Juridische Helpdesk Financiën

Tekst

Welkom bij de Juridische Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden binnen Financiën

  • Onze school is overgegaan op een continurooster. Voor de pauzes worden pedagogisch medewerkers ingezet. Mag de school hiervoor een vrijwillige ouderbijdrage vragen?

    Medewerkers hebben op grond van artikel 5:4 Arbeidstijdenwet recht op een half uur pauze. Daarom zetten scholen met een continurooster soms pedagogisch medewerkers in voor de pauzes tussendemiddag. Hier zijn kosten aan verbonden. Mag de school hiervoor een vrijwillige ouderbijdrage vragen ondanks dat het onderwijstijd is?

    Op scholen met een continurooster moeten alle leerlingen tijdens de middagpauze op school overblijven. De pauze tussen de middag maakt deel uit van de schooltijd. De school is ook op dat moment verantwoordelijk voor het toezicht op de leerlingen. Er is dan dus geen sprake van tussenschoolse opvang. Ouders hoeven dan ook geen overblijfbijdrage te betalen. De school blijft de gehele dag verantwoordelijk voor de leerlingen en de ‘overblijf’ wordt geregeld door het onderwijspersoneel of er wordt extern personeel voor ingezet. In de lumpsumfinanciering beslissen schoolbesturen zelf waaraan ze hun budget uitgeven (mits dit een onderwijsbestemming heeft). Dit geldt ook voor de inhuur van extra personeel ten behoeve van een continurooster. Een school die kiest voor een continurooster, is verantwoordelijk voor het organiseren van toezicht tijdens de middagpauze. De school kan een bijdrage in de kosten vragen aan ouders, mits dit op vrijwillige basis gebeurt en de oudergeleding van de MR heeft ingestemd met de hoogte en de bestemming van de vrijwillige ouderbijdrage (artikel 13 lid 1c WMS). Scholen zijn wettelijk verplicht om de ouderbijdrage en het vrijwillige karakter ervan te vermelden in de schoolgids. De oudergeleding heeft instemmingsrecht bij het vaststellen van de schoolgids (art. 13 lid 1 onder e WPO, art. 22 lid 1 onder d WEC).  De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de manier waarop het bevoegd gezag communiceert over de ouderbijdrage in de schoolgids, het schoolplan en op de website.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Financiën en Werkgeverszaken.

  • Hoe hoog is de overhead in het primair onderwijs?

    Dat hangt af van wat je onder overhead verstaat. Veel mensen denken bij overhead aan bestuurders, managers en stafmedewerkers in bovenschoolse bestuurskantoren. Maar verschillende definities en onderzoeken kijken bijvoorbeeld ook naar het aantal schoolleiders/schooldirecteuren. Omdat het primair onderwijs kleinschalig georganiseerd is en bijna iedere school een schoolleider heeft, kan dat de hoogte van de overhead in sommige definities stevig beïnvloeden. Goed om hierbij te beseffen, is dat de schoolleider in het primair onderwijs veel directer bij het primair proces betrokken is, dan het management in andere onderwijssectoren. Veel schoolleiders staan zelf voor de klas. Ook zetten ze het vuilnis buiten of vegen het schoolplein.

    Twee voorbeelden: Adviesorganisatie Berenschot hanteerde in een onderzoek in 2016 als definitie voor de overhead, het aantal uren dat alle medewerkers binnen een schoolbestuur hebben ingezet aan managementtaken. Ze kwam daarmee uit op 7,8 procent overhead voor het primair onderwijs. Hierbij vormden de schoolleiders verreweg de grootste groep managers in het primair onderwijs. Onderzoeksinstituut ITS concludeerde in 2011 dat gemiddeld 3,7 procent van de totale begroting van een schoolbestuur naar het bestuursbureau gaat.

    De PO-Raad werkt aan een sectorale benchmark waarin ook informatie te vinden is over overhead in het primair onderwijs.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Waarom zijn werkgeverslasten in het primair onderwijs hoger dan in het voortgezet onderwijs?

    Het verschil in werkgeverslasten voor het primair onderwijs (po) vergeleken met voortgezet onderwijs (vo) heeft onder meer te maken met een verschil in berekenen. Zo worden binnen het po de emolumenten (beloningen die niet behoren tot het normale salaris) wel meegenomen in de berekening van de totale werkgeverslasten, terwijl dat binnen het vo slechts gedeeltelijk het geval is. Ook zijn de overige werkgeversbijdragen in het vo lager dan binnen het po vanwege onder andere de premies voor het Vervangingsfonds en het Participatiefonds. Deze kosten maken ze in het vo ook, maar je vindt ze niet terug in het percentage van de werkgeverslasten.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Wat verdient een leraar in het primair onderwijs?

    In deze salaristabellen vind je de actuele salarissen van leraren.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Wat kan er beter aan de verantwoording?

    Hoewel schoolbesturen in het primair onderwijs verantwoording afleggen over publiek geld door middel van het jaarverslag, kan de sector zich nog verder ontwikkelen op het gebied van verantwoording.

    Conform de Code Goed Bestuur worden schoolbesturen geacht het jaarverslag op hun website te publiceren. Dit kan beter, want niet alle besturen doen dit. Tegelijkertijd wil de sector zelf werk maken van zogenoemde horizontale verantwoording, waarbij een bestuur met schoolteams, ouders, lokale partijen om de school en collega besturen het gesprek voert over beleidskeuzes. Mede als gevolg van wet- en regelgeving verantwoorden besturen zich nu vooral aan de Inspectie van het Onderwijs en de eigen Raad van Toezicht. Dat heet ‘verticale verantwoording’

    In de Strategische Agenda van de PO-Raad is afgesproken dat besturen zelf het goede voorbeeld geven, zich proactief verantwoorden en andere besturen aanspreken wanneer dit nodig is. De sector moet de samenleving meer laten zien wat ze doet met publiek geld. Ieder bestuur verantwoordt zich actief over zijn eigen kwaliteit en dat van zijn scholen via onder meer jaarverslagen en Scholen op de kaart. Daarmee draagt het ook bij aan verantwoording van de sector als geheel.

    Daarnaast zet de PO-Raad actief in op horizontale verantwoording door het voeren van de horizontale dialoog met schoolteams, ouders, collega-besturen, partijen rondom de school zoals kinderopvangorganisaties en jeugdzorg. Daarbij hebben ze oog voor de lokale situatie en gaan ze steeds het gesprek aan met hun omgeving. Waar het nodig is om de onderwijskwaliteit op peil te houden, of te verbeteren, werken besturen samen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Hoe verantwoorden schoolbesturen zich over hun uitgaven?

    Schoolbesturen leveren hierover jaarlijks honderden cijfers en gegevens aan bij DUO. Dat is bij wet verplicht. Al niet privacygevoelige gegevens staan als open data op de website van Dienst Uitvoering Onderwijs van het ministerie van OCW. Daarnaast is een schoolbestuur verplicht om zich in het jaarverslag (bestuursverslag en jaarrekening) op hoofdlijnen te verantwoorden over wat het van plan was (doelen), wat daarvan terecht is gekomen (resultaten) en wat het effect van dit alles is geweest op de (toekomstige) financiële positie. Van iedere euro verantwoorden waar deze aan is uitgegeven, is onbegonnen bureaucratisch werk.

    Overigens gelden voor alle besturen dezelfde regels. Eénpitters, scholen met een vrijwillig ouderbestuur en grote besturen moeten allemaal dezelfde verantwoording afleggen. Voor éénpitters is dit een flinke en ingewikkelde klus omdat zij in tegenstelling tot de iets grotere besturen hierbij veelal geen professionele hulp hebben.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Waarom krijgen schoolbesturen lumpsum en is het geld niet geoormerkt?

    Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat de lumpsum bovendien heeft geleid tot beter en doelmatiger onderwijs en past bij de manier waarop wij het onderwijs in Nederland hebben ingericht (McKinsey-analyse ‘How the world’s most improved school systems keep getting better‘, een studie van de OECD, een reviewstudie van het CPB). Ook voormalig minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) stelden in mei 2016 dat de lumpsumsystematiek van waarde is voor de kwaliteit van het onderwijs. De alternatieven die de bewindslieden hebben laten onderzoeken, leverden geen betere uitkomsten.

    Ook de Onderwijsraad verkiest in zijn rapport ‘Inzicht in en verantwoording van onderwijsgelden’ van juli 2018 de lumpsum boven alternatieve bekostigingsmethoden. ‘De lumpsum doet het meest recht aan de autonomie van onderwijsinstellingen en waarborgt de stabiliteit en continuïteit van bekostiging en onderwijsbeleid’, aldus de Onderwijsraad.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Waarop is de bekostiging van het primair onderwijs gebaseerd?

    Schoolbesturen ontvangen jaarlijks een bedrag van de overheid waarmee ze in overleg met de ouders, personeel en andere stakeholders al hun uitgaven moeten doen. Deze systematiek heet de lumpsum. Het bedrag dat scholen en hun besturen ontvangen, bestaat uit twee afzonderlijke delen: personele en materiële lumpsum.

    Waar de opbouw van de lumpsum onvoldoende rekening mee houdt, zijn nieuwe en veranderende taken die scholen in de loop van de jaren hebben gekregen. De bekostiging houdt bijvoorbeeld geen rekening met het feit dat van schoolbesturen nu wordt verwacht dat zij strategisch HR-beleid moeten voeren, investeren in toekomstbestendig onderwijs en meer met ICT werken, voldoen aan strengere eisen rondom burgerschap, sociale veiligheid, verantwoording en privacy.

    De lumpsum is grofweg opgebouwd uit twee delen: de personele en materiële lumpsum. Die worden ieder op een eigen manier berekend:

    Personele lumpsum: Het aantal leerlingen dat de school telde op 1 oktober van het voorgaande schooljaar (T-1 bekostiging), bepaalt voor het overgrote deel hoeveel personele lumpsum een schoolbestuur ontvangt. De lumpsum houdt er rekening mee dat ouder personeel meestal meer verdient dan jonger personeel. Ook krijgen scholen voor speciaal onderwijs meer geld per leerling. De personele lumpsum wordt overigens toegekend per schooljaar, terwijl de indexatie hiervoor is gebaseerd op een kalenderjaar. Mede hierdoor weten scholen pas enkele maanden na het einde van het schooljaar wat de bekostiging van dat (afgelopen) schooljaar daadwerkelijk was.

    Materiële lumpsum ofwel de vaste lasten: Deze is er voor bekostiging van zowel het gebouw (onderhoud, schoonmaak, energiekosten) en voor materiële kosten voor het geven van onderwijs (ICT-voorzieningen, lesmateriaal, meubilair). Het ministerie van OCW past de vergoeding elk jaar aan de prijsontwikkelingen aan. Eens in de vijf jaar bekijkt een extern bureau in opdracht van het ministerie van OCW de vergoedingen en beoordeelt deze of de vergoeding voldoende is voor een gemiddelde school. Dit is wettelijk voorgeschreven. Om onduidelijke redenen is dit sinds 2004 niet meer gebeurd.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Wat zegt het vermogen van een school over zijn financiële situatie?

    Een misverstand is dat het ‘vermogen’ gewoon als spaarpot op een bankrekening staat. Met het vermogen worden ook goederen meegerekend zoals lesmaterialen, computers in de school en bureaus. Ook zullen schoolbesturen geld moeten reserveren om grotere toekomstige uitgaven te kunnen doen, bijvoorbeeld voor nieuwe lesmaterialen en ICT-investeringen. Hoeveel en waarvoor ze geld reserveren, stemmen schoolbesturen af met hun Raad van Toezicht. Daarbij staat voorop dat het geld goed besteed moet worden aan de ondersteuning van leerlingen. Sparen mag geen doel op zich zijn. Dat het vermogen van het primair onderwijs de afgelopen jaren is gestegen, betekent dus niet per definitie dat scholen rijk zijn. Juist omdát het per school verschilt waarvoor ze geld moeten reserveren, is het bepalen van rijkdom maatwerk op bestuursniveau, zo bleek al eerder uit onderzoek van de inspectie, Een groeiend vermogen roept wel het beeld op dat schoolbesturen rijk zijn. Dit onderstreept de noodzaak dat schoolbesturen beter uitleggen hoe hun financiële situatie is (Zie ook Hoe verantwoorden schoolbesturen zich over hun uitgaven?). Meer weten? Lees ook het artikel ‘Altijd weer die grote getallen. De financiën in het po toegelicht'.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Is schoolbekostiging een goed idee?

    In het huidige systeem worden schoolbesturen bekostigd. Tweede Kamerlid Paul van Meenen (D66) opperde dat het eigenlijk best een goed idee zou zijn om scholen te bekostigen in plaats van schoolbesturen. Van Meenen vindt dat geld voor onderwijs beter zal worden besteed als geld niet langer via hun schoolbesturen bij scholen terecht komt. Dat klopt niet, stelt de PO-Raad. De sectororganisatie checkte de uitspraken van Paul van Meenen. De uitkomsten zijn hier te lezen.

    In 2010 heeft André Rouvoet, de toenmalige minister van Onderwijs, overigens al eens gekeken naar de mogelijkheden van verdere decentralisatie. Zijn conclusie was toen dat ‘het weghalen van de exclusieve verantwoordelijkheid voor het financieel beleid bij het bevoegd gezag c.q. het schoolbestuur al gauw indruist tegen de vrijheid van stichting, richting en inrichting’. Ook wijst hij op het gevaar van een ‘onduidelijke verantwoordelijkheidsverdeling die kan leiden tot impasses in de besluitvorming binnen de rechtspersoon. Het bestuur kan niet langer worden aangesproken op de kwaliteit van het onderwijs.’

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

Pagina's

Onderwerpen binnen Financiën

  • Bekostiging

    Alle vragen en antwoorden over dit onderwerp.

  • Uitgaven en verantwoording

    Alle vragen en antwoorden over dit onderwerp.