Kabinet: leraren niet bij voorrang vaccineren

Onderwijspersoneel krijgt in de vaccinatiestrategie geen aparte prioriteit, schrijven de ministers van en voor Onderwijs in een brief aan de onderwijssector. De gezamenlijke onderwijsorganisaties van basis- tot universitair onderwijs hadden hier begin januari om gevraagd. De ministers vinden prioriteit voor onder andere leraren niet nodig, omdat zij verwachten dat ‘al het onderwijspersoneel, dat bereid is zich te laten vaccineren, rond het begin van de zomervakantie in ieder geval een prik heeft ontvangen.’

Een tweede argument, zo schrijven de ministers, is dat eerder ervaringen met prioritaire groepen hebben aangetoond dat dit juist leidt tot vertraging van de vaccinatieoperatie. In de huidige strategie worden eerst kwetsbaren, ouderen en de mensen die voor hen zorgen gevaccineerd. Daarna zijn personen onder de zestig jaar met een medische indicatie ‘hoog risico’ aan de beurt, gevolgd door de groep 18 – 60 jaar zonder medische indicatie. De diverse groep onderwijspersoneel bevindt zich in al deze drie categorieën. De vaccinatie van de eerste twee groepen is de tweede helft van het eerste kwartaal gestart. De derde groep zal in de loop van het tweede kwartaal aan de beurt zijn. De verwachting is, aldus de ministers, dat begin juli alle ruim 12 miljoen personen uit deze drie groepen één of twee keer zijn gevaccineerd.

De PO-Raad is teleurgesteld dat er in de vaccinatiestrategie geen rekening wordt gehouden met onderwijspersoneel. Het onderwijs vervult een cruciale rol in de samenleving en is aangemerkt als vitale sector tijdens de coronapandemie. Eerder bepleitten verschillende onderwijsorganisaties, waaronder ook de PO-Raad, VO-raad en vakbonden in een brief aan ministers Hugo de Jonge en Arie Slob en Ingrid van Engelshoven onderwijspersoneel in de vaccinatieplanning op te nemen.

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 8 april 2021

Trefwoorden

Nieuwscategorieën