Nieuws

Op de formatietafel: lestaakvermindering

Als verkenner Edith Schippers potentiële coalitiepartijen bij elkaar heeft gebracht, volgt het onderhandelen en uitruilen van plannen. Wat ligt er voor het primair onderwijs sowieso op de onderhandeltafel? In deel 2 van deze serie: een vermindering van het aantal uren dat een leraar lesgeeft.

De lestaak, de tijd die leraren aan lesgeven besteden, bedraagt op dit moment op grond van de CAO PO ongeveer 930 uur per jaar bij een fulltime dienstverband. Het resterende aantal van de in totaal 1659 werkuren (het verlof is hier al vanaf) gebruiken leraren voor administratie, contacten met ouders, de voorbereiding van lessen, deskundigheidsbevordering, scholing en alle andere taken die bij de groep of de school horen. In het taakbeleid van de school staan afspraken hierover.

Als maatregel om de werkdruk voor leraren te verlagen, pleiten diverse partijen ervoor om de lestaak te verminderen. De gedachte hierachter is dat leraren zo meer tijd krijgen om hun onderwijsuren goed voor te bereiden en zo de kwaliteit van hun lessen te verhogen. Een motie waarin D66-Kamerlid Paul Van Meenen streeft naar een maximale lestaak van acht dagdelen voor een voltijds leraar in het basisonderwijs, kon in de zomer van 2016 rekenen op een Kamermeerderheid. Onder meer de PvdA, SP, GroenLinks en de ChristenUnie steunden destijds de motie, die de regering verzoekt om met een uitgewerkt voorstel te komen waarin ook de financiële gevolgen zijn meegenomen.

Vermindering lestaak in cijfers

De CAO PO kent geen onderverdeling van de maximaal lesgevende taak in dagdelen. Daarom is het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in zijn berekeningen uitgegaan van een (vergelijkbaar) scenario waarin de lesgevende taak met honderdvijftig klokuren wordt verminderd tot 781 uur.

Een vermindering van de lestaak van leraren mag niet ten koste gaan van de tijd dat leerlingen les krijgen. Een dergelijke lestaakvermindering moet daarom worden opgelost door de inzet van extra leraren. Het aantal extra benodigde fte’s zou volgens de berekeningen van het ministerie van OCW in 2020 neerkomen op circa 16.800. Dit aantal komt bovenop het tekort dat nu al wordt verwacht: bij ongewijzigd beleid stevent het primair onderwijs af op een tekort aan 4000 fulltime leerkrachten in 2020 en 10.000 in 2025. Omgezet in kosten, is er voor het aantal extra fte’s die nodig zijn voor de voorgestelde lestaakvermindering een verhoging van de lumpsum-financiering nodig van ongeveer € 1,1 miljard per jaar.

Wat de PO-Raad vindt

De PO-Raad vindt het heel goed dat erkend wordt dat de werkdruk in het primair onderwijs te hoog is en dat politieke partijen hier iets aan willen doen. Een vermindering van de lestaak van leraren is een maatregel die zeker zal bijdragen aan het tegengaan van de werkdruk. Wat de PO-Raad betreft moet de keuze hiervoor echter niet landelijk maar door scholen en hun schoolteams (via bijvoorbeeld de Personeels Medezeggenschapsraad) worden gemaakt. Op die manier kan de school zelf besluiten of de werkdruk het beste kan worden tegengaan via bijvoorbeeld meer ondersteuners in de klas, extra leerkrachten of een verandering van de klassengrootte.

Vast staat dat veel scholen dergelijke keuzes met de huidige bekostiging en bezetting niet kúnnen maken. Het is aan een nieuw kabinet om hier verandering in te brengen. De PO-Raad pleit voor een pakket aan maatregelen, waarbij allereerst wordt ingezet op het terugdringen van het lerarentekort. Want daar begint het mee: meer salaris en doorgroeimogelijkheden voor leraren, minder administratieve rompslomp. En daarbij een toereikende bekostiging voor het primair onderwijs. Dit samen zorgt voor meer leraren, meer tijd per leerling, minder werkdruk en bovenal: goed onderwijs.