Helpdesk Bekostiging

Op 27 april heeft de PO-Raad met de vakbonden een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Als deze CAO PO 2016-2017 door de achterbannen wordt bekrachtigd, dan wijzigt een aantal regels. De informatie bij de gepubliceerde vragen en antwoorden is daarop nog niet aangepast. We doen dat zo snel mogelijk.

Welkom bij de Helpdesk. Hier kunt u antwoorden vinden op uw vragen.

Ik wil iets weten over…

Vragen en antwoorden binnen Bekostiging

  • Met welk percentage zijn de werkgeverslasten voor 2011/2012 daadwerkelijk gestegen?

    Voor het jaar 2012 is de personele bekostiging opgehoogd met 0,42% om gestegen werkgeverslasten te compenseren. De compensatie voor gestegen pensioenpremies bedraagt 0,37%. Dit is een stuk minder dan de stijging van de pensioenpremies over 2012, die leidt tot een stijging van de loonkosten van circa 1,0% . In de compensatie zit ook een min van ruim 0,2% vanwege onder meer doorbetaling bij ziekte en het eigen risico WAO. De precieze opbouw wordt weergegeven in onderstaande tabel.

    WAO-0,05%
    ZVW0,22%
    pensioenen0,37%
    doorbetaling bij ziekte, eigen risico WAO e.d.-0,24%
    kinderopvang0,12%
    Totaal0,42%


    Met welke percentage de werkgeverslasten zijn gestegen, is mede afhankelijk van de eigen specifieke situatie. Het AK zou hier behulpzaam kunnen zijn.

     

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Wat is de gemiddelde groepsgrootte in het basisonderwijs en hoe hangt de bekostiging van een school hiermee samen?

    De gemiddelde groepsgrootte in het basisonderwijs ligt rond de 23 leerlingen, maar op dat getal valt veel af te dingen.

    Het gemiddelde wordt namelijk berekend op basis van het geld dat een school via de lumpsum krijgt. Die lumpsum is mede gebaseerd op het aantal leerlingen per leerkracht. Zo ontvangt een school 0,0595 FTE leerkracht per leerling onderbouw en 0, 0414 FTE leerkracht per leerling bovenbouw. Hier moeten deels ook directie (daar is ook een directietoeslag voor) en onderwijsondersteunend personeel uit worden betaald.

    Schoolbesturen mogen het geld uit de lumpsum naar eigen inzichten inzetten. De één zet zijn geld in voor meer ondersteuning in en om de klas, de ander kiest voor kleinere klassen. Het is daarom ook lastig om een landelijk gemiddelde groepsgrootte te geven, aangezien de grootte van een klas sterk afhankelijk is van het beleid op school. In werkelijkheid bepaalt het type kinderen op een school en de visie van de school op onderwijs eigenlijk hoe groot een klas is.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Waarom moet onze school ieder jaar weer geld aan de Stichting Reprorecht betalen voor het aantal gemaakte kopieën? We gebruiken die kopieën toch voor het onderwijs aan onze leerlingen?

    Wij snappen uw bezwaren grotendeels. Bij de invoering van de reproplicht heeft het ministerie van Onderwijs met deze kostenpost geen rekening gehouden in de vergoedingen die scholen jaarlijks ontvangen. Ook bij de - 5-jaarlijkse – evaluaties van het bekostigingsstelsel zijn de vergoedingen niet aangepast, ondanks dat duidelijk is dat de bekostiging als zodanig fors tekort schiet.

    Andere kant van het verhaal is dat bij het kopiëren gebruik wordt gemaakt van materiaal dat door anderen is geschreven en/of ontwikkeld. De wetgever heeft bepaald dat een vergoeding moet worden betaald wanneer van dat werk kopieën worden gemaakt. In de wet is zelfs vastgelegd wat de hoogte van het bedrag moet zijn. De Stichting Reprorecht int deze bedragen en zorgt ervoor dat auteurs daarmee kunnen worden betaald. Ook voor de PO-Raad is deze wettelijke bepaling een gegeven. Het enige wat wij kunnen doen (en ook hebben gedaan) is trachten de schade zoveel mogelijk te beperken door een kortingsregeling voor het onderwijs af te spreken.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • In de voorziening jubilea zit inmiddels een dusdanig hoog bedrag dat het schoolbestuur voor het volgende kalenderjaar geen dotatie aan die voorziening wil doen. Mag het bestuur daarvan afzien?

    Het treffen van een passende voorziening voor jubileumuitkeringen is wettelijk verplicht. Op de balans moet een voorziening worden opgenomen voor opgebouwde rechten van werknemers. Dit is vastgelegd in RJ 271.202 en RJ 271.203. De jubileumuitkering is er daar een van.

     

    In de voorziening moet voldoende geld zitten om de te verwachten kosten/opgebouwde rechten te dekken. Wanneer het bedrag hoog genoeg is, dan kan ervoor worden gekozen om dat jaar geen dotatie te doen. Dat moet echter wel worden ondersteund door een berekening waaruit blijkt dat de huidige voorziening volstaat om aan de te verwachten toekomstige verplichtingen te voldoen.

    Om de juiste hoogte van de voorziening te bepalen zijn verschillende berekeningen mogelijk. De PO-Raad heeft een gangbare berekening verwerkt tot een rekenmodel. Dat model is hier te downloaden.

    Daarbij moet wel worden opgemerkt, dat een voorziening altijd een (met een berekening onderbouwde) inschatting betreft. Het schoolbestuur kan dus wat ruimer of krapper schatten, bijvoorbeeld door de te verwachten percentages leerkrachten dat hun jubileum zal halen positiever of negatiever in te schatten. Dat is toegestaan, zolang de wijzigingen in de inschatting redelijk kunnen worden onderbouwd. De redelijkheid van de onderbouwing van een voorziening wordt getoetst door de accountant bij de jaarlijkse controle van de jaarrekening.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij het thema Financiën of het onderwerp Bekostiging.

  • Moet er btw worden betaald over personeel dat binnen een samenwerkingsverband wordt uitgewisseld?

    Er komt een vrijstelling voor btw voor diensten die voortvloeien uit het ondersteuningsplan in het passend onderwijs. De vrijstelling kan worden benut door het samenwerkingsverband en door de deelnemers.

    Dit hebben de staatssecretarissen van Onderwijs en Financiën begin juli 2014 besloten naar aanleiding van vragen vanuit de PO-Raad en onderwijsinstellingen. De formele uitwerking van dit besluit volgt zo snel mogelijk. Er wordt gekozen voor een voorlopige vrijstelling tot 1 augustus 2016. In de periode tot 1 augustus 2016 zal worden gesproken over een definitieve regeling voor het passend onderwijs die beter past binnen de huidige wet- en regelgeving.

    Meer weten?

    Kijk ook eens bij de thema's Financiën en Passend onderwijs of het onderwerp Bekostiging.

Pagina's