Asscher verruimt recht op kinderopvang

Alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar kunnen voortaan naar de kinderopvang of peuterspeelzaal. Dat kwamen minister Asscher van Sociale Zaken en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gisteren overeen. De PO-Raad is verheugd dat het kabinet kinderen van niet-werkende ouders tegemoet wil komen. Wel blijft de PO-Raad pleiten voor één basisvoorziening voor alle kinderen. Nu komt er nog een geldstroom bij. 

Kinderen die nu niet naar de opvang of peuterspeelzaal gaan en van wie de ouders geen kinderopvangtoeslag hebben, krijgen voortaan een plek aangeboden die wordt betaald door de gemeente. Gemeenten krijgen hier 60 miljoen euro voor. Het gaat gemiddeld om twee dagdelen per week. Gemeenten moeten volgens Asscher actief op zoek naar peuters die voor hun ontwikkeling gebaat zijn bij kinderopvang. Daarmee ontstaan meer gelijke kansen voor kinderen, kunnen zij allemaal van goede opvang profiteren en zullen minder kinderen met een achterstand aan de basisschool beginnen.

Versnippering

In januari adviseerde de Sociaal Economische Raad het kabinet om alle nul- tot vierjarigen voor minimaal zestien uur per week toegang te geven tot één universele voorziening voor kinderopvang, inclusief extra ondersteuningsmogelijkheden. Daarmee moet een einde komen aan de versnippering van het aanbod in kinderopvang, peuterspeelzaal en VVE. De PO-Raad onderschrijft dit advies. Zij pleit al jaren met de MOgroep, Brancheorganisatie kinderopvang en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voor zo'n basisvoorziening voor alle kinderen.

De PO-Raad ziet in de overeenkomst van Asscher met de VNG dus slechts een tijdelijke tegemoetkoming en roept de politiek op om onverminderd gehoor te geven aan het pleidooi voor één basisvoorziening. Verder vindt PO-Raad het belangrijk om te benadrukken dat de keuze om gebruik te maken van opvang bij ouders blijft. Er is dus sprake van een toegangsrecht, geen verplichting.

 

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 26 april 2016

Nieuwscategorieën