Gemeentelijke normering voor schoolgebouwen gaat omlaag

De normbedragen die voor een belangrijk deel richting geven aan de hoogte van het bedrag dat gemeenten uittrekken voor schoolgebouwen, zijn gedaald. Dat wordt duidelijk uit de zogenoemde normbedragen onderwijshuisvesting 2017 die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op haar website heeft gepubliceerd.

Zo is het normbedrag voor de bouw van schoolgebouwen en gymlokalen gedaald met 3,56 procent, de norm voor de eerste inrichting met 0,34 procent en het normbedrag voor de Materiële kosten van instandhouding van gymzalen met 0,20 procent.

Deze normbedragen worden jaarlijks aangepast volgens de systematiek zoals die is vastgelegd in de modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Gemeenten kunnen er ook zelf voor kiezen een andere normvergoeding en andere systematiek voor prijsbijstelling te kiezen.

De daling van de normbedragen is opvallend nu juist de prijzen in de bouw stijgen, het afgelopen jaar met zo’n 6 tot 7 procent. Dat betekent dat er nog minder geld overblijft om goede schoolgebouwen te realiseren. Het risico van mislukte aanbestedingen en daarmee ook een stagnatie van (vervangende) nieuwbouw óf schoolgebouwen met een nog mindere kwaliteit is daarmee groot.
In de praktijk is het nu al nagenoeg onmogelijk om met de (oude) normen gebouwen te realiseren die voldoen aan de eisen van het bouwbesluit.

De PO-raad is bang dat deze negatieve bijstelling leidt tot een stagnatie van nieuwbouwactiviteiten met als gevolg dat leerlingen les zullen blijven krijgen in te oude gebouwen. De eerste signalen hierover stemmen niet optimistisch. Dat betekent dat veel leerlingen les zullen blijven krijgen in te oude gebouwen en/of gebouwen van onvoldoende kwaliteit. Uit onderzoek blijkt dat dat negatieve gevolgen kan hebben voor hun leerprestaties.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 1 november 2016

Nieuwscategorieën