Interview

Standaardisatie: beter bouwen binnen je budget

Standaardisatie, het klinkt misschien naar ‘saai en eenvormig’. Maar dat is het juist niet, benadrukken Mariken Brink en Thera Verdam. Ze zijn lid van de ‘Kopgroep onderwijshuisvesting’, waarin beleidsmedewerkers huisvesting van negen schoolorganisaties kennis uitwisselen rond de bouw van scholen. ‘Standaardisatie zorgt dat je slimmer komt tot een betere kwaliteit.’

Nederland staat voor een enorme opgave rond onderwijshuisvesting: een groot deel van de gebouwen voor funderend onderwijs (po en vo) is sterk verouderd, slecht geventileerd en niet duurzaam. Uit onderzoek blijkt dat schoolorganisaties en gemeenten voor renovatie en nieuwbouw te weinig geld hebben. Er is een minimale structurele investering nodig van zo’n 730 miljoen euro per jaar. Met de oplopende inflatie loopt het bedrag zelfs richting een miljard. Mariken Brink was lang hoofd facilitaire zaken bij Stichting Lucas Onderwijs, inmiddels doet ze dit werk bij SCOPE Scholengroep. Vanuit haar rol zit ze in de 'Kopgroep onderwijshuisvesting’ (zie kader). Zeker nu de bouwbudgetten overal onder druk staan, zegt ze, is het zaak slimmer te bouwen, met meer kwaliteit voor hetzelfde geld.  

Thera Verdam zit als hoofdbeleidsmedewerker huisvesting bij KPOA in de kopgroep. ‘Groot of klein, elke organisatie loopt tegen dezelfde dingen op. Kennis en ervaring uitwisselen voorkomt dat je steeds zelf het wiel uitvindt. Die motivatie bracht ons bij elkaar.’ Aanvankelijk ging het vooral om innovatieve aanbestedingsvormen waarin een bestuur partijen langer aan zich zou kunnen verbinden. Zodat je niet bij elk project weer met een totaal ander bouwteam om de tafel zit. Brink: ‘We merkten dat we in onze bouwtrajecten dingen dubbel zaten te doen. Zou je bepaalde onderdelen van zo’n proces niet kunnen standaardiseren? Neem bijvoorbeeld de installatie. Die blijkt in de praktijk vaak niet aan de gestelde eisen te voldoen. Als je kunt uitkomen bij één installatie die wél goed functioneert, kopen we die elke keer weer.’

Meer kwaliteit

De PO-Raad ziet veel voordelen in standaardisatie. Het zorgt bijvoorbeeld voor beheersbaarheid en betaalbaarheid, ook in de exploitatiefase. Door kortere aanbestedingstrajecten kun je de doorlooptijd van een bouwproject verminderen. En het helpt je als schoolorganisatie om binnen de bekostiging minimaal tot een goede basiskwaliteit te komen, met een functioneel gebouw dat bovendien duurzaam en inclusief is. Brink en Verdam herkennen deze voordelen vanuit hun kopgroep-ervaringen. Herkennen zij tegelijkertijd ook het negatieve beeld dat sommigen bij standaardisatie hebben, namelijk dat scholen daardoor ‘allemaal hetzelfde (goedkope, slechte) gebouw’ zouden krijgen?

Brink: ‘Dat beeld leeft inderdaad, maar wat mij betreft berust het op een misverstand. Standaardisatie is geen bezuiniging, het is juist een manier om binnen je budgetten tot betere kwaliteit te komen.’ Verdam vult haar aan: ‘Een school zet je neer voor veertig jaar, en vaak nog langer. Het zou niet slim zijn om in te leveren op kwaliteit. Een kwalitatief hoogstaand gebouw is uiteindelijk immers veel duurzamer, ook in onderhoud, beheer en exploitatie.’ Neem weer die installatie, zegt ze. Als je er een kiest die gegarandeerd goed werkt, kost het je veel minder in de lange jaren erna.

Een eigen schil

Hoe krijgt standaardisatie concreet vorm? Het begint al bij het programma van eisen (PvE), legt Brink uit. ‘Gebruikelijk was dat iedere organisatie hiervoor een eigen adviseur inhuurde. Maar welbeschouwd is 80% van een PvE steeds hetzelfde. Iedereen wil hangende toiletten, om maar wat te noemen, dus waarom zou je die niet al in een standaard-PvE opnemen?’ Het idee is om het bouwproces in de basis veel eenvoudiger te maken. Als die basis – inclusief de techniek – al staat, kan het schoolteam zich focussen op de vertaling van hun onderwijsvisie in de uiteindelijke afwerking.’ Dat laatste is relevant, vervolgt Verdam, want standaardisatie leidt zeker niet tot overal dezelfde ‘blokkendoos’. De winst zit in een andere invulling van de ontwikkelkosten. ‘De architect moet natuurlijk gewoon iets nieuws tekenen. Maar de basisconstructie staat al vast, en daar omheen maak je een eigen schil.’

Intussen doet Amersfoort, thuisbasis van KPOA, concreet ervaring op met standaardisatie. Verdam: ‘In een wijk worden vier nieuwe scholen van vier verschillende besturen gerealiseerd. We hebben onderling afgesproken daarbij te standaardiseren, door elk van die scholen te baseren op een uniform basisgebouw, een UBG. Het eerste wordt in november 2022 opgeleverd.’ Europese aanbestedingsregels verhinderen dat een heel bouwteam naar een volgend project overstapt. Maar ook daar komt dat UBG mooi van pas. Verdam: ‘We hebben de architect van het volgende gebouw het UBG meegegeven. Daardoor kan hij een ontwerp aanbieden voor een lager honorarium. Ook daar zit dus winst in standaardiseren. Je houdt meer geld over, dat je in de kwaliteit van het gebouw kunt stoppen.’

Besparingen terugwinnen

Amersfoort is zo als het ware een pilot voor de kopgroep. Maar het zou mooi zijn om het concept nog breder uit te proberen en eventuele risico’s van de experimenten te kunnen afdekken. Brink: ‘We zijn aan het lobbyen om daarvoor geld te krijgen uit het Nationaal Groeifonds, waarmee het kabinet investeert in initiatieven die zorgen voor economische groei voor de lange termijn. Het zou interessant zijn om zo te onderzoeken of ook andere steden kunnen realiseren wat Amersfoort nu doet. Dan kunnen we standaardisatie veel breder gaan uitrollen. Stel dat je zo 10% bespaart. Bij die jaarlijkse bouwopgave van 730 miljoen win je dan een mooi bedrag terug, dat ten goede kan komen aan het onderwijs.’

De kopgroep is in eerste instantie een kennisnetwerk van negen schoolorganisaties. Maar het is zeker de bedoeling dat ook anderen van de opgedane kennis en ervaring gaan profiteren. Inmiddels zijn de krachten gebundeld met Ruimte-OK, kenniscentrum rond financiering en huisvesting van onderwijs. Ook zijn marktpartijen betrokken bij het verder verfijnen van het standaard-PvE, waarbij praktijkervaringen binnen de kopgroep worden meegenomen. De ervaringen landen al in de concrete praktijk, vertelt Brink. Zo zijn er in Rotterdam goede procesafspraken met de gemeente gemaakt, met standaarddocumenten waarmee een schoolorganisatie snel de juiste stukken kan aanleveren voor een huisvestingsproject.

Vernieuwen in hoger tempo

En net als de kopgroep zelf heeft gedaan, begint het met gewoon dóén, besluit Verdam. ‘Het is spannend hoe het bij ons in de stad uitpakt. Maar als we hier straks vier fantastische scholen hebben staan, kan iedereen bij ons komen kijken wat de meerwaarde van standaardisatie is.’ Begin vooral met samenwerken, is haar boodschap; zo is het in Amersfoort ook gestart. En de opbrengst? Voor Brink is het duidelijk: door standaardisering kunnen we in Nederland meer scholen in een hoger tempo vernieuwen. Daar hebben uiteindelijk alle kinderen baat bij. ‘Door standaardisatie kunnen we sneller én beter bouwen, binnen de beschikbare budgetten.’
 

Meer weten? 

De ‘Kopgroep onderwijshuisvesting’ wordt gevormd door beleidsmedewerkers van Stichting BOOR, Stichting Carmel (vo), Innoord, KPOA, Lucas Onderwijs, PCOU Willibrord, Stichting RVKO, SPO Utrecht en SCOPE Scholengroep. Deze organisaties vertegenwoordigen ongeveer 10% van het totaal aantal scholen in het funderend onderwijs. Alle ins en outs van standaardisatie zijn samengevat op een factsheet in samenwerking met Ruimte-OK.

Thera Verdam en Mariken Brink

Downloads

Onepager voordelen standaardisatie (november 2022)
PDF, 173.58 KB