Goed onderwijs komt nu aan op politieke keuzes

Diverse ambities voor onderwijs staan haaks op de werkelijkheid. Nu blijkt dat er de komende jaren nog minder geld voor onderwijs is dan gedacht, komt het behalen van die ambities meer dan ooit aan op politieke keuzes die partijen maken aan de onderhandelingstafel voor een nieuw kabinet. De PO-Raad zette op een rij hoe zij het tij kunnen keren.

De ambitie: kansenongelijkheid omzetten in kansengelijkheid

De werkelijkheid: Die kloof tussen kansarm en kansrijk dreigt groter te worden omdat de overheid bezuinigt op leerlingen met onderwijsachterstanden.

Het rapport van de Inspectie van het Onderwijs een jaar geleden was klip en klaar en de conclusie zorgelijk: Kinderen krijgen in het onderwijs niet dezelfde kansen. Politiek en maatschappij spraken er schande van en waren eensgezind met hun standpunt: Ieder kind verdient gelijke kansen, dus we moeten er alles aan doen om de kansenongelijkheid aan te pakken. Een standpunt dat de PO-Raad meer dan onderschrijft.
Des te onbegrijpelijker is het dat de overheid juist op onderwijsachterstanden bezuinigt. De bezuinigingen zijn het gevolg van het jarenlang gebruiken van een verkeerde definitie van onderwijsachterstanden. Sinds 2011 is hierdoor bijna 150 miljoen euro weggelekt terwijl de daadwerkelijke achterstanden niet zijn afgenomen. In 2018 worden gemeenten en schoolbesturen nog eens voor 65 miljoen euro gekort. Ook heeft het kabinet plannen om het geld voor onderwijsachterstanden in 2018 te herverdelen waardoor in diverse gemeenten minder plek op de voorschool is, de kwaliteit ervan afneemt, vroegschoolse educatie wordt stopgezet en groepen groter worden. 

Wat kan een nieuw kabinet doen? Het gat dat de afgelopen jaren is ontstaan, dichten. In een nieuw regeerakkoord kunnen partijen afspreken een nieuwe formule (van het CBS) te gebruiken bij het bepalen van het werkelijke risico op onderwijsachterstanden en het bedrag dat scholen krijgen om deze achterstanden weg te werken.

De ambitie: Beter onderwijs

De werkelijkheid: De kwaliteit van het onderwijs staat onder druk en de overheid investeert amper in leraren die van cruciaal belang zijn voor goed onderwijs.

Scholen verschillen in kwaliteit en prestaties van leerlingen op taal, rekenen en cultuur gaan achteruit, zo bleek in april uit de Staat van het Onderwijs van de inspectie. Het primair onderwijs (po) stevent daarnaast af op een tekort aan vierduizend full time leraren in 2020 en tienduizend in 2025. Gevolg is almaar groeiende klassen en een nog hogere werkdruk voor leraren. Eén op de vier leerkrachten kampt nu al met burnoutklachten, zo zocht de Volkskrant onlangs uit.

Wat kan een nieuw kabinet doen? Goed onderwijs valt en staat met goede én voldoende leraren. Het is dan ook belangrijk om in leraren en hun ontwikkeling te investeren. Met de tekorten in het vooruitzicht is dit belang des te groter. Om meer leerkrachten voor het vak aan te trekken en te behouden, moet het salaris omhoog. Leraren in het primair onderwijs verdienen nu zo’n 20 procent minder dan hun collega’s in het voortgezet onderwijs (vo) met hetzelfde opleidingsniveau. Hun werkdruk is even hoog. In een nieuw regeerakkoord kunnen partijen afspreken de salarissen van leraren in het po te verhogen naar het niveau van het vo.

De ambitie: Het onderwijs moet kinderen voorbereiden op hun toekomst

De werkelijkheid: Het onderwijs wordt bekostigd als ware het de jaren tachtig en dat is dus bij lange na niet voldoende voor goed en modern onderwijs.
Om onderwijs te kunnen geven, krijgen schoolbesturen geld van de Rijksoverheid. De hoogte van dit bedrag wordt gebaseerd op het aantal leerlingen en de kosten voor zogenoemde materiële instandhouding. Dat zijn de vaste kosten die een school maakt voor bijvoorbeeld onderhoud aan het schoolgebouw en lesmateriaal. Het bedrag dat daarmee is gemoeid, wordt nog berekend aan de hand van de kosten van schoolborden met krijtjes, schriftjes en pennen. Terwijl scholen tegenwoordig vooral met digiborden werken en meer en meer ICT gebruiken. Uit onderzoek van organisatieadviesbureau Berenschot bleek dat het primair onderwijs jaarlijks 375 miljoen euro tekort komen om deze vaste lasten van te betalen.

Wat kan een nieuw kabinet doen? Zorg dat de basis op orde is en dat scholen dus voldoende geld hebben om de vaste lasten van deze tijd te betalen. Alleen dan kunnen ze ervoor zorgen dat de randvoorwaarden voor goed en modern onderwijs op orde zijn.

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 16 juni 2017

Nieuwscategorieën