Groepsgrootte basisonderwijs daalt verder

De groepsgrootte in het basisonderwijs daalde vorig jaarlicht tot 22,6 leerlingen. De leerling-leraarratio bleef vrijwel gelijk. Kleinere groepen kan als positief gezien worden, maar een ideale groepgrootte bestaat niet.

De Dienst Uitvoering Onderwijs zet elk jaar cijfers over groepsgrootte op een rij. Minister Slob stuurde de gegevens vorige week naar de Kamer.
Er zijn geen wereldschokkende verschillen tussen de cijfers over de afgelopen zeven jaar, maar het aantal leerlingen in een klas blijft licht dalen. Wat cijfers op een rij:

  • Tot 2013 steeg de gemiddelde groepsgrootte, tussen 2013 en 2016 nam die af naar 23,3 leerlingen en in 2019 daalde de gemiddelde groepsgrootte weer licht tot 22,6.
  • Het percentage groepen van meer dan 30 leerlingen blijft ook dalen van bijna 5% in 2017 naar 4% in 2018 en 2% vorig jaar.
  • Tussen 2014 en 2018 telde ongeveer tweederde van de groepen minder dan 26 leerlingen, in 2019 is dat 70,9%. En ook het aandeel groepen van 20-26 leerlingen steeg. Tussen 2014 en 2018 bedroegen die van ongeveer de helft van het totaal, vorig jaar telde 54,9% van de groepen 20-26 leerlingen. Er is dus een lichte verschuiving naar meer kleinere groepen.

De leerling-leraarratio (het aantal fte leraren gedeeld door het aantal leerlingen) bleef vrijwel gelijk. Alleen in het sbo is deze (na twee jaar toegenomen te zijn) licht gedaald.

Verklaring leerling-leraarratio in het sbo

De minister heeft onderzoek laten doen naar de stijging van de leerling-leraarratio in het sbo in 2017-2018. In de rest van het basisonderwijs was die stijging namelijk niet te zien. Een enkele oorzaak is niet aan te wijzen, zo blijkt. Er is geen directe relatie tussen de leerling-leraarratio en wettelijke kaders rondom het stichten van nieuwe scholen, regionale afspraken in het samenwerkingsverband of onderwijskundige keuzes. 

Wat wel van invloed lijkt te zijn, is de toename van het aantal jongere kinderen in het sbo (kleuterleeftijd), in combinatie met een nog achterblijvend aantal fte aan onderwijzend personeel. Dit vanwege het lerarentekort.

Groepsgrootte en onderwijsvisie

Minister Slob benadrukt in zijn brief aan de Kamer dat de ontwikkeling van de groepsgrootte als positief gezien kan worden, maar dat er geen ideale groepsgrootte is. Hij wil toe naar een adviesrecht voor medezeggenschapsraad in het primair onderwijs op de groepsgrootte en hoop dat dit de dialoog en de besluitvorming over de groepsgrootte en daarmee de onderwijsvisie versterkt.

Laatst gewijzigd: 
maandag 8 juni 2020

Trefwoorden

Nieuwscategorieën