Jeroen Gommers: 'Er is een grotere kloof tussen politiek en onderwijs dan wij denken'

Jeroen Gommers is voorzitter van het College van Bestuur bij de Samenwerkende Vrijescholen Zuid-Holland en sinds anderhalf jaar lid van het Algemeen Bestuur van de PO-Raad. In zijn gastblog aandacht voor het ontbrekende vertrouwen tussen onderwijs en politiek. Gommers: ,,Het is tijd voor een goed gesprek. Het is tijd voor een kwaliteitspact.’’

,,Er is een grotere kloof tussen politiek en onderwijs dan wij denken. Dat merkte ik bijvoorbeeld aan de discussie over lerarensalarissen. Politici zijn uitermate trots op zichzelf dat ze hiervoor geld hebben vrijgemaakt, terwijl in het onderwijs de onvrede blijft. Deze tegenstelling is een slechte basis voor onderling vertrouwen.

Dat er weinig vertrouwen is tussen het onderwijsveld en de politiek heeft een diepere oorzaak. ‘Den Haag’ voelt zich verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Tegelijkertijd is het voor hen zoeken hoe ze invloed kunnen uitoefenen op de onderwijskwaliteit. Sturen op kwaliteit doet politiek Den Haag door meer details in wetgeving op te nemen, via het toezicht van de Inspectie, door strenger toe te zien op kerngetallen of door het inzetten van doelfinanciering met een hoge output. Dat levert telkens toch niet helemaal het gewenste resultaat op.

Mijn conclusie is dat het onderwijs bekostigd wordt voor een krappe voldoende, maar dat politiek en maatschappij verwachten dat we leveren voor een acht. Dat frustreert aan beide kanten

De Onderwijsraad werd daarom gevraagd om de Kamer te adviseren hoe zij meer invloed kan uitoefenen op de kwaliteit van het onderwijs via de bekostiging. Het antwoord op de vraag staat in een stevig advies van meer dan tachtig pagina’s. De Onderwijsraad stelt in haar advies Inzicht in en verantwoording van onderwijsgelden dat het enorm belangrijk is om de autonomie van het onderwijs te handhaven. Den Haag moet minder sturen met doelfinanciering en allerlei subsidiepotjes. De schoolbesturen en scholen moeten het gesprek over de doelmatigheid van de uitgaven, de hoogte van de bekostiging en welke lastige keuzes ze moeten maken beter inzichtelijk maken. Bij autonomie hoort namelijk ook verantwoordelijkheid.

Een vraag van de Onderwijsraad die de ministers van Onderwijs hebben laten liggen is of de bekostiging wel toereikend is. ‘Als de Kamer meent dat het onderwijs aan ruimere maatschappelijke opdrachten moet voldoen en naar hogere kwaliteit moet streven, dient zij ook te zorgen voor voldoende bekostiging om dit te realiseren’ staat er in het advies. Mijn conclusie is dat het onderwijs bekostigd wordt voor een krappe voldoende, maar dat politiek en maatschappij verwachten dat we leveren voor een acht. Dat frustreert aan beide kanten.

De patstelling die er nu is tussen de politiek en het onderwijsveld moet doorbroken worden. Wat is daarvoor nodig? De horizontale verantwoording moet versterkt worden in onze sector. We moeten duidelijk maken aan welke doelen we ons geld uitgeven, uitleggen waarom we reserves hebben en wat er teveel op de plank ligt moeten we investeren in het onderwijs. Als het gaat om verticale verantwoording moeten het onderwijsveld een kwaliteitspact sluiten met de politiek: wat verwachten we van elkaar? Wie heeft welke rol? En hoe dragen we vanuit die rol bij aan de kwaliteit van het onderwijs? Alleen dan kunnen we vanuit onze eigen rol en verantwoordelijkheid een bijdrage leveren aan het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs.’’