Eerste Kamer neemt Wet vereenvoudiging samenwerkingsschool aan

12-07-2017

Het vormen van een samenwerkingsschool, met daarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs, wordt eenvoudiger. Het wetsvoorstel van staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) dat dit regelt, werd op dinsdag 11 juli aangenomen door de Eerste Kamer.

,,Eindelijk’’, reageert Anko van Hoepen, vicevoorzitter van de PO-Raad, op het aannemen van de Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool. ,,Hier hebben we ons lang hard voor gemaakt. Onze leden kaarten al jaren de noodzaak om samen te kunnen werken vanwege de dalende leerlingaantallen aan.’’

De huidige wetgeving blijkt in de praktijk een grote belemmering om te komen tot formele samenwerkingsscholen. Sinds de invoering ervan heeft op papier geen enkel bestuur een samenwerkingsschool gevormd, terwijl de behoefte aan samenwerking juist groot is. Besturen kiezen voor een informele variant om de continuïteit in goed, bereikbaar en divers onderwijs te kunnen garanderen. Zo voorkomen ze dat willekeurig scholen hun deuren moeten sluiten. Tussen 2011 en 2015 vond zo’n fusie tot een informele samenwerkingsschool 49 keer plaats. Naar schatting bestaan er inmiddels bijna 80 van dit soort scholen.

Aan de nieuwe wet ging een lang traject en veel discussie vooraf. Het wetsvoorstel, dat in december werd aangenomen door de Tweede Kamer, zou begin dit jaar al behandeld worden in de Eerste Kamer. De senaat ging echter niet over één nacht ijs en stelde de behandeling ervan uit omdat hij meer informatie wilde. Critici zijn namelijk van mening dat de nieuwe wet in strijd is met artikel 23 van de Grondwet. Zij vormden echter ook in de Eerste Kamer geen meerderheid.

Verbetering voor onderwijskwaliteit

De PO-Raad is blij dat de regels worden versoepeld en verwacht dat veel besturen hun reeds gevormde samenwerkingsscholen een formele status gaan geven. ,,Scholen kunnen nu eindelijk de gewenste formele stappen zetten’’, aldus Van Hoepen.

De Grondwet blijft in het nieuwe wetsvoorstel leidend: een samenwerkingsschool blijft een uitzondering op het duale bestel van openbaar en bijzonder onderwijs. Er moet sprake zijn van bedreiging van de continuïteit van het openbaar of het bijzonder onderwijs om een samenwerkingsschool te mogen vormen. Dekker schrijft in zijn voorstel dat de identiteit van een school voornamelijk op schoolniveau vorm moet krijgen (en niet op bestuurlijk niveau). Hiertoe moet het bevoegd gezag van de school een identiteitscommissie vormen en de wijzigingen verankeren in de statuten. In het debat in de Eerste Kamer werd een motie van senator Jan Anthonie Bruijn (VVD) aangenomen die de regering verzoekt om te bevorderen dat de PO-Raad en VO-raad een handreiking opstellen voor het statutair vastleggen van de identiteit van de school. De PO-Raad beraadt zich nog op de invulling hiervan.

Een ander belangrijk verschil met de huidige wetgeving is dat een stichting voor openbaar onderwijs het bevoegd gezag kan zijn van een samenwerkingsschool. Hiermee worden bijzonder en openbaar onderwijs gelijkwaardiger aan elkaar. Een bij de behandeling van het debat in de Tweede Kamer aangenomen amendement van SP-Kamerlid Van Dijk zorgt ervoor dat de algemene acceptatieplicht wordt gekoppeld aan de samenwerkingsschool. Hierdoor mag de samenwerkingsschool geen leerlingen weigeren.

Lees in dit bericht welke vijf stappen scholen moeten doorlopen om een samenwerkingsschool te kunnen vormen.
Het Nederlands Dagblad schrijft donderdag dat de PO-Raad het vanwege de dalende leerlingenaantallen noodzakelijk vindt dat scholen kunnen samenwerken.

Vormen samenwerkingsbestuur voortaan onder reguliere fusieregel

Met het wetsvoorstel wil Dekker het ook voor besturen gemakkelijker maken om samen te werken. Voor het vormen van een samenwerkingsbestuur gaan daarom de regels van de fusietoets gelden. De PO-Raad is blij met deze oplossing. ‘Het redden van een school’ hoeft straks niet meer de enige redenen te zijn voor het vormen van een samenwerkingsbestuur. ,,Deze oplossing is belangrijk voor het in stand houden van een divers onderwijsaanbod’’, aldus Van Hoepen. ,,We zullen nog in gesprek gaan met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om te kijken wat de nieuwe regeling betekent voor openbare en bijzondere schoolbesturen die op dit moment in een lopend fusieproces zitten’’.

Wel blijft de sectororganisatie voor het primair onderwijs tegelijkertijd grote bezwaren tegen de fusietoets houden. Vorig jaar bleek uit de evaluatie al dat de Wet fusietoets de kwaliteit van het onderwijs in gevaar brengt.

Overgangsregeling

Wanneer de wet in werking treedt is nog niet bekend. Wel is duidelijk dat scholen die in de periode tussen 1 juni 2006 en de datum van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel zijn ontstaan door informele fusie tussen een bijzondere en een openbare school, gedurende twee jaar na inwerkingtreding van de wet de mogelijkheid hebben om alsnog een samenwerkingsschool te worden volgens de regeling in dit wetsvoorstel (de artikelen 194d WPO, 178e WEC en 118dd WVO). Zij moeten voldoen aan de bestuurlijke voorwaarden uit het voorstel om bekostigd te worden als formele samenwerkingsschool. Schoolbesturen die gebruik willen maken van het overgangsrecht hoeven geen gegevens mee te sturen waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het continuïteitscriterium. DUO beschikt al over deze gegevens.

Meer informatie

De PO-Raad zal schoolbesturen die met deze wetswijziging te maken krijgen, ondersteunen met informatie en advies. Heeft u een vraag? Stel deze dan aan onze beleidsadviseur Gertjan van Midden.

 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 13 juli 2017

Nieuwscategorieën