AB-lid Omar Ramadan: “Het primair onderwijs is een Calimero’’

Sinds afgelopen maart heeft het Algemeen Bestuur van de PO-Raad er twee kersverse leden bij. Een van hen is Omar Ramadan, voorzitter College van Bestuur bij Sophia Scholen. Een gesprek over maatschappelijke relevantie, uitdagingen en Haagse regelzucht. 

Vertel eens iets over je achtergrond. 
foto van Omar Ramadan

,,De afgelopen zestien jaar werkte ik bij Radar Advies. Dat is vrij lang voor iemand die destijds als 27-jarige binnenkwam. Radar werkt voor gemeentes, ministeries en de laatste jaren ook steeds meer voor de Europese Commissie. Radar houdt zich bezig met allerlei sociale vraagstukken. Denk bijvoorbeeld aan jeugdhulp, armoede en extremisme. Het was een fijne club waar ik lang leiding aan mocht geven. Sinds januari 2020 ben ik voorzitter College van Bestuur bij Sophia Scholen.’’ 

Waarom heb je voor het primair onderwijs gekozen?

,,Ik kende het onderwijs vanuit een andere rol. Onder andere als lid Raad van Toezicht, nu bij de Universiteit van Amsterdam en voorheen bij ROC Mondriaan. Ik wilde hoe dan ook actief blijven in het publieke domein. Toen ik de vacature van Sophia Scholen zag, dacht ik: dat is een boeiende baan in een prachtige sector waar nog veel te doen is.’’

Kun je een voorbeeld noemen van wat er in onze sector nog te doen is? 

,,Het primair onderwijs is ontzettend belangrijk en relevant. Er is geen andere sector die kinderen acht jaar lang, voor vijf dagen per week vormt tot wereldburgers. En toch zie ik dat er door de Tweede Kamer en het ministerie behoorlijk over ons wordt heengelopen. We trekken vaak aan het kortste eind. Wat dat betreft zijn we soms een beetje Calimero. Volgens mij kan en moet dit anders, en daar lever ik graag een bijdrage aan.’’

Wat moet er veranderen? 

,,Ik denk dat we er alert op moeten zijn dat we onszelf niet onnodig klein maken. Er zit een soort bescheidenheid in onze sector. Terwijl we zoveel in huis hebben en er met veel passie en commitment gewerkt wordt. Juist daarom mogen we de lat voor onszelf best wat hoger leggen: het Nederlandse onderwijs moet weer terug in de top op de internationale ranglijstjes. We zouden meer werk kunnen maken van bewezen interventies en het ‘evidence-informed’ geven van onderwijs.’’

,,Aan de andere kant zie ik ook de neiging van de politiek om het onderwijs te micromanagen. Al in 2008 adviseerde de commissie Dijsselbloem de overheid om zich niet meer tot op het detailniveau van de klas met het onderwijs te bemoeien. En dat is precies wat ik nu wél zie gebeuren. Er wordt voorbij gegaan aan het benodigde maatwerk. Het onderwijs is geen ‘one size fits all’. Vanuit die vierkante kilometer in Den Haag kun je onmogelijk de variëteit aan scholen aansturen. 

Die neiging tot aansturing komt ook omdat een aantal Kamerleden kritisch zijn op schoolbesturen. Dat moeten we ons aantrekken, zeker als het gaat om leerprestaties. Deze zijn minder dan in de landen om ons heen. Maar het is niet nodig om je als Kamerlid van ons te vervreemden. Ik noem bijvoorbeeld Van Meenen. Hij wijst er met grote regelmaat op dat hij voor de klas heeft gestaan, maar ik hoor hem nooit spreken over de periode dat hij schoolbestuurder was. Het zou goed zijn als hij die ervaringen ook wat vaker etaleert. Tot slot speelt natuurlijk de vraag waarom het primair onderwijs per leerling minder betaald krijgt dan elke andere onderwijssector, terwijl wij de basis leggen voor verder succes.’’     

Welke uitdagingen zie je voor je?

,,Nederlandse 15-jarigen scoren, internationaal vergeleken, op cognitief vlak matig. Qua persoonsvorming en sociaal-emotionele ontwikkeling verwacht ik dat we het beter doen. Dit mag niet onderschat worden, maar het liefst zie je dat zij minstens even veel kennis en kunde in huis hebben als hun leeftijdsgenoten in vergelijkbare landen. 

Verder moet het lerarentekort omlaag en de onderwijskwaliteit omhoog. Zonder leraren geen goed onderwijs. Des te meer is het belangrijk dat er geïnvesteerd wordt in kwalitatief goede opleidingen en dat zij een goed salaris ontvangen. Maar de geringe onderwijsprestaties kunnen we slechts voor een deel wijten aan het lerarentekort, onze bekostiging en de Haagse regelzucht. Dat komt ook omdat we onszelf onvoldoende tot stevige prestaties weten te krijgen. Plat gezegd leren kinderen te weinig, die lat kan en moet hoger. Als bijvoorbeeld voor sommige groepen combiklassen en tutoring werken, dan zou je moeten zeggen: als dit voor jouw leerlingpopulatie werkt, dan gaan we het gewoon doen. En niet standaard werkwijzen blijven omarmen omdat we die gewend zijn.’’

Wat neem je mee als AB-lid?

,,Ik ben niet iemand met krijt aan de vingers maar ik denk dat mijn ervaring uit andere sectoren waardevol kan zijn. Daarnaast hoop ik eraan bij te dragen dat we zelfbewuster worden. Zowel richting de politiek als naar elkaar. Natuurlijk zijn de omstandigheden waarin wij moeten werken soms verre van ideaal. Maar we kunnen wel werken aan een andere ‘vibe’. Waarin leraren, schoolleiders en schoolbestuurders, met trots, nauw samenwerken aan het beste onderwijs. Dat zouden we meer uit kunnen dragen. Er is namelijk geen instantie die, naast de zorg, zo’n belangrijke taak vervult. Dat betekent dat wij als sector ook wel stevige eisen mogen neerleggen en ons niet laten ringeloren door de politiek.’’

Lees ook het interview met AB-lid Astrid Berendsen: "We zouden meer mogen werken vanuit trots, professionele kracht en regie”   

Over Sophia Scholen
Met 28 basisscholen in de gemeenten Noordwijk, Teylingen, Hillegom, Lisse en Katwijk is Sophia Scholen de grootste aanbieder van primair onderwijs in de Duin- en Bollenstreek. Sophia Scholen draagt zorg voor Katholiek, Protestants-Christelijk en Algemeen Bijzonder onderwijs, of een samenwerking daarvan. Meer info vind je op de website van Sophia Scholen.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 10 juni 2021

Nieuwscategorieën