Aantal thuiszitters in eerste jaar passend onderwijs amper gedaald

Het is in het schooljaar 2014/2015 amper gelukt om het aantal kinderen en jongeren dat thuiszit en niet naar school gaat, te verminderen. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) in een brief aan de Tweede Kamer. Vooral de stijging in het aantal kinderen dat op medische gronden een leerplichtontheffing heeft gekregen van de Leerplichtambtenaar, baart zorgen.

Een fors deel van de thuiszitters - in zowel primair en voortgezet onderwijs en mbo - zit langer dan drie maanden thuis. Zowel in schooljaar 2013/2014 als in schooljaar 2014/2015 ging dit om ongeveer 3900 kinderen. Daarnaast zitten er nog zo’n 6000 kinderen voor kortere tijd thuis.

Meer leerplichtontheffingen

Staatssecretaris Dekker is met name geschrokken van het aantal leerlingen dat een ontheffing van de leerplicht heeft gekregen. Dat aantal vrijstellingen steeg voor het derde jaar op rij, met veertien procent. In hoeverre deze stijging in het primair onderwijs plaatsvond, wordt in de brief niet gespecificeerd. Dekker laat onderzoeken wat de oorzaak is van de toename. Wat betreft de PO-Raad vragen de cijfers om een nadere analyse.

Ook in primair onderwijs

Thuiszitten is niet een probleem dat zich vrijwel alleen in het vo en mbo afspeelt. Ruim een derde van de leerlingen die ten onrechte niet ingeschreven staan of met een ontheffing van de leerplicht thuiszitten, valt in de doelgroep van het primair onderwijs. Van de leerlingen die wél ingeschreven zijn, maar langer dan vier weken thuiszitten, hoort zestien procent thuis in het primair onderwijs.

Scholen betrekken bij leerplichtontheffing

Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad, vindt de cijfers verontrustend, maar herkent ze wel. ,,Op veel plekken waar ik kom hoor ik de zorgen van scholen en samenwerkingsverbanden dat de afstemming tussen scholen onderling, maar vooral met de gemeente (voor de juiste onderwijs/zorgarrangementen) nog niet goed is. Zeker als de zorg op school complex wordt, kijken scholen en gemeente naar elkaar. Het gaat om (soms) veel geld en in zowel de jeugdzorg als het onderwijs zijn de budgetten krap, in sommige regio’s misschien zelfs te krap. Ouders, maar vooral leerlingen zijn dan de dupe. Wij vragen al langer aandacht voor de regio’s waar een combinatie van krimp en negatieve verevening zorgt voor moeilijkheden bij de uitvoering van Passend Onderwijs. Maar bovenal vinden wij dat er scherper gekeken moet worden naar de oorzaken van het stijgen van het aantal vrijstellingen en dat er geen leerplichtontheffing door de gemeente afgegeven mag worden, zonder dat een school betrokken is. Ieder kind heeft recht op onderwijs, dat is het uitgangspunt.”

Definitie verruimd

Overigens schrijft Dekker dat hij met het begrip ‘thuiszitters’ voortaan alle kinderen bedoelt die langer dan vier weken niet naar school gaan, maar wel ingeschreven staan bij een school én alle kinderen die überhaupt niet staan ingeschreven bij een school. In die laatste categorie vallen ook leerlingen die slechts een dag niet ingeschreven zijn geweest. Dit zou een mogelijke verklaring voor de hoge cijfers kunnen zijn, maar ook dat moet verder worden onderzocht.

Leren van elkaar

Volgens Den Besten moeten we elkaar scherp houden: ,,Dit is een van de grootste stelselwijzigingen ooit. Het vraagt enorm veel van alle partijen om voor iedere leerling passend onderwijs te realiseren. Dat kost vanzelfsprekend veel tijd en afstemming. Ik zie goede inspanningen om de knelpunten op te lossen. Er zijn regio’s waar amper thuiszitters zijn. Hoe doen zij dat? Daarin kunnen samenwerkingsverbanden leren van elkaar. En als PO-Raad ondersteunen we waar we kunnen.”

 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 4 februari 2016

Nieuwscategorieën