Tweede Kamer hoort onderwijsveld over maatschappelijke kwesties in klas

Hoe moet het onderwijs omgaan met discussies in de klas over gevoelige thema’s? Is de leraar voldoende geëquipeerd om dit soort onderwerpen te bespreken? En hoe formuleer je als school(bestuur) een visie op burgerschap? Deze vragen stonden centraal in een hoorzitting van de Vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) op vrijdag 9 en maandag 12 september, waar de PO-Raad een bijdrage aan leverde.

Aanleiding was het rapport ‘Twee werelden, twee werkelijkheden’ dat journaliste Margalith Kleijwegt in opdracht van het ministerie van OCW heeft geschreven. Hierin wordt duidelijk hoe het spreken over burgerschapsthema’s – zoals de recente terreuraanslagen, discriminatie en de mislukte Turkse coup – tot heftige discussies en verdeeldheid in de klas kan leiden. Dat er voor het onderwijs een belangrijke taak is weggelegd in het bespreken en bespreekbaar maken van maatschappelijke thema’s staat buiten kijf, zo bleek uit de hoorzitting. De leraar mag er bij het voeren van deze moeilijke gesprekken echter niet alleen voor komen te staan. Ondersteuning vanuit de schoolleiding en een schoolbrede visie op burgerschap vanuit het schoolbestuur zijn hierbij van groot belang.

Inbreng PO-Raad

Simone Walvisch, vicevoorzitter van de PO-Raad, vertegenwoordigde de basisscholen in de hoorzitting. Zij gaf te kennen dat scholen een belangrijke verantwoordelijkheid dragen als het gaat om burgerschapsvorming. Onderwijs gaat immers niet alleen over kennisoverdracht. Ook persoonlijke vorming en brede ontwikkelingen zijn belangrijke taken voor het onderwijs. Recente sociale veranderingen – die steeds meer de school in komen - stellen echter nieuwe eisen aan deze opdracht. Het advies van Platform Onderwijs2032 om burgerschap een prominentere positie in het curriculum te geven, onderstreept dit.

Herbezinning van het Nederlandse burgerschapsonderwijs is daarom noodzakelijk, aldus Walvisch in de Kamer. Zij maakte echter duidelijk dat de Nederlandse overheid terughoudend moet zijn met ingrijpen. Walvisch: ,,Scholen zijn aan zet. Lerarenteams, schoolleiding en besturen moeten met elkaar in gesprek gaan over de ‘hoe-vraag’: hoe doen we het nu en hoe bereiken we het gewenste resultaat?’’ Deze zelfevaluatie zou vervolgens de basis kunnen zijn voor het gesprek in de klas.

Lees ook de position paper die de PO-Raad ter voorbereiding op de hoorzitting naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 15 september 2016

Nieuwscategorieën