Nieuws

'Kom maar kijken, wij laten graag zien hoe we het doen'

Eigenlijk was KPO Roosendaal geen uitverkorene, maar het schoolbestuur wilde ‘zó graag’ aan de slag met het nieuwe inspectietoezicht, dat ze de Inspectie van het onderwijs wist te overtuigen. Als een van de eerste werkt ze nu met een inspectie op afstand, als kritische partner. ,,Leraren worden weer trots op hun werk en dat is ontzettend belangrijk voor goed onderwijs.’’

Op de muur in het voormalige Jeroen Bosch klooster in Roosendaal, thuisbasis voor KPO Roosendaal, hangt een poster waar schoolbestuurder John Verdaasdonk trots op is. De kleurrijke poster hangt in al zijn 20 scholen en geeft weer waar het in de KPO-filosofie om draait: Goed onderwijs. En personeel, ,,het grootste kapitaal van de organisatie’’, vindt Verdaasdonk.

Juist dat kapitaal had de afgelopen jaren aan kracht ingeboet. Het eigenaarschap, waarbij leraren en schoolleiders met hun deskundigheid vorm geven aan goed onderwijs, was in de verdrukking gekomen. Volgens Verdaasdonk een gevolg van onder meer overregulering, afvinklijsten en formats die steeds weer moesten worden ingevuld. Het werd de missie van KPO om dat te veranderen.

- Waarom is eigenaarschap zo belangrijk?

,,Als je voorschrijft hoe het moet, haal je ook de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs bij de mensen weg die het moeten doen. Het gevaar is dat de organisatie op de automatische piloot gaat.
Ik vind dat wanneer een leraar ’s ochtends de benen uit bed zwaait, hij al de vraag moet kunnen beantwoorden: ‘Waarom geef ik onderwijs zoals ik dat doe?’ Daarmee doe je een appèl op de professionaliteit van de mensen en krijg je het eigenaarschap weer terug in het onderwijs.’’

- Is dat belangrijk voor de onderwijskwaliteit?

,,Eigenaarschap is zelfs het vliegwiel. Vraag elke willekeurige ondernemer maar: Wat is het personeel dat je het liefste in dienst hebt? Personeel dat aan jou komt vragen, wat moet ik doen? Of wil je mensen die vanuit een proactieve, betrokken houding mede vorm geven aan goed onderwijs?

In mijn vorige baan bij een Rotterdams bestuur heb ik aan den lijve ervaren wat het doet met mensen als je vanuit je eigen overtuiging werkt aan goed onderwijs en niet omdat de inspectie dat wil of omdat het in een lesmethode staat. Mensen werden weer trots op hun werk en dat is ontzettend belangrijk voor goed onderwijs. Bovendien, als je zelf de hoogte van de lat bepaalt, krijg je veel meer commitment dan wanneer een ander zegt hoe hoog je moet springen.’’

Waarom geef ik onderwijs zoals ik dat doe?

- Hoe past het nieuwe inspectiekader hierbij?

,,Als je er zo instaat, past het niet om een externe partij als de inspectie te laten langskomen om te kijken of de kwaliteit goed is. Zo ging het eerder, maar ik vind dat een teken van onvermogen. Wij willen zelf weten hoe het gaat en bijsturen waar het beter kan. En van de inspectie weten of ons beeld klopt, of dat we ergens misschien een blinde vlek hebben. Dat is precies waar het nieuwe toezicht om draait (zie kader). Kom maar kijken, wij laten graag zien hoe we het doen. En als het niet goed gaat, dan hebben we ook het analytisch vermogen en de verandercapaciteit om bij te sturen.’’

- Was dat een grote verandering voor de organisatie?

,,Je gaat op een hele andere manier om met onderwijskwaliteit en de inspectie. Een planmatige overleg- en documentstructuur en een onderzoekende houding bij de hele organisatie zijn voorwaarden om op deze manier te werken. Dat gaat verder dan controleren of je geformuleerde doelen hebt behaald. Een onderzoekende houding is nodig om je continu te kunnen blijven verbeteren. We werken ook met een eigen auditteam, want je kan niet zomaar in dit nieuwe kader instappen en zeggen ‘we zien wel waar het schip strandt’. 
Toch was het niet moeilijk de organisatie mee te krijgen. De nieuwe manier van werken wordt ook ontzettend goed ontvangen op onze scholen. Onlangs gaven een IB’er, een directeur en een leraar een presentatie aan de inspecteur. Zij vertelden haar hoe het ervoor stond. Dat is zoveel beter dan hoe het voorheen was. Toen waren scholen in spanning aan het wachten op het oordeel van de inspectie. Nu zie ik dat een inspecteur in gesprek is met een team. Dat is een totaal andere beleving. Het team is blij als de inspecteur is langs geweest en vraagt zelfs: Mogen we u nog eens bellen? Vroeger hoorde ik het omgekeerde en was er opluchting als we er weer vanaf waren.’’

- Toch is niet iedereen er positief over.

,,Ik vind het vreemd dat de inspectie soms wordt gezien als de vijand. Je kunt als bestuur prima de kwaliteit monitoren op een valide wijze en dit door de inspectie laten verifiëren. Er zijn bestuurders die vinden dat je dan de slager bent die zijn eigen vlees keurt. In mijn optiek ga je in dat laatste geval voorbij aan de professionals die vanuit eigenaarschap werken en verantwoorden. Het nieuwe kader is geen vrijheid blijheid.’’

Het nieuwe kader is geen vrijheid blijheid

- Lukt het goed om uw eigen scholen te beoordelen?

,,We zijn nog niet zo lang onderweg, maar het lukt. Ik heb ervaren dat de inspectie soms milder is dan wij zelf. Onze lat ligt hoger. Niet alleen inspectienormen zijn leidend. Hoge ambities nastreven in relatie tot de mogelijkheden van de schoolpopulatie, doen meer recht aan kind en leerkracht. Het kan nu zo zijn dat de inspectie een school keer op keer voldoende vindt omdat deze boven het landelijk gemiddelde presteert, terwijl wij vinden dat ze niet alles uit de leerlingen haalt wat erin zit. Andersom zijn er ook scholen die nooit voldoende eindopbrengsten halen, maar een leerrendement realiseren die vele malen groter is dan op die andere school. Het getuigt van kracht als je dan als bestuur tegen de school kan zeggen dat die het goed doet.’’

- Heeft u de inspectie eigenlijk nog nodig?

,,We werken echt samen met de inspectie. Dat maakt ons scherper, het zorgt voor bewustwording. Het is voor ons een klein feestje als de inspectie dezelfde zaken constateert als wij. Daarmee krijg je de bevestiging dat je op de goede weg bent.’’

- U praat er gepassioneerd over.

,,Mijn eigen basisschooltijd ging niet zo soepel. Gelukkig waren er een aantal leraren die mij snapten. Zij zijn voor mij de drive geweest om dit vak uit te oefenen. Ik ben altijd op zoek naar mensen die zeggen: prima wat heel de wereld wil, maar wat heeft het kínd nodig? En wat kunnen wij doen om de omgeving voor dat kind zo in te richten dat het tot zijn recht komt? Dat uitgangspunt, dat is ook waar leraren het voor doen.
Leerkracht zijn is een betekenisvol en mooi vak. We mogen niet onderschatten hoe groot de impact van onderwijs is op de ontwikkeling van kinderen. Als kinderen binnenstromen met 2-0 achterstand en ze stromen uit met 1-0 voorsprong dan geeft dat een bijzonder trots gevoel. De bezieling moet meer terug, het eigenaarschap, de drive waarmee de leraar als 18- of 19-jarige zei: ‘Ik kies voor het vak leerkracht”. Met als ultiem doel: Een gelukkig kind!''

John Verdaasdonk stond 17 jaar voor de klas, werd directeur en is nu voorzitter College van Bestuur bij KPO Roosendaal. ,,Al ben ik in mijn hart nog steeds leraar.’’ Zijn bestuur en scholen doen sinds september mee aan het nieuwe toezicht via de pilot Bestuursgericht Toezicht.

In podium: meer over het nieuwe inspectietoezicht en een interview met hoofdinspecteur Arnold Jonk in podium. 
Het toezicht uitgelegd

Het nieuwe inspectietoezicht houdt kort gezegd in dat de Inspectie van het Onderwijs niet langer alleen alle scholen bezoekt maar met haar toezicht begint bij schoolbesturen. Het bestuur moet daarbij laten zien hoe het de kwaliteitszorg voor zijn scholen heeft geregeld. Het schoolplan vormt daarbij het uitgangspunt. Heeft het bestuur dit niet op orde of loopt een school bijvoorbeeld het risico zwak of zeer zwak te worden, zal de inspectie vervolgens ook de betreffende scho(o)l(en) bezoeken. De waarborgfunctie van de inspectie blijft onveranderd. De norm voor basiskwaliteit is dat een bestuur en zijn scholen voldoen aan de deugdelijkheidseisen rond de onderwijskwaliteit, de kwaliteitszorg en het financieel beheer.

De inspectie heeft daarnaast een stimulerende taak om dat wat goed gaat verder te helpen verbeteren. Eigen ambities en het ontwikkelen van een verbetercultuur staan centraal. Een schoolbestuur kan daarbij zelf aangeven dat ze wil dat de inspectie een bepaalde school bekijkt. Een school kan dan ook een gedifferentieerd eindoordeel krijgen en het label ‘goed’ krijgen.
Zeventig schoolbesturen zijn pas gestart of starten binnenkort met het nieuwe kader. Op 1 augustus 2017 gaat het voor álle besturen gelden.

Wat vindt de PO-Raad van het nieuwe inspectietoezicht? Lees het in dit artikel.