Veelgestelde vragen over het werkdrukakkoord

De PO-Raad heeft op 9 februari een werkdrukakkoord gesloten met minister Arie Slob (Onderwijs) en de vakbonden. Met dit werkdrukakkoord kunnen scholen en schoolbesturen eerder werk maken van de aanpak van werkdruk. Een aantal schoolbesturen heeft de PO-Raad benaderd met vragen over het werkdrukakkoord. Hierbij een aantal veelgestelde vragen en antwoorden.

Waarom kunnen schoolbesturen volgens de PO-Raad blij zijn met het werkdrukakkoord?

In het werkdrukakkoord hebben we vier belangrijke dingen kunnen regelen, te weten:

  1. Het extra geld komt eerder beschikbaar. Al vanaf schooljaar 2018/2019 komt er nu 237 miljoen euro per schooljaar beschikbaar (dit was in het Regeerakkoord slechts 10 miljoen). Het bedrag loopt op tot structureel 430 miljoen euro vanaf 2022.
  2. Scholen en schoolbesturen bepalen zelf waarvoor het geld wordt gebruikt. Niet in Den Haag wordt besloten hoe elke school de werkdruk gaat aanpakken.
  3. Het extra geld wordt aan de lumpsum toegevoegd. Er komt geen aparte subsidieregeling, waardoor er geen aparte geldstroom ontstaat.
  4. Verantwoording over het extra geld loopt via bestaande procedures en instrumenten.

Hebben schoolbesturen wel een rol in het werkdrukakkoord?

Natuurlijk, schoolbesturen worden zeker niet buiten spel gezet. De verantwoordelijkheden van het schoolbestuur zijn echter niet apart vastgelegd in dit akkoord, omdat deze niet ter discussie staan. Volgens de statuten of bestuursregeling van elk schoolorganisatie is het schoolbestuur verantwoordelijk voor de uitoefening van alle werkzaamheden in de organisatie. Dat is ook vastgelegd in de Code Goed Bestuur. Dat blijft dus zo; daar doet dit akkoord niets aan af.

Waarom hebben teams zo’n grote rol gekregen in het werkdrukakkoord?

Met een grotere rol voor de leraren en de teams, stimuleren we het eigenaarschap van het werkdrukprobleem voor de leraren. Natuurlijk is het schoolbestuur verantwoordelijk dat het geld voor de bestrijding van werkdruk wordt ingezet in samenhang met de andere prioriteiten en opdrachten. Zo zal bijvoorbeeld een school in een krimpgebied met andere zaken te maken hebben dan een school in een van de grote steden. Het schoolbestuur maakt op basis van het gesprek met het team en in overleg met de schoolleider het bestedingsplan.

Hoe krijg ik meer informatie en ondersteuning bij de aanpak van werkdruk?

Op 6 maart verschijnt er op de websites van de PO-Raad en de vakbonden een handreiking over de aanpak van werkdruk. Daarbij komt er ook een rekentool beschikbaar. De rekentool kan worden gebruikt voor:

  • Het berekenen van het bedrag dat op BRIN-niveau wordt ontvangen voor de aanpak van werkdruk;
  • Het opstellen van het bestedingsplan per school, die ter instemming aan de P-MR van de school moet worden voorgelegd;
  • De verantwoording door het schoolbestuur over de inzet van de extra middelen voor aanpak werkdruk in het jaarverslag/bestuursverslag.

Hoeveel budget komt er vanuit het werkdrukakkoord per school beschikbaar?

De hoogte van het budget per school wordt vastgesteld op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan het schooljaar. Hierbij wordt uitgegaan van het niveau van BRIN, waardoor leerlingen op een nevenvestiging worden toegerekend aan de hoofdlocatie. Voor 2018/2019 wordt dus gekeken naar het leerlingaantal (van hoofd- en nevenvestiging) per 1 oktober 2017. Voor het schooljaar 2018/2019 is het bedrag per leerling vastgesteld op €155,55. Deze extra middelen zijn structureel en worden verstrekt via het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid.

De afspraken rondom het werkdrukakkoord voorzien er in, dat na een tussenevaluatie/politieke besluitvorming in 2020, het budget voor aanpak werkdruk per 1 augustus 2021 structureel toeneemt van €237 mln tot €430 mln. Hiermee stijgt het bedrag per leerling vanaf het schooljaar 2021/2022 naar ca. €285 per leerling.

In de toolbox is een model opgenomen, die het budget berekend dat op schoolniveau wordt ontvangen voor de aanpak werkdruk in het schooljaar 2018/2019

Weegt de verantwoordingsplicht op tegen de voordelen van het akkoord?

De plicht tot verantwoording komt niet vanuit het akkoord. Het kabinet had al in het regeerakkoord opgenomen dat er voorwaarden zitten aan het beschikbaar komen van het geld voor de bestrijding van werkdruk. In de voorwaarden stond dat er een concreet plan moest komen van de schoolbesturen en de vakbonden. We hebben daarbij kunnen voorkomen dat er een apart subsidietraject is gekomen. En voor de verantwoordingsplicht is vooral aangesloten bij bestaande procedures en instrumenten, zoals het jaarverslag en de medezeggenschapsraad.

Waarom is er voor de verdeling van het budget gekozen op basis van een bedrag per leerling?

Bij de verdeling van het geld is door het ministerie van OCW uitgegaan van het aantal leerlingen per school, zonder hierbij een onderscheid in de hoogte van de toekenning te maken tussen bijvoorbeeld kleine – grote scholen, basisonderwijs-speciaal basisonderwijs-speciaal onderwijs, stad – platteland, veel of weinig leerlingen met een onderwijsachterstand, etc. De reden hiervoor is dat tijdens de acties vanuit het PO-front voor het verlagen van de werkdruk, niet naar voren gekomen is dat de werkdruk voor bepaalde groepen scholen significant hoger ligt dan voor andere groepen scholen c.q. dat bepaalde groepen scholen meer geld voor aanpak werkdruk zouden moeten ontvangen. Wel zal de PO-Raad bij de monitoring van het werkdrukakkoord meenemen of de gekozen verdeelsleutel van de extra werkdrukmiddelen de juiste is gebleken of dat er extra geld en aandacht voor bijvoorbeeld het speciaal onderwijs nodig is.

Waarom heeft de PO-Raad er niet voor gezorgd dat het geld zonder voorwaarden in de lumpsum kwam?

Het primair onderwijs heeft de afgelopen maanden meer extra geld gekregen dan alle andere sectoren. Dat hebben we bereikt, omdat we met de vakbonden (samen in het ‘PO-front’) hebben laten zien hoe hoog de nood is in onze sector. Het is echter geen ‘gratis geld’. Politici willen in toenemende mate weten wat er met extra geld gebeurt, ook in andere sectoren. We hebben daarbij wel voorkomen dat het een apart subsidietraject werd en voor de verantwoording kunnen scholen en schoolbesturen gebruik maken van bestaande kanalen en middelen. Scholen en schoolbesturen gebruiken overheidsgelden daar hoort een maatschappelijke verantwoordingsplicht bij.

Hoe is de besluitvorming binnen de PO-Raad over dit akkoord tot stand gekomen?

Het dagelijks bestuur van de PO-Raad voert regelmatig overleg met de Arbeidsvoorwaardencommissie en met het Algemeen Bestuur. Op basis daarvan is het besluit genomen om het werkdrukakkoord te ondertekenen. De Arbeidsvoorwaardencommissie adviseert het bestuur van de PO-Raad over werkgeverszaken en het Algemeen Bestuur zorgt voor verbinding in de besluitvorming met de leden van de vereniging.

Moet het schoolbestuur apart gaan overleggen met de P-MR over wat de medewerkers willen?

Het schoolbestuur en de schoolleider moeten ten eerste het gesprek aangaan met de teams over werkdruk. Veel schoolbesturen en scholen waren daar al mee bezig. Uit die gesprekken wordt duidelijk waaraan de medewerkers werkdruk ervaren en welke oplossingen daarvoor nodig zijn. Het schoolbestuur maakt op basis van die gesprekken in overleg met de schoolleider(s) uiteindelijk de keuzes in het bestedingsplan en bespreekt dat plan met de P-MR. Natuurlijk kan het schoolbestuur het bestedingsplan met de hele MR bespreken, maar in dit geval is de instemming van het personeelsdeel van de MR van toepassing.

Wat moet er in het bestedingsplan staan?

In de toolbox is een model opgenomen dat zou kunnen worden gebruikt voor het opstellen het bestedingsplan per school, die ter instemming aan de P-MR van de school moet worden voorgelegd. Ook kan het schoolbesturen ondersteunen bij de verantwoording over de inzet van de extra middelen voor aanpak werkdruk in het jaarverslag/bestuursverslag.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 27 maart 2018

Nieuwscategorieën