Medezeggenschap

Twee meiden die samen zitten te overleggen

Onderwijs is teamsport en daarom draagt betrokkenheid van alle geledingen bij de school bij aan het onderwijs. Goede medezeggenschap is als vorm van georganiseerde tegenspraak dan ook zeer nuttig voor een onderwijsorganisatie en belangrijk bij het creëren van draagvlak. Goed besturen, kan niet zonder goede medezeggenschap.

In de Wet medezeggenschap op scholen, die sinds 1 januari 2007 bestaat, is onder meer vastgelegd dat alle scholen en samenwerkingsverbanden een Medezeggenschapsraad (MR) moeten hebben. Volgens de regels moet een MR bestaan uit minstens twee (voor samenwerkingsverbanden) of vier (voor scholen) leden. Dit zijn zowel door de school/ouders gekozen personeelsleden van de school en ouders van leerlingen. In het voortgezet speciaal onderwijs (en in hele voortgezet onderwijs) kunnen ook leerlingen die ouder zijn dan dertien jaar in de MR worden gekozen. De MR praat en beslist mee over bijvoorbeeld de besteding van de vrijwillige ouderbijdrage en over onderwijsinhoudelijke keuzes waarvoor de school staat. Over de soorten MR en bevoegdheden ervan is onder bij het onderwerp Rollen en verantwoordelijkheden meer informatie te vinden.

Ambities

De PO-Raad vindt een goede medezeggenschap in het onderwijs belangrijk omdat het schoolbesturen scherp houdt en zo verbetert. Dat draagt bij aan goed onderwijs. Ze werkt daarom met VO-raad, de Algemene Vereniging Schoolleiders, CNV Onderwijs, Algemene Onderwijsbond, Federatie van Onderwijsvakorganisaties en ouderorganisaties aan het steeds verder verbeteren van medezeggenschap. Hoe goede medezeggenschap eruit ziet, is door de partijen samen vastgelegd in het advies ‘Goede medezeggenschap in het onderwijs’. Kern daarvan is dat werknemers, schoolleiders en leerlingen goed samenwerken.

De PO-Raad vindt het tegelijkertijd van belang dat schoolbesturen kunnen blijven besturen. Dat ze vanuit hun eigen professionele rol ook verantwoordelijkheid kunnen nemen en knopen kunnen doorhakken. Met deze boodschap behartigt ze de belangen van goed onderwijs in de politiek.

Het kan gebeuren dat een schoolbestuur of bestuur van een samenwerkingsverband onenigheid heeft met de (G/P)MR of Ondersteuningsplanraad. Er is dan sprake van een geschil. Voor dergelijke geschillen zijn alle scholen verplicht aangesloten bij de Landelijke Commissie voor geschillen Wms die is ondergebracht bij de Stichting Onderwijsgeschillen. Meer hierover leest u op onze pagina over geschillen.

Wat doet de PO-Raad?

De PO-Raad houdt schoolbesturen op de hoogte van ontwikkelingen rondom medezeggenschap en ondersteunt hen met de andere onderwijspartijen bij het organiseren van goede medezeggenschap. Hiervoor zijn diverse handreikingen gepubliceerd en kunnen scholen en hun besturen trainingen aanvragen bij het project Versterking medezeggenschap. Daarin zetten PO-Raad, bonden en ouders zich in om medezeggenschap op school te verbeteren. Tegelijkertijd ondersteunt de PO-Raad schoolbesturen bij het vervullen van hun professionele rol als schoolbestuur.

Meer weten?

Veel informatie over medezeggenschap is te vinden op de website infowms.nl. U kunt hier onder meer terecht voor een toolkit met diverse handreikingen, begeleiding en advies en een quickstart-training van een gekwalificeerde medezeggenschapstrainer. 

Leden van de PO-Raad kunnen ook contact opnemen met de Helpdesk of domeinregisseur Goed Bestuur Marleen Weijzen.

Bestanden bij dit thema

Alle inhoud binnen dit thema

Laatste nieuws

Toolbox Medezeggenschap & geschillen

Hier vindt u instrumenten voor het versterken van de medezeggenschap op school.

Achtergrond afbeelding toolbox bestaande uit radarwielen

Publicaties over Medezeggenschap

Op de website infowms.nl vindt u diverse praktische publicaties voor het versterken van medezeggenschap op school.

Veelgestelde vragen

  • Wat is de positie van de ouderraad met betrekking tot beleidszaken?

    Wettelijk is de oudergeleding van de medezeggenschapsraad (MR) de gesprekpartner van het bevoegd gezag ten aanzien van beleidszaken. De positie en de taken van een ouderraad (OR) zijn niet wettelijk vastgesteld: er is geen wettelijke verplichting om een OR in te stellen.

    Daarmee is er een grote vrijheid voor een bevoegd gezag om de taken, organisatie en werkwijze in te vullen op een manier die past bij de ouders en de school. Dat kan aan de hand van een reglement en/of statuut van de OR, maar er bestaat daartoe geen verplichting. De invulling van de taken is afhankelijk van de afspraken die er met de school en de medezeggenschapsraad (MR) zijn gemaakt. De MR heeft instemmingsrecht ten aanzien van de vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het verrichten van ondersteunende werkzaamheden door ouders ten behoeve van de school en het onderwijs (artikel 10 sub d WMS). De ouderraad heeft daarin geen formele rol.

    Ouders in de OR houden zich meestal bezig met het organiseren van activiteiten, maar kunnen indien dit vastgelegd is, ook adviseren over (beleids)zaken die vooral voor ouders en leerlingen belangrijk zijn. Zodoende verschilt de OR nadrukkelijk van de MR, wiens taken en bevoegdheden expliciet zijn vastgelegd in de Wet medezeggenschap op scholen. De MR deelt zodoende op een aantal terreinen de zeggenschap met het schoolbestuur en geldt ten aanzien van deze onderwerpen als de formele gesprekspartner van het bestuur.

    De OR heeft in beginsel alleen een praktisch-ondersteunende rol. Het schoolbestuur bepaalt welke taken en werkzaamheden aan de OR worden toebedeeld. Eventueel kan de OR fungeren als sparringpartner van de oudergeleding van de MR, maar daarmee wordt de OR geen onderdeel van de MR. Zie ook de uitspraak van de Landelijke Klachtencommissie Islamitisch Onderwijs:  109061 anoniem advies (onderwijsgeschillen.nl)

  • Moet de MR de bevoegdheid krijgen een bindende voordracht te kunnen doen voor tenminste één lid van de RvT?

    Als beginnende school zijn we bezig het reglement voor de Raad van Toezicht op te stellen. We lopen daarbij aan tegen de vraag aan of de medezeggenschapsraad de bevoegdheid moet krijgen om een bindende voordracht te doen voor tenminste één lid van de Raad van Toezicht. Is dat wettelijk verplicht?

    Antwoord: Ja, dat is een wettelijke verplichting die is vastgelegd in artikel 17a, tweede lid van de Wet op het primair onderwijs.

    Artikel 17a. Scheiding toezicht en bestuur

    1. Het bevoegd gezag draagt mede in verband met de verplichting, bedoeld in artikel 10, zorg voor een goed bestuurde school met een scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop en met een rechtmatig bestuur en beheer.
    2. De benoeming in de functies van het bestuur en het interne toezicht op het bestuur, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen. Bij de benoeming van de leden van de raad van toezicht wordt de medezeggenschapsraad van de school, bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen, in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor een lid. Bij de benoeming van de leden van de raad van toezicht van het samenwerkingsverband wordt de ondersteuningsplanraad, bedoeld in artikel 4a van de Wet medezeggenschap op scholen, in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor een lid.
    3. Het eerste lid en het tweede lid, eerste volzin, zijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband.
  • Dient een personeelslid in de ondersteuningsplanraad lid te zijn van een medezeggenschapsraad van een school?

    Er is een vacature in de ondersteuningsplanraad (OPR) van ons samenwerkingsverband. Dient een personeelslid in de OPR lid te zijn van een medezeggenschapsraad van een school of mag men ook namens een medezeggenschapsraad worden afgevaardigd? En moeten er dan verkiezingen worden gehouden?

    Artikel 4a lid 2 WMS stelt dat de leden van de ondersteuningsplanraad worden afgevaardigd door de afzonderlijke medezeggenschapsraden van de betreffende scholen en wel zo dat het aantal leden, gekozen uit personeel onderscheidenlijk uit ouders of leerlingen, elk de helft van het aantal leden van de raad bedraagt.

    De WMS geeft niet aan op welke wijze de leden van de OPR moeten worden ‘afgevaardigd’. Het is echter niet zo dat elke MR van de scholen van het SWV rechtstreeks een lid hoeft af te vaardigen. Kern van de regeling is dat elke MR direct of indirect vertegenwoordigd is in de OPR. Volgens de wetgever is het aan de MR’en in het SWV om een goede keuze te maken bij de afvaardiging. Dat kan dus per SWV verschillen. De samenstelling en de organisatie van de OPR worden vastgelegd in het reglement van de OPR.

    Uit de woorden ‘gekozen’ in het artikel in de WMS kan worden afgeleid dat de afvaardiging dient te geschieden door middel van verkiezingen. De leden van de afzonderlijke medezeggenschapsraden zijn rechthebbende van het kiesrecht. In het medezeggenschapsreglement van de OPR moeten de wijze en organisatie van de verkiezing en het aantal leden nader worden vastgelegd.