vier jaar?

,,Ik ben trots op het inhoudelijke samenwerkingsverband dat we als gemeente en onderwijsbestuurders met elkaar hebben gecreëerd. Dan heb ik het over de manier van werken met elkaar en de ambities die we gezamenlijk hebben opgesteld in de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Hierdoor hebben we onderwijs weer hoog op de agenda van de stad gezet. Maar ook op de agenda van andere partners: jeugdzorg, welzijnswerk én de politiek. We hebben de samenwerking gezocht om een inhoudelijke onderwijsagenda te creëren voor Tilburg.”

Was die samenwerking er tussen de gemeente en de schoolbesturen voorheen nog niet?

,,Die samenwerking was er veel minder. Er was sprake van een wij-zij verhouding. Wij van de schoolbesturen, zij van de gemeente. Er zat wat ongemakkelijkheid in de relatie. Dat is heel erg veranderd. Vanuit de gemeente hebben we meer bereidheid getoond: schoolbestuurders, directeuren, leerkrachten bevragen en kijken wat zij nodig hebben. Daarna hebben we als gemeente gekeken hoe we dat kunnen faciliteren in plaats van dingen over de schutting gooien en opleggen.

De onderwijsbudgetten hebben we ontschot. We hebben nu één budget en werken niet meer met potjes. Om het budget te verdelen hebben we een gezamenlijke inhoudelijke agenda gemaakt. We proberen daarmee aan te sluiten bij de behoefte en de vraag van de schoolbestuurders. De onderwijsbesturen, directeuren en leerkrachten hebben de beweging gemaakt dat zij kijken naar de agenda’s van de wijken in de stad. Zij kijken naar wat speelt er in de buurt. Waar heeft de stad behoefte aan? Wat hebben de kinderen en bewoners nodig? En hoe kunnen wij daar als school een bijdrage aan leveren?”

Wat heeft de ontschotting van het onderwijsbudget opgeleverd?

,,Door de ontschotting kunnen schoolbesturen zelf hun prioriteiten stellen aan de hand van de LEA, die gemaakt is door alle partners. Zij kunnen zelf bepalen waar het geld aan uit gegeven wordt, in plaats van dat de gemeente dat doet. We hebben daar een methodiek voor ontwikkeld aan de hand van integrale locatieplannen. De locatiedirecteuren gaan met die methode aan de slag en kijken naar leerlingpopulatie, de ouders, ambitie van het team en behoefte van de leerlingen. Zo bepalen ze wat er nodig is op hun school. Daarnaast kijken ze ook naar de wijk waar de school in staat en waar de samenwerking kan worden gezocht. Samen met leerlingen, ouders, wijkbewoners en leerkrachten maken zij een plan. Op basis van dat plan krijgen ze budget van de schoolbesturen voor de uitvoering van hun ideeën. Het budget gaat daardoor naar waar de school behoefte aan heeft.”

Er zijn nu ideeën voor een school waar leerlingen van nul tot achttien jaar terecht kunnen. Waar je kinderen binnen één locatie kan volgen in hun ontwikkeling. Ik vind dat je daar als gemeente heel actief aan mee moet werken.

 

Is er in de Lokale Educatieve Agenda ook aandacht voor de doorgaande leerlijn en voorschoolse voorzieningen?

,,Voorheen was de LEA toch een verzameling punten met een nietje erdoorheen, voornamelijk opgesteld door de gemeente. Dit keer hebben we de agenda gezamenlijk opgesteld: het primair onderwijs, de kinderopvang, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en het MBO. Eén educatieve agenda waarin we al die verschillende onderwijsvoorzieningen en niveaus hebben benoemd. Als het gaat om de doorgaande leerlijn zijn we in Tilburg een aantal projecten gestart. We zijn van een koude overdracht naar een warme overdracht gegaan, bijvoorbeeld tussen de basisscholen en het voortgezet onderwijs. We zoeken ook steeds meer de samenwerking in de schoolvoorzieningen zodat leerlingen ook in de dagelijkse praktijk een doorgaande leerlijn ervaren.”

Wat is het speerpunt voor de komende periode in het primair onderwijs?

,,Als je het hebt over die doorgaande leerlijn en de schotten tussen de verschillende onderwijssoorten dan denk ik dat we daar in Tilburg nog een stap kunnen maken. Er zijn nu ideeën voor een school waar leerlingen van nul tot achttien jaar terecht kunnen. Waar je kinderen binnen één locatie kan volgen in hun ontwikkeling. Ik vind dat je daar als gemeente heel actief aan mee moet werken. Een ontwikkeling die we wel al gestart zijn, maar waar we nog stappen in kunnen maken is de Kindercampus. Waarbij het primair en voortgezet onderwijs met elkaar samenwerken. Daarbij maken we ook gebruik van de openbare ruimte: pleinen waar gespeeld en gesport kan worden door leerlingen en wijkbewoners.

Diversiteit van onderwijs vind ik ook nog wel een aandachtspunt. Ouders en leerlingen zijn gebaat bij een mooi en divers aanbod in type onderwijs. Het is in Nederland best heel moeilijk om een school te starten en ik zou het willen aanmoedigen dat schoolbesturen verschillende type scholen binnen hun koepel hebben. Soms is meer maatwerk nodig. Ik voel er veel voor om in de stad samen met de partners van jeugdzorg de slag naar inclusief onderwijs te maken. Daarnaast vind ik, en dat geldt niet alleen voor Tilburg maar voor veel plekken in Nederland, moeten we er als gemeente voor zorgen dat we in verbinding blijven met schoolbesturen en lerarenopleidingen om gezamenlijk een oplossing te vinden voor het lerarentekort.”

Wat merkt u in Tilburg van dat lerarentekort?

,,Bij ons bij is het een minder groot probleem dan in Amsterdam of Rotterdam, maar het speelt zeker. Het is steeds moeilijker om aan leerkrachten te komen. Daarom proberen we op verschillende manieren het vak van leerkracht veel aantrekkelijker te maken. Eén van onze schoolbesturen heeft onlangs besloten dat jonge vaders die bij hen werken twee maanden ouderschapsverlof krijgen. We hebben een Talentenacademie opgezet waarin aan bijscholing wordt gedaan en we werken samen met de pabo’s. Maar er moet nog meer gebeuren.”

Merkt u dat er minder geld beschikbaar is voor onderwijsachterstanden?

,,In Tilburg hebben wij dit geld op een andere manier verdeeld omdat de gewichtenregeling niet voldoende is. Je hebt heel veel verschillende leerlingen in je stad. Onderwijsachterstanden kunnen verschillende oorzaken hebben. Het kan gaan om armoede, schuldenproblematiek, opleidingsniveau van je ouders, maar ook als je een beperking hebt of als je last hebt van de vechtscheiding van je ouders kun je op een achterstand komen. Er zijn veel verschillende redenen waardoor kinderen een achterstand in het onderwijs kunnen oplopen en die brede blik willen we houden. Als gemeente is het elke keer weer afwachten hoeveel geld er voor onderwijsachterstandenbeleid aan gaat komen.

Tilburg is een grote stad: de zesde stad van Nederland. In Tilburg speelt dezelfde problematiek als in de G4. Ik vind daarom dat de verdeling van die gelden dan ook op dezelfde manier zou moeten gebeuren. Verder denk ik dat het goed zou zijn als je scholen meer aan zet laat. Wat is er nodig voor mijn leerlingen zodat iedereen gelijke kansen krijgt? Dat is een andere manier van redeneren. Leraren weten als geen ander wat er in hun klas nodig is. Dát zou het startpunt moeten zijn in de verdeling van de middelen en niet de postcode van de wijk waarin je woont.”

Welke tips heeft u voor schoolbestuurders in het primair onderwijs als het gaat om contact met het gemeentebestuur?

,,Zie de gemeente als je partner en niet als je vijand. Het moet over je kinderen en over je leerkrachten gaan. Uiteindelijk doen we het voor hen. Ons gezamenlijke belang is de ontwikkeling van kinderen en daarin zijn de leerkrachten ons belangrijkste kapitaal. Daar zouden de gesprekken tussen schoolbesturen en de gemeente ook over moeten gaan. Niet alleen over stenen en geld. In Tilburg hebben we dat op een hele goede manier voor elkaar gekregen. Wat daarbij hielp is momenten creëren om over de inhoud te praten. Wij zijn dat gaan doen via onderwijscongressen en seminars over belangrijke thema’s in het onderwijs. Daar gingen we als gemeente, bestuurders en deskundigen met elkaar in gesprek over de inhoud.”

Onderwijs beter op de kaart zetten in uw gemeente? In onze brochure vindt u een aantal thema's die relevant zijn voor de lokale politiek en waar u als schoolbestuur invloed op kunt uitoefenen.

Op 14 februari vergadert de Tweede Kamer over onderwijsachterstandenbeleid. Minister Slob laat de keuze voor een nieuwe verdeling van de onderwijsachterstandsmiddelen aan de Kamer. In een brief schetst hij vijf varianten: alle op basis van het huidige budget. Welke variant de Kamer ook kiest, op veel scholen zullen de klassen groter worden en zullen voorzieningen voor kwetsbare kinderen verdwijnen. Voor deze kinderen betekent dit dat hun achterstand ten opzichte van leeftijdsgenootjes verder zal oplopen. Als de plannen van het kabinet voor een nieuw onderwijsachterstandenbeleid worden uitgevoerd met het huidige budget, zullen klassen groter worden en de opgebouwde voorzieningen zoals zomer- en weekendscholen en vve-voorzieningen op grote schaal verdwijnen. Dat is funest voor de kansengelijkheid, stelt de PO-Raad. Om ieder kind optimale ontwikkelkansen te geven, zou het kabinet eerst fors moeten investeren.

 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 2 augustus 2018