Jeugdhulp in de school: leren van Almere

Op steeds meer plekken in het land gaan jeugdhulpprofessionals vanuit de school werken. Op sbo school de Watertuin in Almere gebeurt het al 2,5 jaar. Tijd om met alle partners deze vernieuwende aanpak te evalueren, én tegelijk samen na te denken over de vraag: hoe verder? Rinda den Besten (voorzitter PO-Raad) was bij het gesprek aanwezig.

De Watertuin is nu 2,5 jaar vind- én werkplaats voor het Onderwijs Jeugdhulp Arrangement (OJA). Essentie van het arrangement is dat in de school jeugdhulpverleners aanwezig zijn voor kinderen die door problematische thuissituaties, psychische problemen of gedragsproblematiek extra ondersteuning nodig hebben. In al die tijd zijn de bereikte effecten zorgvuldig vastgelegd. Vol trots deelt directeur Karin Aarden de opgedane ervaringen en resultaten:,,Na 2,5 jaar pilot is het aantal thuiszitters afgenomen. Het aantal doorverwijzingen naar zwaardere jeugdzorg daalde met liefst 20%. Het aantal verwijzingen naar de jggz daalde van 54 naar 25.”

Spelgroep bij sbo De Watertuin. Op de achtergrond Rinda den Besten en Venhar Sariaslan van de PO-Raad. 

 

Meer rust in de school

Misschien wel belangrijker dan de cijfers: in de school is veel meer rust. Voorafgaand aan de evaluatiebijeenkomst ziet en ervaart het gezelschap in de school hoe jeugdprofessionals van Vitree met kinderen aan het werk zijn. Door spelvormen en door bijvoorbeeld samen appelflappen te maken leren kinderen spelenderwijs sociaal-emotionele vaardigheden aan zoals samenwerken, communicatie en omgaan met emoties. Kinderen leren in hun lijf te ‘voelen’ wanneer ze boos of onrustig worden en, belangrijker, hoe ze daar beter mee om kunnen gaan. Aarden: ,,Veel van onze kinderen moeten deze vaardigheden nog opbouwen. Tegelijk met de pilot zijn we als team gestart met School Wide Positive Behaviour Support. Leerkrachten, jeugdprofessionals, ondersteunend personeel, iedereen werkt volgens dezelfde methodiek waarbij we vooral het positieve gedrag van kinderen stimuleren en belonen.” Het gebeurt nauwelijks nog dat een kind uit de klas wordt gehaald en bij de directeur op de kamer op adem moet komen. ,,We hebben veel minder ernstige incidenten en ook veel minder schorsingen. Er is voelbaar meer rust in school, ook omdat we als team consequenter zijn geworden. Leerlingen geven aan dat ze zich in de school veilig voelen en dat ze met plezier naar school gaan.”

Leerkrachten werken met een groep, jeugdprofessionals veel meer met het individu. Een school wil voor ouders een partner zijn, een jeugdprofessional wil juist ouders de regie in handen geven.

Starten vanuit een gedeelde ambitie

Na het werkbezoek sluiten ook bestuurders en beleidsmedewerkers van de Almeerse Scholen Groep (ASG), het samenwerkingsverband, een jeugdhulpverlener van Vitree, het ministerie van OCW én de gemeente Almere aan voor een bestuurlijke evaluatie. Kernvragen: zijn we tevreden over de resultaten tot nu toe, wat zijn succesfactoren én wat is de volgende stap? Tevredenheid is er bij alle partners. Als cruciale succesfactor wordt genoemd dat bestuurders van gemeente, Passend onderwijs Almere, Vitree, ASG én de directie van de Watertuin elkaar vonden in de ambitie om jeugdhulp in de school te halen en zo schooluitval en verwijzingen naar zware jeugdhulp te voorkomen. Partners zagen de oplossing niet in dikke, tot op detail uitgewerkte plannen, evenmin in aanbesteding, maar in co-creatie en cofinanciering. Rob Bosmann van de gemeente Almere vat het bondig samen: ,,Iedereen was enthousiast en we zijn aan de slag gegaan. De resultaten bevestigen dat we op de goede weg zitten.”

Tijdens activiteiten als appelflappen bakken leren kinderen spelenderwijs sociaal-emotionele vaardigheden aan zoals samenwerken, communicatie en omgaan met emoties.

 

Professionals kregen de tijd en de ruimte

Een tweede succesfactor is zeker dat professionals van school én jeugdhulp de tijd kregen om tot één gezamenlijke succesvolle aanpak te komen. Karin Aarden: ,,Voor beiden was deze manier van werken nieuw. In de school waren leerkrachten gewend aan hun eigen groep en hun eigen klas, het liefst met de deur dicht. Nu kwam er ineens een extern iemand in de klas.” Er zijn veel verschillen tussen beide beroepen. Leerkrachten werken met een groep, jeugdprofessionals veel meer met het individu. Een school wil voor ouders een partner zijn. Een jeugdprofessional leert juist om ouders de regie in handen te geven. Het zijn allemaal verschillen in focus en benadering waarin school en Vitree naar elkaar toe hebben moeten groeien. ,,Die tijd hebben we genomen en je ziet dat er nu een ingespeeld team op school is ontstaan. In 2,5 jaar hebben we samen een afgewogen programma opgebouwd van trainingen, behandelingen en begeleiding voor zowel kinderen als ouders.” 

Behoefte aan duidelijkheid

Op bestuursniveau is er bij de partners behalve tevredenheid over de resultaten én de samenwerking ook behoefte om een volgende stap te maken. Dan gaat het om borging van de resultaten, maar ook om het met elkaar helder maken van een aantal spanningsvelden. Een spanningsveld is bijvoorbeeld de financiering, cq de bekostiging. Wat is een reëel budget, hoe verdeel je dat budget tussen gemeenten en samenwerkingsverband? Kun je komen tot meerjarige afspraken?

Een spanningsveld is ook de inhoudelijke aanpak en de wet- en regelgeving. Waar is de jeugdzorg voorliggend, waar het onderwijs? Hoe ga je om met de feitelijke resultaten en de normen van de inspectie? Voor het team van de Watertuin voelt het niet goed dat er goede resultaten worden gehaald, terwijl op sommige punten de norm van de inspectie net niet gehaald wordt. Aarden: ,,Dat heeft te maken met de bijzondere populatie van de school, die een mix is van regulier, sbo én so.”

We moeten de ogen niet sluiten voor de situatie dat veel basisscholen enorm onder druk staan, door grote klassen en soms te weinig menskracht.

De school telt 20 groepen met in totaal 300 leerlingen. Het verschil tussen groepen en leerlingen is groot. Er zitten veel kinderen met een laag IQ, tussen 50 en 80, er zitten ook kinderen met een IQ ruim boven de 100. Zo’n 40% van de kinderen heeft een psychische diagnose. Ieder jaar stromen tussen de 75 en 100 nieuwe leerlingen in. Bij het concept van de Watertuin hoort heel duidelijk dat kinderen een kans verdienen, al moet een enkele keer toch een kind uitstromen naar het speciaal onderwijs. Aarden: ,,Soms krijgen we leerlingen van reguliere basisscholen die door werkdruk en onderbezetting geen passend onderwijs kunnen bieden. Het is verklaarbaar dat we qua opbrengsten voor rekenen en begrijpend lezen de inspectienorm net niet halen. We moeten de ogen niet sluiten voor de situatie dat veel basisscholen enorm onder druk staan, door grote klassen en soms te weinig menskracht. Ook dat betekent dat we meer kinderen krijgen. Het zou niet eerlijk voelen als de Watertuin hier op afgerekend wordt.”    

Discussie speelt ook op landelijk niveau

Rinda den Besten sluit af met het gevoel dat Almere de zaken goed op orde heeft. ,,De kracht van deze pilot is dat iedereen er met zoveel passie en ondernemende energie in zit. Gemeente, onderwijsbesturen en jeugdhulpverlener Vitree hebben elkaar echt gevonden in co-creatie en cofinanciering.” Den Besten hoopt dat Almere in dit samenwerkingsklimaat ook de volgende slag gaat maken, de goede resultaten gaat borgen en haar ervaringen gaat delen met andere regio’s. De spanningsvelden rondom bekostiging en inspectie herkent Den Besten heel goed: ,,In feite zijn we op landelijk niveau met dezelfde partners in gesprek om de afstand tussen onderwijs en jeugdhulp te verkleinen: PO-Raad, VO-raad, de samenwerkingsverbanden, VNG, jeugdhulp, de ministeries én ouderorganisaties. Zeker is dat we veel kunnen leren van de Almeerse aanpak!”

Aanwezig bij de evaluatie waren: Karin van Aarden (de Watertuin), Riny Slagt (Vitree), Hetty Vlug (Passend Onderwijs Almere), Barbara Dijkgraaf (bestuurder ASG), Rob Bosman en Henriëtte van  Aken (gemeente Almere), Venhar Sariaslan (PO Raad) en Rinda den Besten (PO Raad).

Eerste evaluatie Jeugdwet: van échte transformatie nog weinig sprake
Vorige week verscheen de eerste evaluatie van de Jeugdwet. Een kritisch rapport, waarin duidelijk wordt dat de echte transformatie, gericht op de doelen van de Jeugdwet (minder versnippering, meer samenwerking, meer eigen regie van jeugd en gezin), grotendeels nog vorm moet krijgen. Het rapport wijst erop dat de Jeugdwet en passend onderwijs communicerende vaten zijn: waar de transformatie goed loopt, biedt dat veel kansen voor passend onderwijs. Waar de Jeugdwet nog onvoldoende wordt nageleefd, is doorgaans weinig aansluiting tussen jeugdhulp en onderwijs.  

 

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 24 april 2018

Nieuwscategorieën