Helpdesk Schoolgebouwen

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden binnen Schoolgebouwen

  • Wij willen een ruimte in ons schoolgebouw verhuren aan een commerciële organisatie. Bevoegd gezag en gemeente zijn akkoord. Op welke wijze kan een redelijke vergoeding ter compensatie van de exploitatiekosten worden berekend?

    Er is geen standaardvergoeding meer opgenomen in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Bij de laatste wijziging van de Verordening is de 7e groepsvergoeding MI komen te vervallen.

    Tussen schoolbesturen of tussen schoolbestuur en gemeente dienen nu afspraken te worden gemaakt over de hoogte van de vergoeding. De berekeningswijze is als volgt: allereerst worden de totale exploitatiekosten gedeeld door het aantal vierkante meters van de school. Eventueel kunnen de kosten van schoonmaak hierin worden meegenomen, wanneer de huurder hier gebruik van maakt. Daarna wordt het aantal gehuurde vierkante meters bepaald. Een lokaal is bijvoorbeeld 56 m2, maar er wordt vaak van meer dan alleen het lokaal gebruik gemaakt. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor 115m2, zoals opgenomen in de Verordening. Het exploitatiebedrag per m2 wordt vervolgens vermenigvuldigd met het aantal gehuurde m2. De uitkomst hiervan is de vergoeding die de huurder dient te betalen.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Heeft de PO-Raad beschikking over een lijst van activa met de daarbij behorende afschrijvingstermijnen?

    De afschrijvingstermijnen stelt u vast in overleg met uw accountant. U hebt hierin een zekere vrijheid, zolang de termijnen maar realistisch zijn. Voor richtlijnen kunt u de lijsten van gemeenten bekijken. De gemeente Groningen plaatst de lijst bijvoorbeeld op haar website.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Financiën en Schoolgebouwen of het onderwerp Bekostiging en huisvesting.

  • Kan de gemeente ons bestuur laten opdraaien voor achterstallig onderhoud aan een pand dat wij een half jaar geleden hebben afgestoten?

    Wanneer u een gebouw aan de gemeente teruggeeft, kan het zijn dat er sprake is van “achterstallig onderhoud”. Als dat het geval is, staat in artikel 28 van de gemeentelijke verordening wat er moet gebeuren. Het college had voor de overdracht moeten vaststellen of er sprake was van achterstallig onderhoud. Als dat zo is, dan wordt vóór de overdracht een staat van onderhoud opgemaakt. Daarover moet overleg met het bestuur plaatsvinden. 

    Wanneer de gemeente het gebouw aan een ander bestuur wil geven, is het aan de gemeente om te zorgen dat het gebouw in een redelijke staat is, waardoor de nieuwe school erin kan trekken. Het is dan ook een taak van de gemeente om – in overleg met de nieuwe gebruiker – het gebouw aan te passen, te schilderen of bijvoorbeeld nieuwe bekabeling aan te brengen. 

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Mag een schoolbestuur meebetalen aan de bouw van een nieuwe school?

    Een bestuur mag niet bijdragen in de bouw van een nieuwe school, tenzij de gemeente doet wat ze moet doen. Dat wil zeggen dat de gemeente ten minste de normbedragen beschikbaar moet stellen die in de huisvestingsverordening zijn opgenomen. Met andere woorden wanneer de norm bijvoorbeeld zou uitkomen op een bedrag van 1.5 miljoen euro en de gemeente vraagt daar een bijdrage in, dan is dat niet conform de regelgeving. Dat zou immers betekenen dat het bestuur uit onderwijsmiddelen iets betaalt waarvoor een ander (i.c. de gemeente) verantwoordelijk is. Wat ook niet mag is extra vierkante meters bekostigen. Wat wel weer mogelijk is, is een bijdrage leveren indien het gaat om iets waarbij de kwaliteit van het gebouw wordt verhoogd, of de energiekosten worden verlaagd. Dat is toegestaan, mits het gaat om een redelijk bedrag dat zich in redelijke termijn terugverdient. Wat redelijk is, is niet exact aan te geven. Het advies is in ieder geval dit vooraf kort te sluiten met de accountant en een en ander in een helder contract met de gemeente vast te leggen, waarin in ieder geval wordt aangegeven waar het om gaat, om hoeveel geld het gaat en wat er gebeurt indien het gebouw weer terugvalt aan de gemeente.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Welke delen en bezittingen van mijn school of scholen moet ik op gezette tijden laten keuren?

    Diverse zaken moet u ieder jaar verplicht laten keuren. Andere 'bezittingen' of onderdelen van een school moet u jaarlijks onderhouden.

    Zaken die verplicht gekeurd moeten worden

    1. Speeltoestellen speellokaal
    2. Speeltoestellen buitentoestellen. Het is aan te bevelen dat het bestuur zelf een keer per kwartaal een controle doet.
    3. Brandmeldinstallatie als er een geldig certificaat bij moet zijn volgens de gebruiksvergunning
    4. CV installatie en gasleidingen om de 4 jaar als het vermogen groter is dan 110 Kw
    5. Valbeveiliging op het dak als die aanwezig is
    6. NEN 3140 keuring om de 3 jaar (elektriciteitsinstallatie en gereedschappen)

    Zaken die onderhoudsplichtig zijn volgens bouwverordening en gebruikersvergunning

    Van de volgende zaken moet u kunnen aantonen dat ze door een deskundige jaarlijks worden onderhouden:

    1. Noodverlichting
    2. Brandslanghaspels
    3. Poeder of schuimblusser
    4. Inbraakinstallatie
    5. Brandmeldinstallatie

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Schoolgebouwen en Werkgeverszaken.

  • Is voor schoolbesturen mogelijk om te investeren in het eigen schoolgebouw of geldt hiervoor een Investeringsverbod?

    In de wet op het primair onderwijs is een bepaling opgenomen die het moeilijk maakt voor schoolbesturen om te investeren in het eigen schoolgebouw.

    Staatssecretaris Sharon Dijksma heeft destijds scholen ook formeel verboden te investeren. Achterliggende reden is dat het rijk van mening is dat de middelen die zij aan de scholen via de Lumpsum beschikbaar stellen worden besteed aan het onderwijs zelf. Daarmee werd voorbij gegaan aan het feit dat een investering in het gebouw direct (bijv. beter binnenklimaat) of indirect (bijv. energiebesparing) ook een daadwerkelijke bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van het onderwijs. Formeel geldt dit investeringsverbod nog steeds. Wel voert het ministerie een terughoudend sanctiebeleid. 

    Bij de overheveling van het onderhoud aan de buitenkant verandert er op dit punt wel het een en ander. De overheveling betekent dat een bestuur na 1-1-2015 ook mag investeren in energiebesparende maatregelen en een kwalitatieve verbetering van de gebouwen. Immers het bestuur mag voor alles dat tot de verantwoordelijkheid hoort van het bestuur investeren. Bij de overheveling van het onderhoud is die verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud uitgebreid tot het gehele gebouw. Dat maakt het dus ook logisch dat  

    het bestuur ook geld mag besteden dat leidt tot kwalitatieve verbeteringen in bijvoorbeeld onderhoud, binnenklimaat en energieverbruik.

    Omdat er veel onduidelijkheid bestaat bij schoolbesturen en gemeenten heeft de PO-Raad heeft bij de behandeling van het wetsvoorstel erop aangedrongen duidelijkheid te geven wat wel en niet mag. Bij de kamerbehandeling heeft staatssecretaris Dekker enige duidelijkheid gegeven.

    Hieronder vindt u de spelregels zoals die tot nu toe bekend zijn:

    1) Onderhoud

    Bij onderhoud mag een bestuur investeren in kwalitatieve verbeteringen van het gebouw. Randvoorwaarde is dat de investering zich in een redelijke termijn laat terugverdienen en zich beperkt tot een redelijk bedrag. Een definitie van de 2 begrippen is er niet. Het is aan het bestuur om in redelijkheid hiermee om te gaan.

    2) Nieuwbouw

    Bij nieuwbouw is het niet toegestaan dat een bestuur een bijdrage levert aan de nieuwbouw van een school voor dat deel waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Dus het kan niet zo zijn dat de gemeente maar een deel van de vergoeding betaalt en het bestuur de rest laat betalen. De gemeente moet minimaal de normvergoeding zoals die in de eigen huisvestingsverordening is vastgelegd vergoeden. Het bedrag moet ook zodanig zijn dat kan worden voldoen aan de eisen van het bouwbesluit. Het schoolbestuur mag wel boven deze normen investeren in het gebouw om bijvoorbeeld een lager energieverbruik of beter binnenklimaat te realiseren. Ook hier onder de voorwaarde dat het gaat om een redelijk bedrag en een redelijke termijn.

    3) Renovatie

    Bij renovatie wordt het iets ingewikkelder. Zoals bekend is renovatie een begrip dat in de wet niet is geregeld. Formeel is de gemeente nog slechts verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw. Renovatie van een gebouw (i.p.v. nieuwbouw) kan echter in het belang zijn van beide partijen. Voor het gemeentebestuur omdat het gaat om een levensduurverlengende activiteit, dat leidt tot lagere lasten dan wanneer nieuwbouw moet worden gerealiseerd. Voor het schoolbestuur omdat renovatie leidt tot een beter gebouw (functioneel en onderhoudstechnisch), minder energiekosten en daarmee dus tot lagere exploitatiekosten. Ook omvat renovatie onderhoudsactiviteiten waarvoor het bestuur per 1-1-2015 verantwoordelijk is. Bij renovatie is het dus ook niet onlogisch dat een schoolbestuur een bijdrage betaalt mits dat binnen redelijke grenzen blijft en zich in een redelijke termijn terugverdient.

    Belangrijk is dat gemeente en schoolbestuur vroegtijdig goede afspraken maken. Met name de verdeling van de kosten is belangrijk. Daarbij kunnen verschillende verdeelsleutels worden gehanteerd, variërend van een procentuele verdeling tot een verdeling waarbij op elementniveau (gedetailleerde) afspraken worden gemaakt. 

    4) Renovatie of nieuwbouw

    Nog ingewikkelder wordt het wanneer een keus gemaakt moet worden tussen nieuwbouw of renovatie. Immers bij nieuwbouw mag een schoolbestuur niet investeren binnen de normvergoedingen die de modelverordening van de gemeente noemt (zie hiervoor onder 2). Aan de andere kant leidt nieuwbouw ook meestal tot een aanzienlijke kostenbesparing voor het schoolbestuur. De vraag doet zich dan voor of een bijdrage mag worden geleverd aan een dergelijk nieuwbouw project. Nieuwbouw zal voor de gemeente vaak leiden tot hogere lasten, terwijl het voor het schoolbestuur meestal een besparing zal opleveren. Op zich is het dan niet onredelijk dat het schoolbestuur een bijdrage levert. Boven de gemeentelijke normvergoedingen is dat mogelijk (zie punt 2).

    Indien de schoolbestuurlijke bijdrage leidt tot een lagere bijdrage (dan de normvergoeding van de gemeente is dat de vraag. Soms kan dat dus weliswaar redelijk zijn, maar is het wel in strijd met de regels. Een eenduidig antwoord is hier dus niet op te geven.

    Voor de accountantscontrole zijn regels opgenomen in het controleprotocol. Deze gaan nog uit van een algeheel inversteringsverbod. Dat betekent dat accountants verplicht zijn het jaarverslag melding te maken wanneer een bestuur investeert in het eigen gebouw. Overigens is bekend dat accountants hier verschillend mee om gaan.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Financiën en Schoolgebouwen.

  • Mag een gemeente een deel van het huurbedrag opeisen?

    Wanneer een bestuur een deel van een schoolgebouw wil verhuren moet het daarvoor toestemming vragen aan de gemeente. De gemeente toetst dan of het gebouw in de komende periode niet voor het onderwijs noodzakelijk is. Vaak koppelt de gemeente daaraan de voorwaarde dat een deel van de huurvergoeding aan de gemeente moet worden doorbetaald. Inmiddels heeft de Raad van State in een uitspraak vastgesteld dat dat alleen mag, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Die voorwaarden zijn:

    • De gemeente heeft extra kosten als gevolg van de verhuur
    • De gemeente heeft minder inkomsten als gevolg van de verhuur
    • De vergoeding die aan de gemeente moet worden betaald moet ten gunste worden gebracht van de onderwijshuisvesting. 

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Zijn er standaardtarieven voor medegebruik van huisvesting?

    Er zijn geen uniforme tarieven medegebruik te geven. Bij medegebruik wordt geen huurvergoeding in rekening gebracht, maar uitsluitend een gebruiksvergoeding (= vergoeding in de exploitatiekosten). Uitgangspunt is dat de hoofd- en medegebruiker onderling overeenstemming bereiken over het tarief dat in rekening wordt gebracht. In principe moet het medegebruik plaatsvinden tegen een kostendekkend tarief. Als over de hoogte van de gebruiksvergoeding geen overeenstemming wordt bereikt, bepaalt artikel 33 van de modelverordening huisvesting dat de vergoeding medegebruik dan wordt gebaseerd op de door het Rijk vastgestelde vergoeding materiële instandhouding die is opgenomen in het ‘Bekostigingsstelsel basisonderwijs’ (Programma’s van eisen).

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Wat is de stand van zaken met betrekking tot de doordecentralisatie middelen buitenonderhoud per 1 januari 2015?

    Het wetsvoorstel dat de doorcentralisatie regelt, is inmiddels door de eerste en tweede kamer geaccordeerd. Daarmee staat dus vast dat de wetswijziging per 1 augustus 2015 daadwerkelijk ingaat.

    Wat u kunt verwachten is het volgende: Per 1 januari 2015 krijgt het schoolbestuur de verantwoordelijkheid over het totale onderhoud van hun schoolgebouwen, inclusief de aanpassing van de panden.  In de programma’s van eisen voor het materiële deel van de lumpsumvergoeding zal hiervoor een aparte vergoeding worden opgenomen. Het bedrag dat u ontvangt is in principe toereikend voor het uitvoeren van het onderhoud aan de buitenkant. Door de (macro) herverdeeleffecten aan de ene kant en de grote verschillen qua onderhoud en leeftijd tussen de gebouwen aan de andere kant kunt u middelen “overhouden” of tekort komen.
    Voor 1 oktober a.s. moet door de minister de exacte hoogte van het bedrag dat beschikbaar komt worden vastgesteld. Tot dat moment kan worden uitgegaan van een bedrag van ongeveer €15,-- per m2. Een goede meerjarenonderhoudsplanning is noodzakelijk om goed inzicht te krijgen in de onderhoudsbehoefte.

    Indien u “de pech” heeft dat aan een gebouw snel na de overgang van de verantwoordelijkheid veel kosten moeten worden gemaakt, is het belangrijk daarover tijdig met de gemeente afspraken te maken.
    Soms kan het zijn dat er sprake is van achterstallig onderhoud dat is veroorzaakt doordat aanvragen bij de gemeente steeds zijn afgewezen. Meestal zal het lastig zijn hiervoor een eenduidige oorzaak aan te wijzen. Overleg met de gemeente is ook in dat geval belangrijk.

    Naast het bedrag voor het onderhoud zelf wordt er een bedrag van  € 0,50 per leerling toegevoegd aan de lumpsum voor de verdere professionalisering op het terrein van de huisvesting.

    Ten slotte is voorzien in een overgangsmaatregel. Deze ziet er als volgt uit:

    Besturen met MI-vergoeding van minder dan 750.000 euro ontvangen eenmalig een extra bedrag voor schoolgebouwen die ouder dan 15 jaar zijn. Besturen met een vergoeding van meer dan 750.000 euro kunnen eveneens een extra bedrag tegemoet zien. De voorwaarde daarvoor zijn dat het gebouwenbestand voor 70 % moet bestaan uit gebouwen van 40 jaar of ouder. Per gebouw gaat het dan om een bedrag van ongeveer 25.000 euro. 

    Ruimte-OK publiceert brochures over de wetswijziging, wat dit voor u als schoolbestuur betekent en hoe u hierop kunt anticiperen. Deze brochures kunt u hier downloaden.   

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

  • Waar kan ik informatie vinden over asbest?

    Informatie over de gemeentelijke taken op het gebied van asbest: Zie de website van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). 

    Informatie voor schoolbesturen: Zie de website van de PO-Raad.

    Publieksinformatie over asbest: Zie de website van Mileu Centraal.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Schoolgebouwen.

Pagina's

Onderwerpen binnen Schoolgebouwen