Versterk samenwerking praktijkonderwijs en mbo zonder negatieve effecten voor vso

Voor de ontplooiingsmogelijkheden van kwetsbare kinderen moeten scholen in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) samen kunnen blijven werken met particuliere instellingen om de entree-opleiding en branchecertificaten aan te kunnen bieden, dat vragen de PO-Raad en LECSO in een brief aan de Tweede Kamer. Woensdag spreekt de Kamer over mbo en praktijkonderwijs. De ministers van Onderwijs hebben voorgesteld de samenwerking van praktijkonderwijs en mbo te versterken. Een mooi initiatief, maar dit blijkt voor leerlingen in het vso ongewenste effecten te hebben.

Huidige praktijk

In de huidige praktijk is het zo dat sommige vso-scholen hun leerlingen aanbieden een entree-opleiding te volgen of om branchecertificaten te halen. Dit vergroot hun kansen op de arbeidsmarkt. Voor een entree-opleiding werken sommige scholen in het vso samen met een ROC, andere met een gecertificeerde particuliere instelling. Voor het aanbieden van branchecertificaten zijn vso-scholen aangewezen op particuliere instellingen. Overigens geldt deze werkwijze ook voor veel scholen voor praktijkonderwijs. In een aantal gevallen wordt de entree-opleiding ook binnen het vso georganiseerd. Jongeren uit het vso die wel de overstap naar het mbo kunnen maken, doen dit ook.

De samenwerking van vso-scholen met particuliere instellingen om entree-opleidingen en branchecertificaten aan leerlingen aan te bieden, werkt al heel lang heel goed. Het ministerie van OCW dreigt deze samenwerking – waarschijnlijk onbedoeld - onmogelijk te maken.

Ongewenste effecten voor vso

Het voorstel van OCW beoogt betere samenwerking tussen mbo en praktijkonderwijs, zodat meer jongeren doorstromen naar mbo en arbeidsmarkt. Deze doelstelling onderschrijven de PO-Raad en LECSO vanzelfsprekend. Maar door de uitwerking is het straks voor vso-scholen en praktijkonderwijs niet meer mogelijk om samen te werken met particuliere instellingen voor entree-opleidingen en branchecertificaten. OCW wil de samenwerking tussen mbo en praktijkonderwijs verder uitwerken in een wetsvoorstel. De PO-Raad en LECSO vragen de Kamer aandacht te vragen voor bovenstaande bezwaren bij de ministers van onderwijs.

Tweede Kamer

Verschillende Kamerleden hebben tijdens het algemeen overleg in de Tweede Kamer aandacht gevraagd voor de problematiek die de PO-Raad heeft aangekaart. Zo gaf Paul van Meenen (D66) aan dat het wat hem betreft onwenselijk is dat de nieuwe wet er komt, zolang niet gegarandeerd kan worden dat het mbo in dezelfde behoefte van deze groep kwetsbare groep jongeren kan voorzien. ChristenUnie Kamerlid Bruno Bruins vulde aan dat branche-certificaten een meerwaarde hebben voor deze leerlingen omdat ze hiermee betere aansluiting vinden op de arbeidsmarkt. De wettelijke verankering moet dit niet in de weg staan. In reactie hierop zei minister Slob dat het belangrijk is om deze zaken goed wettelijk te regelen, zodat er duidelijkheid ontstaat voor scholen en leerling: “Een goede samenwerking tussen mbo en praktijkonderwijs is nu nog te afhankelijk van een goede klik tussen bestuurders. Bij een wisseling van de wacht, valt de samenwerking soms ook weg.’’ Minister Slob erkent de zorgen van de Kamer en stelt dat de nieuwe wet niet automatisch betekent dat de huidige routes voor entree-opleidingen en branche-certificaten worden afgesneden. Het ministerie van OCW gaat in gesprek met de PO-Raad, LECSO en de MBO-raad in gesprek over de verbetering van de samenwerking.

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 15 januari 2021