Toelichting op wijzigingen in de personele bekostiging 2015-2016 en de begroting

Als gevolg van de indexatie van de personele bekostiging 2015 en het loonruimteakkoord, is onlangs de regeling personele bekostiging 2015-2016 aangepast. In dit kader zijn nu ook de begrotingsmodellen in de toolbox aangepast. Om te voorkomen dat het loonruimteakkoord verkeerd wordt verwerkt in de begroting van schoolbesturen, is het van belang een aantal zaken te toe te lichten.

In het loonruimteakkoord is door het kabinet een aanvullende bijdrage beschikbaar gesteld van 1 procent vanaf 1 januari 2015. Het lastige hieraan is dat het loonruimteakkoord uitgaat van kalenderjaar, terwijl de personele bekostiging in het primair onderwijs uitgaat van schooljaar. Om het budget voor heel 2015 ook in 2015 uit te kunnen keren is het volledige bedrag voor 2015 uitgekeerd in de bekostiging 2015/2016. Dit heeft op de volgende manier plaatsgevonden. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) werkt met het kasstelsel, waardoor de verdeling van (kalender)jaarbudgetten over de schooljaren niet worden verdeeld op basis van 7/12 – 5/12, maar op basis van betaalritme: 0,6545 – 0,3455. Om het budget voor heel 2015 in de bekostiging van de laatste 5 maanden van 2015 uit te keren is de 1 procent aanvullende kabinetsbijdrage 2015 als volgt toegewezen aan de bekostiging 2015/2016: 1%/0,3455 * 100 = 2,894%.

Als er geen afspraken voor 2016 zouden zijn gemaakt, zou de bekostiging per 1 januari 2016 eigenlijk moeten worden teruggebracht van 2,894% naar 1%: er is immers sprake van een structurele bijdrage van 1%. Per 1 januari 2016 komt er echter meer geld vanuit OCW beschikbaar in het kader van het loonruimteakkoord. In dit kader is namelijk ook de referentiesystematiek voor 2016 vastgesteld. De kabinetsbijdrage 2016 zou eigenlijk pas in mei/juni 2016 worden vastgesteld, maar op basis van een schatting van de uitkomst van de referentiesystematiek 2016 is deze in het loonakkoord al bepaald op 2,04%. Mocht de daadwerkelijke uitkomst van de referentiesystematiek 2016 hoger/lager liggen dan 2,04%, dan wordt dat achteraf niet gecorrigeerd.

Per 1 januari is de bekostiging in het kader van het loonruimteakkoord dus opgehoogd met 3,04%. 1% aanvullende kabinetsbijdrage 2015 en 2,04% in het kader van de kabinetsbijdrage 2016 op grond van de referentiesystematiek.

Consequenties voor begroting

Door de structurele ophoging van 2016 kan de aanpassing van de GPL 2015/2016 van d.d.15 oktober à 2,894% worden doorgezet voor de komende jaren. De bekostiging zal in het kader van het loonruimteakkoord nog maar een beetje worden opgehoogd: per 1 januari 2016 met 0,15% (verschil 3,04% - 2,89%), oftewel 0,1% voor het schooljaar 2015-2016 (0,6545* 0,15%).

Feitelijk kan dus gezegd worden dat met de aanpassing van de GPL 2015-2016 het ministerie van OCW haar deel van het loonruimteakkoord nagenoeg (op 0,15% na) volledig heeft verwerkt in de bekostiging. Maar let wel: voor 2016 is hiermee ook 1,6% loonruimte gemoeid waarover de PO-Raad met de bonden nog een afspraak moeten maken.

In de begroting zullen schoolbesturen er dus rekening mee moeten houden dat bijna al het geld al beschikbaar is gekomen voor:

  • de structurele loonsverhoging van 1,25%
  • de éénmalige uitkering van €500 bruto per FTE per 1 september 2015
  • loonruimte van 1,6% per 1 januari 2016.

Dus als u de bekostiging 2015-2016 in uw begroting doorzet naar de jaren daarna, houd dan dus aan de lastenkant ook rekening met deze loonruimte van 1,6% per 1 januari 2016.

 

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 13 november 2015

Nieuwscategorieën