Schotten in de lumpsum? Doe het niet!

De voorzitter van de Onderwijsraad sprak klare taal woensdag tijdens het gesprek met de Tweede Kamer over zijn advies Inzicht in en verantwoording van onderwijsgelden: ,,Het plaatsen van schotten in de lumpsum is niet verstandig. Het ligt al aardig vast hoeveel geld er naar personeel en overige zaken gaat. Er is behoefte om afwegingen te maken die passen bij de lokale situatie. In Groningen is de situatie nu eenmaal anders dan in Limburg of Amsterdam. Als de overheid schotten plaatst, bepaal je voor de rest van het land dat het geld op die manier moet worden besteed. Ons advies is: doe het niet die schotten, blijf bij de lumpsum.'' 

De Onderwijsraad wees de Kamer ook op het artikel dat de Algemene Onderwijsbond (AOb) deze week publiceerde in haar Onderwijsblad. De AOb presenteert het als ‘norm’ dat 85 procent van de Rijksbijdrage naar personele lasten moet gaan. Er is echter helemaal geen sprake van een norm. Schoolbesturen ontvangen lumpsum: één geldbedrag waarmee ze het onderwijs van hun scholen moeten bekostigen. Hiervan gaat het grootste gedeelte naar personeel. Van het andere deel betalen ze de vaste lasten zoals  het onderhoud van het schoolgebouw, de energierekening, leermiddelen en ICT-toepassingen. Schoolbesturen maken in samenspraak met schooldirecteuren, leraren en ouders keuzes over het te voeren beleid en waaraan ze hun geld besteden. De PO-Raad werkt de komende jaren samen met andere partijen aan de ontwikkeling van Raden van Toezicht en Medezeggenschapsraden en het samenspel met het schoolbestuur. Ook schoolbesturen werken aan hun professionalisering op dit gebied, onder andere door bestuurlijke visitaties.

Het Nederlandse onderwijs kent namelijk grote verscheidenheid in scholen, leraren en leerlingen. Juist om hierop te kunnen inspelen, is die keuzevrijheid belangrijk. Om diezelfde reden werkt ook het oormerken van geld niet goed, zegt de Onderwijsraad. ‘Je kunt het onderwijs niet aansturen als een centraal geleide planeconomie, zegt hoogleraar onderwijsrecht Pieter Huisman en lid van de Onderwijsraad in de Volkskrant. Henriette Maassen van den Brink, voorzitter van de Onderwijsraad, zegt in de Tweede Kamer: ,,Een schot zegt niets over de kwaliteit van het onderwijs en dáár gaat u over als Kamer. Moeten we dit het hele land opleggen? Terwijl we het met de lumpsum beter en efficiënter geregeld hebben en lumpsum is goed voor de onderwijskwaliteit.’'

Controle op onderwijs financiën, benchmarks en doelfinanciering

De Tweede Kamer kreeg een lesje politicologie van de voorzitter van de Onderwijsraad. Zij gaf aan dat de Kamer een aantal instrumenten heeft om te sturen op de kwaliteit van onderwijs: bekostiging en wetgeving ,,Gebruik deze ook. De controlerende taak heeft u belegd bij de Inspectie van het Onderwijs en de NVAO. Zij controleren of het geld wel is gegaan naar de beoogde doelen. Bemoei u niet met alles, maar laat dit bij de aangewezen instanties’', was haar boodschap. De voorzitter riep de Tweede Kamerleden ook op terughoudend te zijn met het inzetten van doelfinanciering. Doelfinanciering dient alleen in te worden gezet als de doelen helder zijn en als ook duidelijk is hoe onderwijsinstellingen moeten verantwoorden over de behaalde doelen en het gebruikte geld. ,,Doelen worden nu wel vaak aan middelen gekoppeld, maar de Kamer vergeet nu vaak de achterkant’’, aldus Maassen van den Brink. Bovendien geldt voor veel doelfinanciering dat het vanwege de grote lokale verschillen en behoeften gewoonweg niet werkt om generieke afspraken te maken voor álle scholen en besturen, benadrukte de raad.

Een volgend advies van de  Onderwijsraad luidt het inzetten van benchlearning om doelmatigheidsbesef bij onderwijsinstellingen te bevorderen. In dit kader werd onder andere ingegaan op overhead in het onderwijs. De Onderwijsraad constateert dat deze discussie lastig te voeren is, vanwege beperkt inzicht in de uitgaven. De PO-Raad onderzoekt momenteel of een dergelijke benchmark voor het primair onderwijs ontwikkelt zou kunnen worden.

Vertrouwen 

,,Ik hoop dat we hiermee een periode afsluiten waarin er veel wantrouwen is vanuit de politiek voor het functioneren van schoolbesturen’’, aldus Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad. ,,Discussie is goed en een kritische en meedenkende blik wordt gewaardeerd, maar het debat is wat mij betreft wel erg hoog opgelopen de afgelopen periode. Bestuurders in het primair onderwijs zijn geen graaiers die het geld voor onderwijs het liefste oppotten. Zij proberen samen met hun schoolteams elke dag het beste onderwijs te bieden aan de leerlingen.’’

Lees ook: Goed onderwijs = lumpsum + betere verantwoording

 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 5 juli 2018

Nieuwscategorieën