NRO-subsidie voor pilot werkplaatsen onderwijsonderzoek

Twee samenwerkingsverbanden, bestaande uit schoolbesturen uit het primair onderwijs, hogescholen en universiteiten, krijgen subsidie via het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) voor een ‘werkplaats onderwijsonderzoek primair onderwijs’. Doel van deze werkplaatsen is om in een tweejarige pilot te bouwen aan een structurele, duurzame verbinding tussen onderwijs, onderwijsontwikkeling en -onderzoek. Deze pilot is een gezamenlijk initiatief van de PO-Raad en het NRO. De subsidie van 372.000 euro per werkplaats is door het Ministerie van OCW beschikbaar gesteld.

Kwaliteit van onderwijs
Met deze pilot willen de PO-Raad en het NRO de mogelijkheden en beperkingen in beeld krijgen van structurele samenwerking tussen onderwijsinstellingen, hogescholen en universiteiten in een werkplaats onderwijsonderzoek. De werkplaatsen worden zo ingericht dat de deelnemende partijen in een gelijkwaardige positie werken aan onderwijsonderzoek en een onderzoekscultuur op basisscholen. Vragen uit de onderwijspraktijk vormen de basis voor onderzoek. Het uiteindelijke doel is dat de kwaliteit van het onderwijs verder verbetert op basis van kennis over wat wel en niet werkt in de onderwijspraktijk.

Simone Walvisch: „Met de start van deze twee werkplaatsen ligt er nu een kans om te ontdekken hoe onderwijsontwikkeling en onderwijsonderzoek beter op elkaar betrokken kunnen worden. Voor de verbetering van het onderwijs is het van belang dat er meer kennis komt over wat werkt en ook dat die kennis beter benut wordt”.

De werkplaatsen
Schoolbesturen uit het primair onderwijs, hogescholen en universiteiten hebben tussen medio februari en eind maart de mogelijkheid gekregen om een aanvraag voor deelname aan de pilot in te dienen. Van de 19 aanvragen heeft een onafhankelijke beoordelingscommissie uiteindelijk twee aanvragen geselecteerd, een uit Utrecht en een uit Amsterdam.

De werkplaats uit Utrecht gaat op 15 basisscholen leergemeenschappen opzetten. Deze leergemeenschappen richten zich o.a. op burgerschapsvorming, tweetalig onderwijs en hoogbegaafdheidsdidactiek. Per basisschool wordt een ‘broker’ aangesteld. Dit zijn voornamelijk leraren die een master volgen of promotieonderzoek doen. De ‘brokers’ fungeren als verbindende schakel tussen onderwijs en onderzoek. De werkplaats bestaat uit drie Utrechtse schoolbesturen (KSU, PCOU en SPO Utrecht), twee lerarenopleidingen voor het PO (HU, Marnix Academie), de Hogeschool voor de Kunsten, de Universiteit Utrecht en de Universiteit voor Humanistiek.

De werkplaats uit Amsterdam gaat aan de slag met het thema diversiteit. Door het uitvoeren van gezamenlijk onderzoek wordt praktijkrelevante kennis ontwikkeld over de vaardigheid van leerkrachten, lesinhoud en schoolvisie. Hiermee kan de handelingsbekwaamheid van leerkrachten op het gebied van diversiteit vergroot worden. De werkplaats bestaat uit drie Amsterdamse schoolbesturen (ASKO, STAIJ en Sirius) en drie kennisinstellingen (Universiteit van Amsterdam, Hogeschool van Amsterdam en het Kohnstamm Instituut).

Kennis delen
De deelnemers uit de werkplaatsen bouwen voort op reeds bestaande samenwerking. De opgedane kennis wordt gedeeld via de eigen regionale kennisknooppunten. Daarnaast worden er landelijke activiteiten opgezet om kennis tussen de werkplaatsen en met de sector te delen.

Aanvullend onderzoek
Aanvullend vindt ook onderzoek plaats naar de werkbare elementen, randvoorwaarden en best practices. Zowel binnen de pilot werkplaatsen als naar andere al bestaande vormen van (structurele) samenwerking in het po, vo en mbo. Dit onderzoek leidt onder andere tot aanbevelingen voor andere samenwerkingsverbanden en eventuele continuering van succesvolle vormen van samenwerking. In september wordt bekendgemaakt wie dit onderzoek gaat uitvoeren.

 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 2 juni 2016

Nieuwscategorieën