Nieuws

Speech Freddy Weima opening congres

Ik ben er enorm trots op om mijn steentje bij te mogen dragen aan het primair onderwijs. Het onderwijs heb ik in de loop der jaren leren kennen als universitair docent, als beleidsmedewerker, als bestuurder, als ouder en als MR-lid. 

Maar nu zit ik er pas echt middenin, ik ben op veel scholen geweest, heb veel leraren, schoolleiders, ondersteuners en bestuurders gesproken. En ik kan niet anders zeggen: wat een geweldige sector. Ruim 180.000 mensen die dag in dag uit werken aan de ontwikkeling van zo’n anderhalf miljoen kinderen. Bij elkaar opgeteld 10 procent van de Nederlandse bevolking. Is er een andere sector te noemen met een grotere impact?

Drie coronagolven in twee jaar. Er is zo hard gewerkt. Ik heb met eigen ogen gezien wat voor een wissel dat op onze sector heeft getrokken. En toen aan het eind van die derde golf de Oekraïense kinderen kwamen, werden ze verwelkomd.

Je wilt kinderen zoveel mogelijk op school hebben. Mocht daar nog enig misverstand over zijn, dan is de afgelopen periode wel gebleken hoe belangrijk dat is. Met natuurlijk alle andere inzichten die de coronatijd ons bracht. Want hoewel er minder kon dan we wilden, kon er meer dan we dachten. De enorme veerkracht van iedereen die in het primair onderwijs werkt verdient grote bewondering.

De invloed van de coronagolven werd eigenlijk steeds heftiger, omdat tegelijkertijd de personeelstekorten meer en meer aan het licht kwamen, op steeds meer plekken in het land. Er waren geen vervangers meer, laat staan dat die vervangers nog vervangers hadden. Veel klassen en soms hele scholen zijn naar huis gestuurd. Precies wat je niet wilt, maar we stonden met de rug tegen de muur.

Laten we hopen dat een volgende golf - want die kan er zomaar komen - minder ernstig is. En laten we vooral ook goed voorbereid zijn, met een solide plan voor als het nodig is. En zuinig zijn, op onze leerlingen en op onze leraren en ondersteuners, en ook op de schoolleiders en bestuurders, die soms wel heel erg als een boksbal moesten fungeren.

We weten allemaal hoeveel verschil een goede leraar en een goede schoolleider kunnen maken. Dus weten we ook hoe ernstig het is als die leraar of die schoolleider niet te vinden is. En dat is in onze sector aan de orde van de dag. De komende jaren zullen in het teken staan van grote tekorten op de arbeidsmarkt, helaas niet alleen in onze sector. Kijk naar de kinderopvang, de zorg, de politie, het bedrijfsleven. Overal komen we mensen tekort. We hebben in Nederland met z’n allen een heel groot arbeidsmarktprobleem. We kunnen er ook alleen echt iets aan doen als we landsbreed tot een aanpak komen. De PO-Raad doet daar graag aan mee.

Tegelijkertijd ben ik er heel blij mee dat we een goede stap hebben gezet: de loonkloof is gedicht. Het laat zien dat werken in het primair onderwijs écht gewaardeerd wordt.

En nu door. Goede plannen en goede acties hebben we nodig. Onze mensen beter binden en boeien door goed werkgeverschap. Diepgaande inzichten in waarom jonge mensen wel of niet voor het onderwijs kiezen, we weten dat ze betekenisvol werk belangrijk vinden en dat is er bij ons volop.

We moeten creatief zijn. Slimmere manieren van organiseren: we kunnen er niet omheen. Niet uit disrespect voor het vak van de leraar, maar juist het omgekeerde: het onderwijs zo organiseren dat onze leraren écht goed in staat zijn om te doen waar ze voor zijn. Tijd voor focus noemde de Onderwijsraad dat.

Focus: dat beogen we ook met de nieuwe strategie van de PO-Raad. We concentreren ons op een beperkt aantal thema’s, maar wel op de allerbelangrijkste: kwaliteit, kansen voor kinderen en personeel. En natuurlijk alle daarmee samenhangende randvoorwaarden.

Ik noemde personeel al, maar kwaliteit en kansen zijn net zo belangrijk. En je kunt het niet los van elkaar zien. Zonder personeel geen kwaliteit, zonder kwaliteit geen kansen.

Als sector moeten we staan voor kwaliteit, maar kwaliteit krijg je alleen als je genoeg goede mensen hebt. En kwaliteit is pas kwaliteit als die er is voor álle leerlingen, als ons onderwijs daadwerkelijk inclusief is.

Je moet je ook de vraag stellen wát kwaliteit is. Hierover hebben we rondom de totstandkoming van onze strategie uitvoerig gediscussieerd. Daarin kwam eens te meer de diversiteit van opvattingen naar voren. Over één ding zijn we het eens: kwaliteit is meer dan taal en rekenen alleen. Taal en rekenen zijn essentieel, maar het moet ook gaan om de bredere vorming van kinderen: hun persoonlijke ontwikkeling en hoe ze zich verhouden tot hun directe omgeving en de wijde wereld.

Het is terecht dat de politiek zich druk maakt om de kwaliteit. Maar soms iets té. Soms lijkt het wel of de politiek het onderwijs over wil nemen van de sector. Terwijl je de sector zelf moet versterken. Basisteams, zoals voorgesteld in het Masterplan Basisvaardigheden, kunnen averechts uitpakken. Waar haal je bijvoorbeeld de mensen vandaan? We hebben structurele ondersteuning nodig, en dat kán ook met de middelen van het nieuwe kabinet.

Het gaat nu vaak over de commerciële bureaus die gemeden moeten worden. Inderdaad schrik je als je van de verhalen hoort over hoe iedereen zonder enige kwalificatie een duurbetaald bijlesbureau kan starten. Maar laten we niet vergeten dat diezelfde politiek er nog niet zo lang geleden voor koos de publieke ondersteuningsstructuur rondom het onderwijs te privatiseren. Onderwijsbegeleidingsdiensten en pedagogische centra moesten zichzelf omvormen tot ondernemingen.

We moeten dat opnieuw overdenken. Niet door terug te keren naar het oude, maar door de publieke kennisinfrastructuur in en rondom het onderwijs te versterken. Betere samenwerking met lerarenopleidingen en andere kennisinstellingen. Samen opleiden en professionaliseren, voor alle aspirant-leraren. Meer academische leraren en die goed ondersteunen. Leren van elkaars verschillen. Evidence informed te werk gaan, zonder te proberen alles te meten en te toetsen.

En als we dan toch bezig zijn: beter samenwerken en waar mogelijk integratie met de kinderopvang, ik heb op vele plekken mooie voorbeelden gezien. Een intensievere wisselwerking tussen speciaal en regulier onderwijs, inderdaad, inclusief onderwijs. Een soepeler overgang van primair naar voortgezet onderwijs, sterker nog: moet het wel een overgang zijn? Als we kansen van kinderen serieus nemen, moeten we de huidige systemen ter discussie durven stellen.

Terug naar het Masterplan. Veel gebeurt al, maar een forse impuls is nodig én mogelijk. Je moet het onderwijs niet willen helpen, maar het onderwijs zelf duurzaam sterker maken. Geen stapeling van subsidies. Voortbouwen op de bestaande governance in plaats van nieuwe hulpconstructen die de sturing nog complexer maken dan nu het geval is. Dán zijn de structurele middelen voor het Masterplan welbesteed. Er is veel kennis, breng die in de klas, zoals de klas veel kennis oplevert die je wilt delen met andere klassen. De leden van de PO-Raad nemen daar graag de verantwoordelijkheid voor.

We willen hierin heel graag samenwerken met de overheid, en zeker ook met minister Dennis Wiersma. We zijn blij met zijn uitnodiging om samen vorm te geven aan de plannen. De sector heeft wat te bieden, op veel scholen en scholengroepen, ook vandaag vertegenwoordigd, gebeuren hele mooie dingen, maar de sector als geheel heeft een impuls nodig. Op de arbeidsmarkt, in de ondersteuning, in de samenwerking. Snelle oplossingen zijn er niet, maar het fundament kan gelegd worden in deze kabinetsperiode. Het zal de trots op ons primair onderwijs vergroten, op het samen werken aan goed onderwijs voor ieder kind.

Freddy Weima