Onderwijs op een andere locatie dan school

Staatssecretaris Sander Dekker (OCW) heeft de Tweede Kamer op 18 november een aantal voorstellen gestuurd om in het funderend onderwijs meer mogelijkheden te bieden voor onderwijs op een andere locatie dan de school. De PO-Raad zal op korte termijn inhoudelijk reageren op de voorstellen.

De staatssecretaris onderscheid vier situaties waarin hij onderwijs op een andere locatie mogelijk wil maken:

  1. Lichamelijke of psychische redenen
    Voor leerlingen die vanwege lichamelijke of psychische redenen tijdelijk of gedeeltelijk niet naar school kunnen, wordt het beter mogelijk om een deel van het onderwijs buiten de school te volgen. In zeer uitzonderlijke situaties, waarin de school en het samenwerkingsverband (nog) niet in staat zijn een passend aanbod te bieden, komt er daarnaast een mogelijkheid om bekostigd onderwijs te volgen bij instellingen die geen onderdeel uitmaken van het bekostigde stelsel. Dit biedt vooral ook ruimte voor onderwijs bij kleinschalige initiatieven.
  2. Sportieve en culturele talenten
    Voor leerlingen in de basisschoolleeftijd met een bijzonder talent op het gebied van sport en cultuur wordt, net als nu in het voortgezet onderwijs al mogelijk is, geregeld dat zij in uitzonderlijke gevallen ten behoeve van de ontwikkeling van hun talent onderwijstijd op een andere locatie mogen invullen.
  3. Tijdelijk verblijf in het buitenland
    Voor kinderen van reizende ouders wordt het mogelijk om onder strikte voorwaarden tijdelijk het onderwijs op afstand te volgen. Afspraken hierover worden in overleg met en onder verantwoordelijkheid van de school vastgelegd in een individueel onderwijsplan en uitgevoerd. De leerplichtambtenaar beoordeelt of er geen andere belemmeringen zijn.
  4. Thuisonderwijs onder strikte kwaliteitsvoorwaarden
    De staatssecretaris wil artikel 5 onder b van de Leerplichtwet dat ouders de gelegenheid geeft om hun kind vanwege richtingsbedenkingen volledig te onttrekken aan het onderwijs, afschaffen.  In plaats daarvan wordt het in de wet onder strenge voorwaarden mogelijk dat ouders hun kind thuisonderwijs geven, bijvoorbeeld omdat ze bezwaar hebben tegen de levensbeschouwelijke, pedagogische of onderwijskundige visie van de scholen in hun omgeving. De inspectie gaat toezicht houden op dat thuisonderwijs, zodat de overheid weet dat ook deze kinderen onderwijs krijgen dat van voldoende kwaliteit is.

De staatssecretaris gaat de komende tijd verder in gesprek met relevante partijen over dit onderwerp. Daarna komt er een nadere uitwerking van de maatregelen, inclusief een planning voor de benodigde wetswijzigingen.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 19 november 2015

Trefwoorden

Nieuwscategorieën