Nieuws

‘Investeren in achterstanden vooral op jonge leeftijd effectief’

Begin vroeg met preventie van achterstanden, investeren is vooral op jonge leeftijd effectief. Dat schrijft het Ministerie van Financiën in het rapport ‘Onderwijsachterstandenbeleid: Een duwtje in de rug?’ dat vorige week verscheen. Het onderwijsachterstandenbudget is de afgelopen jaren afgenomen, zonder dat het aantal kinderen met achterstanden op school kleiner lijkt te worden, schrijven de onderzoekers. De PO-Raad herkent zich in deze conclusie van het rapport.

Het huidige budget is onvoldoende om alle achterstanden weg te werken, zo blijkt uit het rapport: ‘Bij het huidige dalende budget is het nodig om te focussen en te kiezen op welke doelstellingen binnen het OAB wordt ingezet.’ Doordat het beleid versnipperd is, is het moeilijk om inzicht te krijgen in de effectiviteit van de afzonderlijke interventies uit het beleid.

Budget daalt, kansenongelijkheid neemt toe

De uitkomsten van dit onderzoek bevestigen grotendeels wat de PO-Raad al langer bepleit: door het weglekken van geld als gevolg van een verkeerde definitie van onderwijsachterstanden, verdampt ook het effect. PO-Raad voorzitter Rinda den Besten: ,,De afgelopen jaren verloor het primair onderwijs al 150 miljoen euro en die bezuinigingen gaan ieder jaar door. Dat gaat ten koste van kinderen. Vorig jaar constateerde de Inspectie van het Onderwijs niet voor niets dat de kansenongelijkheid in Nederland verder toeneemt.”

In grote gemeenten wel degelijk effect aangetoond

Toch slaagden de grote gemeenten de afgelopen jaren er wel degelijk in om het lot voor veel kansarme kinderen te keren. Dat bleek onlangs nog uit onderzoek van de Inspectie in de grote gemeenten. Hoe zit dat? Die gemeenten hebben vanwege extra subsidie relatief weinig last gehad van het weglekken van achterstandsmiddelen, waardoor het onderwijsachterstandenbeleid daar, in tegenstelling tot de rest van het land, wél de kans heeft gehad zijn vruchten af te werpen. Scholen en gemeenten hebben hier bijvoorbeeld geïnvesteerd in voor- en vroegschoolse educatie (vve), extra personeel, weekend- en zomerscholen. Dit onderzoek van de Inspectie laat volgens de PO-Raad zien dat investeren in onderwijsachterstandenbeleid loont.

Investeer consequent in dezelfde doelgroep

Volgens de onderzoekers van het rapport van het Ministerie van Financiën is duidelijk dat de verdeelsystematiek op dit moment niet goed aansluit bij de doelgroep. Bovendien verschilt het OAB per gemeente en per sector. Voorschool, primair onderwijs en voortgezet onderwijs bereiken daardoor ieder een andere doelgroep, terwijl de achtergrondkenmerken die kinderen kwetsbaar maken voor het oplopen van achterstanden, meestal stabiel blijven gedurende hun hele jeugd.

Werk aan professionalisering

De kans dat interventies effectief zijn is volgens de onderzoekers het grootst wanneer schoolleiders, bestuurders en docenten goed onderlegd zijn in wat onderwijsachterstanden inhouden, wat de oorzaken zijn en wat effectieve interventies zijn. Het Nederlands Jeugd Instituut deelt deze kennis op haar website.

En het budget?

‘Schoolbesturen en gemeenten moeten bekostigd blijven op basis van het aantal kinderen met een risico op onderwijsachterstanden,’ schrijven de onderzoekers. ,,Daarmee zeggen ze dus eigenlijk dat het weggelekte geld moet worden aangevuld. De werkelijke achterstanden van kinderen zijn namelijk niet afgenomen”, aldus Rinda den Besten. Volgens wetenschappers loopt zeker twintig procent van de kinderen in Nederland risico op een achterstand als gevolg van de omgeving waarin ze opgroeien. Toch wordt in het rapport geen scenario uitgewerkt waarin de bezuiniging van de afgelopen jaren ongedaan wordt gemaakt. ,,Zorgwekkend,” vindt den Besten.

School kan het niet alleen

Wat het onderzoek tot slot ook bevestigt: de school kan het niet alleen. De PO-Raad trok de afgelopen periode dan ook al vaak aan de bel bij de politiek vanwege de maatschappelijke en administratieve druk op de school die alleen maar groter lijkt te worden, zonder dat daar voldoende middelen tegenover staan. Méér verantwoording (zoals de onderzoekers voorstellen) om de besteding van onderwijsachterstandsmiddelen beter te kunnen monitoren, is dan ook niet de oplossing voor dit probleem, stelt de PO-Raad.