Privacy en informatiebeveiliging

Scholen gebruiken informatie uit leerlingvolgsystemen om te zien hoe kinderen ervoor staan en waar eventuele ondersteuning nodig is. De PO-Raad vindt het belangrijk dat scholen en schoolbesturen de privacy van leerlingen en medewerkers optimaal beschermen. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) bracht in 2018 nieuwe eisen en begrippen met zich mee rond de omgang met en bescherming van persoonsgegevens. Om scholen hierbij te ondersteunen heeft de PO-Raad, in samenwerking met de VO-raad en Kennisnet de Aanpak IBP ontwikkeld.

Aanpak IBP

De Aanpak IBP is hét hulpmiddel voor scholen bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van IBP-beleid. Zo biedt de Aanpak IBP templates voor beleidsplannen, checklisten en inzicht in alle wettelijke verplichtingen en verantwoordelijkheden. Verder bevat de Aanpak IBP richtlijnen en tips over zaken als het regelen van cameratoezicht op school of het vragen van toestemming bij het delen van beeldmateriaal.

Internet en sociale media

Privacy speelt een grote rol in het gevoel van sociale veiligheid dat leerlingen ervaren. Binnen en buiten schooltijd surfen zij op het internet en daarbij laten zij - bewust of onbewust - persoonlijke gegevens achter. Niet alleen hun naam en adres, maar ook live-beelden van privésituaties. School en ouders hebben een gezamenlijke taak om kinderen te beschermen en hen te leren hoe het internet werkt, wat de regels zijn en wat de risico’s. Veel scholen hebben regels voor het gebruik van internet en sociale media opgenomen in hun sociale veiligheidsbeleid. Daarbij is er ook aandacht voor privacy. 

Functionaris Gegevensbescherming (FG)

De AVG verplicht scholen een FG aan te stellen. Een FG houdt binnen de scholen toezicht op de toepassing en naleving van de privacywetgeving. SIVON, de coöperatieve vereniging van schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs, biedt de dienst ‘FG-as-a-service’ aan. De PO-Raad adviseert schoolbesturen die nog geen FG hebben aangesteld om contact op te nemen met SIVON

ECK iD

Sinds de start van het schooljaar 2018/2019 kunnen scholen in het primair onderwijs gebruik maken van het ECK iD. Dit is een maatregel die de privacy van leerlingen nog beter beschermt. Voor het gebruik van digitaal lesmateriaal werken de systemen van scholen en aanbieders van lesmateriaal met elkaar samen. Het ECK iD, ook wel keten iD genoemd, zorgt ervoor dat leerlingen digitaal lesmateriaal kunnen gebruiken terwijl er zo min mogelijk persoonsgegevens worden uitgewisseld. Het ECK iD bestaat uit 128 karakters die voor het menselijk oog geen betekenis hebben. Ook bevat het geen persoonsgegevens, zo wordt de herleidbaarheid van leerlingen beperkt wanneer er gegevensuitwisseling plaatsvindt tussen scholen en leveranciers van leermiddelen.   

De PO-Raad roept scholen die het ECK iD nog niet gebruiken op om dit alsnog te doen.

Wat doet de PO-Raad?

De PO-Raad:

  • Ondersteunt scholen en besturen bij het opstellen en uitvoeren van hun IBP-beleid. Bijvoorbeeld met een Handreiking functionaris gegevensbescherming po/vo en de ontwikkeling van een aanpak IBP;
  • Heeft in samenwerking met de VO-raad het privacyconvenant ontwikkeld;
  • Verzamelt informatie over de stand van zaken op het gebied van IBP op scholen in de IBP-monitor en deelt dat met de sector.

Meer weten?

Via www.slimmerlerenmetict.nl en op deze website deelt de PO-Raad kennis, tools en inzichten zodat scholen en schoolbesturen van elkaar kunnen leren. Of bekijk de Toolbox ICT op deze website. Heb je een specifieke vraag? Kijk dan eens bij in de online Helpdesk of informeer bij onze beleidsadviseur Jeffrey Hietbrink
 

 

Laatste nieuws

Agenda

Net aangekondigd

Komende evenementen

Meer agenda-items

Toolbox ICT in het onderwijs

Praktische tools voor het vormgeven van ICT in het onderwijs.

Achtergrond afbeelding toolbox bestaande uit radarwielen

Veelgestelde vragen

  • Is bij een gecombineerd advies altijd het hoogste advies leidend bij de toelating van het kind?

    Basisscholen kunnen een enkelvoudig schooladvies voor één schoolsoort geven, bijvoorbeeld een advies voor havo. Maar het is ook mogelijk dat er een meervoudig of dubbel schooladvies wordt gegeven, bijvoorbeeld een advies voor vmbo-t/havo. De Onderwijsinspectie geeft aan dat het dubbele schooladvies geschikt is voor leerlingen van wie nog niet geheel helder is in welke schoolsoort de leerling het beste tot zijn recht komt. Scholen mogen in plaatsingswijzers niet afspreken dat de basisschool alleen enkelvoudige adviezen mag geven. Leerlingen met een meervoudig schooladvies mogen zich altijd aanmelden voor het hoogste van de twee onderwijsniveaus. Middelbare scholen mogen kinderen met een dubbel advies niet automatisch op het laagste niveau van de twee plaatsen, maar moeten altijd naar het individuele kind kijken. Heeft het kind een ‘dubbel’ schooladvies, dan mag het in principe dus naar beide schoolsoorten. Voormalig Staatssecretaris Dekker van Onderwijs heeft hier eerder de volgende uitleg aan gegeven:

    Ouders van leerlingen met een dubbeladvies kunnen hun kind ook voor een brugklas aanmelden op elk in dat advies genoemde schoolniveau, uiteraard voor zover de school deze brugklassen aanbiedt. Een leerling met een dubbeladvies mag dus ook altijd aangemeld worden voor het hoogste van de twee daarin genoemde onderwijsniveaus. Het is wenselijk dat de middelbare school leerlingen vervolgens ook daadwerkelijk op dat onderwijsniveau accepteert. Uiteindelijk is het de middelbare school die bepaalt in welke brugklas de leerlingen wordt geplaatst. Het is belangrijk dat de school de ouders van de leerling goed bij deze afweging betrekt, en deze toelicht alvorens tot definitieve plaatsing over te gaan. Scholen die slechts één schoolsoort (bijvoorbeeld categorale vwo-scholen) aanbieden, behoeven leerlingen met een dubbeladvies niet verplicht te plaatsen. Mocht immers blijken dat de leerling het ‘hoogste’ niveau van het dubbeladvies toch niet aankan, dan kan de school de leerling geen alternatief programma bieden.” (Brief Staatssecretaris Dekker, 15 februari 2016, referentienummer 879659).

    Naast het schooladvies mag de basisschool een plaatsingsadvies geven waaruit blijkt welke brugklas het meest geschikt zou zijn voor de leerling, gegeven het schooladvies. De plaatsingswijzer is slechts een hulpmiddel voor de basisschool en mag niet door de middelbare school als toelatingseis worden gebruikt. Met andere woorden: als de basisschool besluit om een ander schooladvies te geven dan je op grond van de plaatsingswijzer zou verwachten, de middelbare school blijft gehouden de toelating te baseren op het schooladvies (artikel 3 lid 2 Inrichtingsbesluit WVO).

    Het schooladvies is dus leidend voor de toelating tot het VO, aan het plaatsingsadvies en plaatsingswijzer kunnen geen rechten worden ontleend. Het moet voor iedereen duidelijk zijn welk advies het schooladvies is en welk advies het plaatsingsadvies is. Het schooladvies dient bij alle partijen bekend te zijn en hetzelfde te zijn. Zo dienen de ouders, de school voor voortgezet onderwijs en de registratie in BRON PO allemaal over hetzelfde schooladvies te beschikken. 

    Zie ook Het schooladvies | Onderwijsgeschillen en verder op de website https://www.vanponaarvo.nl/  

     

  • Zijn schoolbesturen verplicht een Functionaris voor gegevensbescherming aan te stellen?

    Elk schoolbestuur is wettelijk verplicht een Functionaris Gegevensbescherming (FG) aan te wijzen.

    Deze verplichting is ontstaan bij de invoering van de AVG en is ingevoerd omdat scholen veel persoonsgegevens verwerken en de voortgang van leerlingen nauwgezet vastleggen. Scholen of vestigingen die bij hetzelfde schoolbestuur horen, hoeven niet allemaal een eigen FG aan te wijzen. Wel moet bekend zijn wie binnen de schoolorganisatie deze taak verricht.

    Het is ook mogelijk voor deze taak een externe FG in te huren. De (G)MR heeft instemmingsrecht op de regeling FG waarin is opgenomen hoe de FG-functie wordt ingevuld (artikel 10 sub c WMS). Welke persoon als FG wordt benoemd, daar gaat de G(MR) niet over, dat besluit is niet instemmingsplichtig.

    Meer informatie kunt u vinden op de website van Kennisnet.

  • Ouders van een leerling willen het dossier van hun kind inzien en daar een kopie van hebben. Zijn we verplicht om dat te doen?

    Artikel 15 AVG geeft ouders en/of leerlingen van 16 jaar of ouder het recht om te vragen welke gegevens een organisatie van hen heeft en ze mogen vragen deze gegevens in te zien (inzagerecht). Zij hebben ook recht op een kopie van het leerlingendossier, tenzij daarbij afbreuk wordt gedaan aan de rechten en vrijheden van anderen. Als de ouders of leerlingen om bijkomende kopieën vragen, kan de school op basis van de administratieve kosten een redelijke vergoeding rekenen.

    Zie voor meer informatie over het leerlingendossier: onderwijsgeschillen.nl/thema/leerlingdossier.